Wat maakt me vrolijk op een mistige decemberdag? Het tsjilpen van een groep mussen! Al meer dan 10.000 jaar leven deze vogeltjes in de nabijheid van mensen. Hun belangrijkste voedsel zijn graszaden en granen. Daarvoor vliegen ze niet verder dan enkele kilometers van hun geboorteplek. Mussen houden zich op in ruigten met planten zoals ganzenvoet, varkensgras en vogelmuur. Graanakkers en graanopslag zijn ook zeer welkome voedingsbronnen. Vanaf november bungelt er aan mijn pergola daarom een voederbuis met onkruidzaden. De mussen hebben zich dan al een tijdje niet laten zien in mijn tuin. Na de broedtijd vertrokken ze naar voedselgebieden buiten de stad, om te ruien en een graantje mee te pikken van de oogst. Tussen augustus en november keren ze terug naar hun nestgebied, waar de nestplekken alweer verdeeld worden. Mussen zijn sociale broeders; je vindt veel nesten bij elkaar. Er wordt gesjanst over en weer en soms leidt dat in september nog tot een nieuw nestje. In de winter concentreren de mussengroepen zich op het vinden van goede fourageerplekken. Zo komen ze dus bij mijn voederbuis terecht. Meestal duurt het even eer ze door hebben dat er voedsel te vinden is, maar dan vliegen de kilo's zaad er doorheen. Ze vechten om de beste plekjes en eten gulzig en slordig van de zaden. Als beloning krijg ik regelmatig een opwekkend tsjilpconcert van ze. Naar hun fourageergedrag zijn allerlei studies gedaan. In groepjes eten de mussen variërend van 2-30 minuten (vaak tussen de 2-10 minuten). Op een bepaald moment vliegen enkele mussen op en meteen volgt de groep. Ze verschansen zich in een boom of heg en het is even rustig. Dan hipt één van de mussen naar de top van de boom of struik en begint te tsjilpen. Al snel valt het koor in. Volgens de boeken is dat het sein om naar een volgend voedergebied te vertrekken. In de praktijk van mijn tuin vallen ze dan gewoon opnieuw aan op de zaden in de voederbuis. Om vervolgens weer in de struiken te duiken. Zo kan ik meerdere keren van hun tsjilpconcert genieten. Een echte win/winsituatie!
donderdag 15 december 2016
Mistige dagen
Deze keer geen filmpje met goudbrandend avondlicht of tere pastels in de ochtendzon. Terwijl een hoge en lagedrukgebied afgelopen week vochten om voorrang bleef de lucht grijs en heiig. Maar voor een wandelende natuurliefhebber valt er altijd wel wat te beleven. We zijn voor het eerst naar Waverhoek geweest. De Waverhoek is een 60 hectare groot moerasgebied in de Polder Groot-Mijdrecht (provincie Utrecht tussen Botshol en Waverveen). Eind 2006 zijn hier weilanden omgevormd tot 'nieuwe natuur' met veel aantrekkingskracht voor vogels. Helaas ook voor de 'ijzeren vogels' die opstijgen van Schiphol en daarbij heel wat geluid produceren. Ondanks de nevel hebben we toch mooie waarnemingen gedaan. We zagen honderden kieviten die een plaatsje zochten in het ondiepe water. Naast wilde eenden waren er ook de mooie wintertalingen. Mannetjes hebben een kastanjebruine kop met donkergroene 'slapen'. De gele 'spiegel' (bij het kontje op het achterlijf) is heel kenmerkend. Een torenvalk hing biddend in de lucht en midden op de plas wachtte een slechtvalk op een gunstig moment om een prooi te pakken. Maar met het afnemende licht werd dat steeds moeilijker.
Goed nieuws uit Nieuwkoop
Bijna drie jaar geleden werden de eerste otters sinds lange tijd gespot in de Nieuwkoopse Plassen. Dit jaar zijn er maar liefst drie jongen geboren. Dit blijkt uit camerabeelden waarop vier otters tegelijk te zien zijn. Ottervaders bemoeien zich niet met de opvoeding van het nageslacht. Dat er nu vier otters tegelijk in beeld zijn betekent dat moeder met drie jonge otters op pad was. Je kunt de camerabeelden zien via deze link. Eerder dit jaar filmde ik otters in Natuurpark Lelystad. De sporen in dit filmpje zijn vastgelegd in de Wieden en de Weerribben.
zondag 11 december 2016
Veel roodborstjes
In de afgelopen weken heb ik, mede door het zonnige weer, veel tijd buiten doorgebracht. Waar ik ook kwam, overal doken roodborstjes op in flinke aantallen. Roodborstjes zijn bijzonder territoriaal, je ziet dus nooit in groepjes. Met hun herfstzang bakenen ze hun territorium af. Redelijk uniek daarbij is dat niet alleen de mannetjes, zoals bij andere vogels, maar ook de vrouwtjes zingen. Met hun rode borstjes 'vlaggen' ze vervolgens: hier ben ik de baas, blijf van mijn terrein. In je tuin kom je meestal maar één roodborstje tegen, tenzij je een grote tuin hebt. In de loop van oktober vliegen veel 'noordelijke' roodborstjes naar ons land. Dit jaar lijken het er meer dan anders, maar ik kon daar geen cijfers over vinden. Ik zag wel dat bij een ringstation in één ochtend zo'n 70 roodborstjes waren gevangen en geringd. Dat was daar een record. In mijn tuin heb ik alleen een wintergast, in de zomer moet ik het zonder roodborstje doen. Ik vroeg me altijd af hoe dat kwam, maar nu las ik onlangs dat roodborstjes voorkeur hebben voor een bosachtige omgeving. De wintergasten kunnen er niet meer terecht omdat de zomerroodborstjes daar hun territorium houden. Ze zijn dus gedwongen op zoek te gaan naar andere gebieden. Zo komen ze in tuinen terecht. Er wordt geschat dat er in de winter ruim 1 miljoen roodborstjes in Nederland zijn. Dat betekent dat er 1 miljoen territoria gezocht en/of verdedigd moeten worden! Roodborstjes scharrelen op de grond en zoeken tussen afgevallen blad naar overwinterende insectjes. Ik ruim afgevallen blad daarom alleen op van het gras. Tussen de planten laat ik de bladeren liggen. Als het vriest of sneeuwt neemt de roodborst ook wel zaden van de voederplank. Overigens las ik op de blog van de groene man nog een leuk weetje: de reden waarom het roodborstje geen oranjeborstje heet. Toen men in de 15e het vogeltje roodborstje noemde, bestond het woord 'oranje' nog niet. Dat werd pas geïntroduceerd met de komst van de eerste sinaasappels. Daarom spreken we niet alleen over roodborstje, maar ook over rood haar en roodwild (herten).
IVN Natuurcursus 2017 - Alphen aan den Rijn
We hebben bij IVN Alphen aan den Rijn weer hard gewerkt om een leuk cursusprogramma te ontwikkelen voor het nieuwe jaar. Uitgebreide informatie daarover vind je op de lezingenpagina.
We starten in jan/feb met een drieluik over wintervogels. Na een lezing op 24 januari maken we op 28 januari een vogelkrans met zaden uit de natuur. Op 5 februari staat een fotowandeling gepland. Je gaat met mij (en mijn man, ook een ervaren fotograaf) op pad om wintervogels te fotograferen met je eigen camera. In dit filmpje alvast een voorproefje hoe de wandeling eruit kan zien en wat voor foto's je zou kunnen maken. We hopen in februari natuurlijk ook op een zonnetje!
Verder besteden we tijdens de cursus aandacht aan weidevogels, eten uit de natuur, natuurgebiedjes in de omgeving van Alphen aan den Rijn, water en tuinieren voor dieren/Operatie Steenbreek (een steen eruit en een plant erin). We wisselen lezingen af met excursies, workshops, en doe-activiteiten zoals kanoën en fotograferen. Kortom: meld je aan en noteer de data in je agenda. Voor een soepel prijsje heb je een jaar lang natuurplezier.
We starten in jan/feb met een drieluik over wintervogels. Na een lezing op 24 januari maken we op 28 januari een vogelkrans met zaden uit de natuur. Op 5 februari staat een fotowandeling gepland. Je gaat met mij (en mijn man, ook een ervaren fotograaf) op pad om wintervogels te fotograferen met je eigen camera. In dit filmpje alvast een voorproefje hoe de wandeling eruit kan zien en wat voor foto's je zou kunnen maken. We hopen in februari natuurlijk ook op een zonnetje!
Verder besteden we tijdens de cursus aandacht aan weidevogels, eten uit de natuur, natuurgebiedjes in de omgeving van Alphen aan den Rijn, water en tuinieren voor dieren/Operatie Steenbreek (een steen eruit en een plant erin). We wisselen lezingen af met excursies, workshops, en doe-activiteiten zoals kanoën en fotograferen. Kortom: meld je aan en noteer de data in je agenda. Voor een soepel prijsje heb je een jaar lang natuurplezier.
maandag 5 december 2016
Duizenden eenden en ganzen
Wanneer de slootjes en andere ondiepe wateren bevroren raken, verzamelen eenden en ganzen zich op plekken met dieper water dat niet zo snel dichtvriest. Vandaag zochten we daarom de Reeuwijkse Plassen op. Dit natuurgebied is 600 hectare groot en speciaal voor wintergasten als kolgans, kleine zwaan, slobeend, smient en krakeend aangewezen als Natura 2000-gebied. In tijden van vorst kunnen hier wel 100.000 vogels worden gezien! De polders bieden voedsel en het water zorgt voor rust en bescherming tijdens de nacht. We zagen duizenden smienten, de mannetjes zijn goed te herkennen aan de bruine kop met een goudgele 'veeg' erover. Het fluitende geluid dat je in de film hoort, is van deze vogels. Ze worden om die reden ook wel fluiteenden genoemd. Krakeenden zag ik een tiental jaren geleden maar af en toe, maar de laatste tijd zijn ze steeds meer aanwezig. Het zijn wat kleinere eenden, met een subtiel verenkleed. De mannetjeskrakeend herken je aan het zwarte kontje. De nijlganzen poetsten hun verenkleed en produceerden een geluid dat leek op een slecht startende motor. Op de weilanden lieten de grauwe ganzen en kolganzen (met een stukje wit langs de snavel) zich in grote aantallen zien. Ook fazanten zochten er eten. Tussen de bruine vrouwtjesfazanten liep een watersnip. Meestal zitten die vlak bij het water. Maar daar is de grond al bevroren, vandaar dat ze nu op wat hoger gelegen stukjes hun eten moeten zoeken. Tegen zonsondergang zochten steeds meer vogels het water op; een spectaculair gezicht. Natuurlijk heb ik alles weer vastgelegd in een filmpje.
Jonge grijze zeehonden in Nederland
| Grijze zeehonden in Estland, screenprint van webcam |
zaterdag 3 december 2016
Leunstoelobservaties
Niet met een fel gevecht, maar toch.... Deze foto's zijn screenprints die ik met mijn mobiele telefoon heb gemaakt van de webcam. Op de foto hiernaast zie je aan de linkerkant twee herten in dreighouding staan. Als het donker is heb je de meeste kans om herten te zien. Vandaag gaat de zon rond half 3 onder in Estland. Vaak zag ik aan het eind van de middag (als ik even tijd had om te kijken) dat de herten al aanwezig waren op de voederplek. Ook in de vroege ochtend (6 uur onze tijd) heb ik ze wel gezien. Of de hindes ook komen eten kan ik op basis van mijn waarnemingen nog niet zeggen. Misschien komen ze later in de nacht als de mannetjesherten uitgegeten zijn. Ook de hindes leven in groepen, met de jonge dieren (m/v) erbij. Mocht je een keer een waarneming doen van hindes via de webcam, plaats dan een opmerking onder dit bericht, met de tijd van je waarneming, dan probeer ik ook eens rond die tijd te observeren. Via deze link kun je naar de webcam gaan. Bekijk even hoe je de camera op jouw pc/laptop/tablet of mobiele telefoon aan het werk krijgt: via de direct stream, stream for mobile devices (voor mobiel) of flash player. Via de link zie je overigens ook een koolmeescam (waar een koolmeesje als een bolletje dons de nacht doorbrengt) en een fish cam waar het paaien van zalmen te zien was. De grey seal cam toont soms een massa grijze zeehonden op het strand van een eiland voor de Estse kust, de (witte) jonkies zijn net geboren. Deze camera werkt helaas niet altijd omdat hij afhankelijk is van zonnecellen. De dagen zijn soms te kort of te weinig zonnig om de batterijen op te laden.
Deze week is trouwens ook een mooie zoekkaart verschenen over de sleutelrol van het edelhert in de natuur. Je kunt deze gratis downloaden via de site van Ark Natuurontwikkeling. Aanleiding is de introductie van edelherten in het Groene Woud in Brabant (in de Scheeken, tussen Best en Liempde). Daar zullen de edelherten of hun sporen vanaf voorjaar 2017 te zien zijn. Dit is het vierde gebied in Nederland waar je edelherten kunt waarnemen, naast de Veluwe, Oostvaardersplassen en het Weerterbos.
maandag 28 november 2016
Bruine kikker hangt nog rond op straat
Vandaag waren we in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Er wordt gewerkt aan elektriciteitskabels en transformatorhuisjes waardoor we meerdere keren grote vrachtwagens in het duin tegenkwamen. Er was net zo'n wagen gepasseerd toen we deze bruine kikker opmerkten, die netjes had gewacht met oversteken. Dat was zijn lijfsbehoud! Overigens bedacht hij zich daarna en keerde terug naar het struweel langs het pad. Ik vroeg mij af waarom deze kikker nog 'op straat' rondhing. Het heeft vannacht 2 graden gevroren, ik zou verwachten dat hij al in zijn overwinteringsplaats zou zijn. In mijn dierengids lees ik nu dat de bruine kikker niet zo gevoelig is voor kou en dat hij soms pas in november in winterslaap gaat. Deze gaat in ieder geval geen dag te vroeg in rust.
Daarvoor zoeken bruine kikkers een schuilplaats op het land waar ze zich ingraven. Vaak verschuilen ze zich ook in modderbodems van sloten. Dat zie ik in onze vijver ook elke winter. In februari verschijnen de eerste bruine kikkers al weer boven de grond; in maart kunnen we dan de klompen kikkerdril verwachten die, drijvend op het water, gebruik maken van de eerste zonnestralen om op temperatuur te blijven. De dril van groene kikkers vinden we onder water. Omdat het daar koeler is, zet de groene kikker haar eiklompen pas in april of mei af, als het water is opgewarmd. Lees meer over de bruine kikker op Wikipedia.
Zaagbekken zijn er vroeg bij dit jaar
Zoals het kaartje van Sovon Vogelonderzoek laat zien, kunnen we grote zaagbekken vooral in Nederland zien in de wintermaanden december tot en met februari. Dan verblijven zo'n 8000-10.000 zaagbekken in onze wateren. Vooral op het IJsselmeer zit een grote populatie, maar ook in ander zoet water kun je ze tegenkomen. In de zomer broeden ze in Scandinavië, Rusland en IJsland. In boomholtes bij het water groeien de jonkies op in een nest met flink wat dons. Moeder is veel op pad om voedsel te zoeken voor het gezin, want vader laat het bij de broedzorg afweten. In het donsnest blijven de jonkies op momenten dat er geen oudervogel is toch goed warm. Met wel 15 kuikens te voeden moet moeder veel vis vangen. Wanneer de vorst in hun zomerverblijf te streng wordt, zakken de vogels af naar het zuiden. Ondanks hun gewicht van 1,5 à 2 kilo en hun relatief kleine vleugels halen ze dan wel een snelheid van 100 km per uur. De naam zaagbek is te danken aan hun getande snavel, die handig is om vis mee vast te grijpen.
De vrouwtjes zijn grijzig met een kastanjebruine kop. Meestal zie je hun kuif naar achter steken (ze hebben een 'matje'). Mannetjes hebben een zalmroze tot wit lijf, een donkere rug en een glanzend groene kop. De paarsige snavel loopt uit in een haakje. In de Amsterdamse Waterleidingduinen zien we er elk jaar wel een paar. Maar dat we er in november al met enige regelmaat 10-12 zien, is aan de vroege kant. In Siberië is het momenteel zo'n -35 graden Celsius. Waarschijnlijk vonden de zaagbekken dat aan de frisse kant :). Vandaag maakte ik de foto's bij deze blog. Vorige week filmde ik er. De meeste zaagbekken zaten toen ver op het water. Maar één vrouwtje kwam dichtbij genoeg om haar te filmen. Verder zie je in de film een goudhaantje (het piepkleine vogeltje vrijwel aan het begin). Met zijn lengte van 8,5 cm en gewicht van 5 (!) gram is dit Europa's kleinste vogel. Vaak verbergen ze zich in naaldbomen en bovendien zijn ze hyperactief; ze zitten nauwelijks een seconde stil. Ik was blij dat ik ze eens op film kreeg, want een fatsoenlijke foto maken is nog nooit gelukt. Je herkent ze aan hun gele kruinstreep.
De vrouwtjes zijn grijzig met een kastanjebruine kop. Meestal zie je hun kuif naar achter steken (ze hebben een 'matje'). Mannetjes hebben een zalmroze tot wit lijf, een donkere rug en een glanzend groene kop. De paarsige snavel loopt uit in een haakje. In de Amsterdamse Waterleidingduinen zien we er elk jaar wel een paar. Maar dat we er in november al met enige regelmaat 10-12 zien, is aan de vroege kant. In Siberië is het momenteel zo'n -35 graden Celsius. Waarschijnlijk vonden de zaagbekken dat aan de frisse kant :). Vandaag maakte ik de foto's bij deze blog. Vorige week filmde ik er. De meeste zaagbekken zaten toen ver op het water. Maar één vrouwtje kwam dichtbij genoeg om haar te filmen. Verder zie je in de film een goudhaantje (het piepkleine vogeltje vrijwel aan het begin). Met zijn lengte van 8,5 cm en gewicht van 5 (!) gram is dit Europa's kleinste vogel. Vaak verbergen ze zich in naaldbomen en bovendien zijn ze hyperactief; ze zitten nauwelijks een seconde stil. Ik was blij dat ik ze eens op film kreeg, want een fatsoenlijke foto maken is nog nooit gelukt. Je herkent ze aan hun gele kruinstreep.
Abonneren op:
Posts (Atom)









