Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg

dinsdag 8 november 2016

Das maakt zijn burcht winterklaar



Dassen gaan niet in winterslaap, maar alle activiteiten staan in de winter op een lager pitje. Ze vetten wel op om die rustige periode goed door te komen en hun gewicht neemt in het najaar 3-5 kilo toe. Om te zorgen dat de burcht lekker warm blijft, verzamelen ze in deze tijd bladeren en stro om het nest te stofferen. Dat is te zien in het filmpje, gemaakt door Looduskalender (natuurkalender) uit Estland. In dat land is 2016 het jaar van de das en het hele jaar konden de dassen gevolgd worden via de webcam. Uiteindelijk heb ik de dassen niet 'live' gezien via die webcam, want elke keer als ik keek was er geen activiteit bij de burcht. Maar gelukkig werden er regelmatig samenvattingen gemaakt van de momenten dat er wel wat gebeurde. Niet alleen de dassen kwamen in beeld, maar ook wasbeerhonden, wilde zwijnen, reeën en één keer zelfs wolven. Dassen zijn zeer schuw en vrijwel uitsluitend nachtactief. Dat maakt waarnemen in Nederland heel moeilijk. Maar je kunt natuurlijk wel op zoek gaan naar dassensporen. Waar je dan op moet letten zie je in het onderstaande filmpje, dat ik op verschillende plaatsen in Nederland heb opgenomen. De das in de burcht is een opgezet exemplaar uit het Natuurmuseum Holterberg.


Schrijven met paddenstoelen

Plotseling plopten ze op verschillende plaatsen te voorschijn in het gras: geschubde inktzwammen. Ze komen boven de grond met helderwitte, vezelige schubben en een bruinige kleur bovenop de hoed. De steel is dan nog niet te zien. In dit jonge stadium zijn de paddenstoelen nog eetbaar, maar dan moet je er snel bij zijn. Zodra de hoed gaat verkleuren kun je de zwam niet meer eten. Het verhaal gaat dat sommige liefhebbers met een campingbrander en een pannetje op pad gaan om de zwam ter plekke te bereiden, bijvoorbeeld door er soep van te maken. Hoewel de geschubde inktzwam niet zo makkelijk te verwisselen is met andere (inkt)zwammen is het toch altijd oppassen geblazen, want het broertje van de geschubde inktzwam, de kale inktzwam, is gevaarlijk in combinatie met alcohol. Zelfs als je die alcohol de dag ervoor hebt gedronken of als je de dag na het eten van de kale inktzwam een borrel neemt. Eigenlijk raad ik het eten van zelf geplukte paddenstoelen af. We zijn in Zweden eens op pad geweest met een 'svampkonsulentin' (paddenstoelendeskundige). Na haar instructie gingen we eetbare paddenstoelen zoeken en bereiden. Maar voor ze de pan in gingen controleerde ze elke paddenstoel persoonlijk. In Zweden kun je zelfs met je geplukte paddenstoelen naar de apotheker gaan om ze te laten checken op eetbaarheid. Een onschuldiger tijdverdrijf is inkt maken van de inktzwam. Want zo komt de paddenstoel aan haar naam. Nadat de paddenstoel uit de grond is gekomen, schiet ze als een raket de hoogte in. De onderkant van de hoed raakt los van de steel en je ziet nu de plaatjes waar de sporen in zitten. Eerst zijn ze wit, dan kleuren ze roze en vervolgens zwart. De inktzwam gaat nu druipen van de inkt, op onderstaande foto zie je de druppels hangen aan de hoed. Er is ook al wat inkt gevallen op de jonge paddenstoel eronder.





Met de inkt druipen ook de sporen op de grond en het regenwater spoelt de sporen weg naar andere groeiplaatsen. Door deze inkt te mengen met Arabische gom kun je er echt mee schrijven. Zelfs na eeuwen worden dan de sporen van de inktzwam nog teruggevonden in de geschreven letters.

Trappelende kokmeeuw



Kokmeeuwen hebben in de zomer een donkerbruine kop. Maar in de winter zien we alleen twee donkere vlekjes achter hun ogen. We noemen dit ook wel het 'koptelefoontje'. Net als veel andere meeuwen kun je de kokmeeuwen regelmatig zien trappelen op een grasveld. Dat ze dat doen om een maaltje te verschalken, kun je in het filmpje zien. Met enige regelmaat pikt deze kokmeeuw iets op uit het gras. Regenwormen laten zich op deze manier verleiden om boven de grond te komen. Door te stampen veroorzaken de meeuwen trillingen in de grond. Regenwormen zijn daar erg gevoelig voor. Zodra ze de trillingen voelen, kruipen ze omhoog. Het is niet helemaal zeker waarom het zo werkt, maar waarschijnlijk bootst zo'n meeuw de trilling van een regenbui na. Omdat de grond dan natter wordt, komen regenwormen omhoog om niet te verdrinken als het grondwaterpeil tijdelijk stijgt. Ik had dat meeuwengedrag niet zo in detail bestudeerd, maar toen ik het filmpje terug keek zag ik dat de vogel zijn hele lijf beweegt bij het trappelen, behalve zijn kop. Die hangt doodstil, waarschijnlijk om goed te kunnen zien waar een hapje boven de grond komt. Meer informatie over de kokmeeuw vind je op de site van de Vogelbescherming.

woensdag 2 november 2016

Kleur bekennen

De wisseling van oktober naar november; van gouden herfstkleuren naar de maand waarin herfststormen en grijze dagen de toon kunnen zetten. Voorlopig kunnen we nog even genieten van de mooie kleuren die bomen en sommige struiken en planten voor ons in petto hebben. De bomen maken zich gereed voor de winterrust.
In de zomer hebben ze hard gewerkt: kleurrijke vruchten barstensvol energie zijn aangemaakt om vogels te verleiden om ze te eten en daarna de harde pitten te verspreiden. Samen met een hoopje mest (de vogelpoep) worden ze uitgescheiden om ergens als jong boompje een nieuwe start te maken. Vogels kunnen de kleur rood goed zien, daarom hebben veel bessen deze opvallende kleur. Bomen hebben verder gezorgd dat de blaadjes voor het nieuwe seizoen klaar zijn om in het voorjaar te ontluiken. Binnenin de knoppen is het frisse groen al klaar. Veilig beschermd door schubben om te zorgen dat de knop niet uitdroogt of bevriest tijdens de winter die voor de deur staat. Alleen de vlier pakt dat anders aan. Hier zie je gedurende de winter de blaadjes al een beetje uitsteken, alsof de plant wil gaan uitlopen, zie de foto. Meestal zijn de blaadjes groen, maar als het vriest kleuren ze paars. De plant maakt dan extra suikers aan om bevriezing te voorkomen. De donkere kleurstoffen (anthocyanen) zorgen dat het blad optimaal warmte kan opvangen. Want donkere kleuren absorberen warmte.
Met bessen en boomknoppen heeft de loofboom zijn opvolging en nieuwe start in het voorjaar geregeld. Nu moet hij nog één belangrijk ding doen: zorgen dat hij zelf de winter doorkomt. En dat leidt tot een actie die ik elk jaar met een beetje weemoed aanzie. De boom laat zijn blaadjes vallen. Want al die blaadjes hebben huidmondjes waardoor veel vocht verdampt. Als de verdamping doorgaat terwijl de grond bevriest, droogt de boom uit en gaat hij dood. Bovendien is het voor bomen die vol in het blad zijn moeilijk om stormen te weerstaan of de last van een flinke lading sneeuw te dragen. Met een kaal 'geraamte' kan hij dat soort winterse uitdagingen beter aan. Maar voor de blaadjes vallen, trekt de boom alle waardevolle stoffen in de boom terug. Dat zijn vooral de bladgroenkorrels, of chlorofyl; de kleine chemische fabriekjes waarmee de boom uit zonlicht, koolstofdioxide en water zijn voedsel aanmaakt. Dit bladgroen heeft de rest van het jaar de bladkleuren voor ons verborgen gehouden. Vaak zie je dit terugtrekkingsproces doordat de rest van het blad begint te verkleuren, maar het blad rond de nerven nog groen is.
Nu komt een kleurstof te voorschijn zoals carotenoïde, die de plant beschermt tegen te veel zonlicht. Deze kleurstof zorgt voor gele en oranje kleuren. De eerder genoemde anthocyanen maken roze, rode, paarse en blauwachtige kleuren. Op zich zijn die kleurstoffen wel belangrijk voor de boom, maar niet zo waardevol (ofwel moeilijk om te 'maken') als het bladgroen. Daarom zijn de bladeren vaak nog gekleurd als ze van de boom vallen. Als de boom de waardevolle stoffen heeft opgeslagen in zijn takken en stam, maakt hij een kurklaagje aan tussen de tak en het blad. Een windvlaag doet dan de rest. En hoe zit het dan met naaldbomen? De blaadjes daarvan zijn heel smal (de naalden), voorzien van een dikke waslaag en de huidmondjes liggen daar heel diep om de verdamping zo veel mogelijk tegen te gaan. Daarom kunnen naaldbomen het hele jaar groen blijven. Zij verliezen hun naalden in delen, maar nooit tegelijk. Vaak hangen de takken wat naar beneden, waardoor sneeuw er beter vanaf schuift. Zo is elke soort aangepast om zijn overlevingskans te vergroten.
Geniet nog even van de spectaculaire najaarskleuren in het filmpje. De wilde eenden zijn nu op zijn mooist, want zij zoeken voor de winter al hun partner uit. Let maar eens op de prachtige groene koppen van de mannetjes.




vrijdag 28 oktober 2016

Boom ontmaskert ree



Reeën zijn kieskeurige eters. Ze eten een stukje blad hier, een boomknop daar. Je ziet ze meestal ook niet lang stilstaan, ze zijn continue op zoek naar de meest verse knoppen en de meest malse blaadjes. Ze eten precies die delen die voor een boom of plant het belangrijkste zijn: knoppen en jonge scheuten. Door dat geknabbel van de ree loopt de boom een groeiachterstand op. En soms overleeft zo'n struikje het niet. Maar de bomen 'vechten' terug. Bomen (het onderzoek is gedaan bij beuk en esdoorn) kunnen namelijk het speeksel van reeën herkennen. Na deze waarschuwing maakt de boom extra tannines aan die de blaadjes voor reeën minder lekker maken. Bovendien worden groeihormonen geproduceerd zodat de boom snel nieuwe uitlopers maakt. De onderzoekers stelden vast dat het echt alleen werkt met reeënspeeksel. Als ik een stukje van een blad zou trekken, of andere dieren eten van de boom, dan maakt de boom de wond wel dicht, maar komen er geen extra tannines en groeihormonen.





Vogeltrek op Texel

In de herfstvakantie waren we op Texel om te genieten van de natuur en vogels in het bijzonder. Voor vogels die tijdens de trekperiode uit het hoge noorden komen aangevlogen, is het noordelijke puntje van dit Waddeneiland het eerste land dat ze weer zien na vele vliegkilometers. Ze duiken de duinen in of voeden zich op het wad. Nadat ze flink gebunkerd hebben, vliegen ze weer door naar het zuiden en volgen daarbij vaak de Nederlandse kust. Vogeltellers staan op duintoppen om de vliegbewegingen in de gaten te houden en te tellen hoeveel vogels er langs komen. Dat moeten ze natuurlijk een beetje schatten op ervaring, want niet elk individu kan geteld worden. In twee dagen tijd telden de Nederlandse trektellers bijvoorbeeld meer dan 750.000 vinken die Scandinavië verlaten hadden en nu langs onze kustlijn zoefden. In de film zie je een vinkje dat zich te goed doet aan de zaden van een plant in de duinen. Ook een flinke groep spreeuwen houdt zich op in de duinen. Zij maken soms de oversteek naar Engeland voor de winter. Dat doen ze vaak vanaf de duinen bij paal 9, waar dit stukje film gemaakt is. Op de graslanden, kale akkers, de vogelplasjes en het wad; overal hielden vogels zich op in grote aantallen: wulpen, kieviten, kramsvogels, rotganzen, kluten, smienten en ook de watersnippen lieten zich makkelijker zien dan anders (let op de vogeltjes met de enorm lange snavels langs de waterkant van de plasjes). En dan was het voor de trek nog niet eens zo'n goed weer, want de wind kwam voornamelijk uit het zuiden. Zo kregen we zelfs nog het staartje mee van de windhoos die over Noord Holland raasde op 18 oktober. Om te filmen waren het spectaculaire wolkenluchten, maar de regenbui die er op volgde was niet mals. Vogels hebben liever een steuntje in de rug dus ze vliegen in de herfst het liefst bij noord/noordoostenwind naar het zuiden. Dat was het geval tijdens de laatste dagen van onze korte vakantie. Uiteindelijk maakten we zo alle soorten weer mee; van windkracht 9 en hoosbuien tot windstil weer met een prachtig zonnetje, waarin het zeehondje in de film zich leek te koesteren.



Wollige bundelzwam


Voor de IVN herfstcursus nam ik de cursisten mee naar de Amsterdamse Waterleidingduinen om de damhertenbronst zelf te beleven. Dat was, mede door het doorbrekende zonnetje na een regenachtige ochtend, een geslaagd evenement. We zagen en hoorden niet alleen de herten, maar ook deze paddenstoelen, waarvan ik toen nog niet wist wat voor soort het was. Inmiddels weet ik dat, met dank aan andere AWD-bezoekers wel: het is de wollige bundelzwam. Deze soort komt voor op levende en dode populieren, vaak bij wonden en op snijvlakken. Wij zagen de beige hoeden met de wollige schubben duidelijk op dood hout, ze kwamen uit het midden van de stam. De paddenstoel neemt organische stoffen op uit het dode hout, we noemen dit een saprofyt. Schimmels zijn één van de weinige organismen die in staat zijn om met behulp van enzymen houtstof en cellulose af te breken en om te zetten in stoffen die bruikbaar zijn voor henzelf en andere levensvormen. Op het kaartje van de Nederlandse Databank Flora en Fauna kun je zien waar de wollige bundelzwam zoal voorkomt. De duinenrij in Zuid en Noord Holland is typisch een gebied waar je ze kunt vinden.

woensdag 12 oktober 2016

Word wildspotter

Faunapassages zijn voorzieningen die gemaakt worden om dieren makkelijker van het ene gebied naar het andere gebied te laten gaan. Meestal zijn het tunnels waardoor dieren geen wegen over hoeven te steken. Dat is veiliger voor mens en dier. Door middel van camera's wordt bekeken welke dieren er langs komen. Het is natuurlijk een behoorlijk klusje om uit te zoeken wat er allemaal langs komt. Daarbij wordt nu de hulp van het publiek ingeroepen. Op de wildspotterwebsite kun je bekijken welke dieren gebruik maken van de faunapassages. Als je inlogt kun je bovendien helpen met het determineren van de dieren (vaststellen om welke soorten het gaat). Aan een wildspotterproject in Overijssel hebben 1400 mensen meegedaan, en het bleek dat 98% van hun determinaties correct waren. Heb je zin om mee te helpen, kijk dan op www.wildspotter.nl



Slang? Worm? Nee, hagedis!



Soms wordt een waarneming je in de schoot geworpen: je doet een leuke bijvangst terwijl je naar iets anders op zoek bent. We liepen op de Veluwe, met de boswachter waren we op weg naar bronstige edelherten. Plotseling schoot er iets uit de heidestruikjes en het dier bleef roerloos liggen op het pad. Lang, smal en glad. Een slang? Nee. Het was een hagedis met de verwarrende naam hazelworm. Dat is een hagedis zonder pootjes. Waardoor-ie op een worm lijkt, of een slang. Vroeger werd dit dier ook wel blindslang genoemd. Vanwege zijn kleine oogjes dacht men dat het diertje niet kon zien. Dat 'hazel' slaat op de kleur die aan hazelnoten doet denken. Met een prachtige metalige glans overigens. Dan is er nog de wetenschappelijke naam: Anguis fragilis. Dat betekent 'breekbare slang'. Want voor een slang is het niet bepaald gewoon dat hij zijn staart kan afwerpen. Maar we weten natuurlijk dat dat voor een hagedis niet ongewoon is. Het was trouwens niet zo raar dat men vroeger dacht dat de hazelworm een slang was. Want uiteindelijk zijn slangen ontstaan vanuit de soortengroep van hagedissen. Maar slangen zijn ten opzichte van die hagedissen veel meer veranderd dan de hazelworm. Onder andere de kop en ruggenwervels van de slang zijn heel anders dan bij de hagedissen. Afijn, een ingewikkeld verhaal dus. Het feit dat de hazelworm op een slang lijkt, leidt niet alleen voor verwarring maar heeft soms ernstiger gevolgen. Aangezien veel mensen bang voor slangen zijn, wordt zo'n hazelworm regelmatig gedood. De belangrijkste vijand van de hazelworm is dan ook de mens. Eigenlijk zouden we dit onschuldige beestje moeten koesteren, want hij is dol op slakken.
Langzaam schoof de hazelworm weer in het struikgewas en wij zetten onze tocht voort. In de verte klonk het geburl van edelherten en de zon verdween achter de horizon.



Damhertenbronst in volle gang

De edelhertenbronst zit er nagenoeg op. De dominante herten hebben zo veel mogelijk hindes gedekt en de resultaten daarvan zien we in mei/juni volgend jaar; dan worden de nieuwe kalfjes geboren die twee jaar bij de moeder zullen blijven. De damhertenbronst vindt wat later plaats en die bereikt midden oktober het hoogtepunt. De volwassen en sterke mannetjes hebben gevochten om een goed territorium. Daar hebben ze een bronstkuil gemaakt door met hun voorpoten de bovenste laag aarde weg te schrapen. Ze voorzien zo'n kuil van hun eigen 'parfum' door in de kuil te urineren. Ze woelen er nog eens lekker doorheen om de geur in hun vacht op te nemen en deze zo goed mogelijk te verspreiden. Met speciale geurklieren markeren ze bovendien takken van struiken om te laten weten: dit is mijn terrein. Door te showen met hun gewei en flink te knorren (zo heet het burlen bij damherten) laten ze rivalen zien hoe sterk ze zijn en aan vrouwtjes tonen ze zo dat ze fit en gezond zijn. 'Ik ben de ideale vader voor je nageslacht', adverteren ze hiermee. Het hert drijft zoveel mogelijk hindes bij elkaar in zijn territorium. In de paar uur dat een hinde vruchtbaar is, zoekt ze het mannetje op bij zijn bronstkuil en vindt de paring plaats. In het filmpje kun je de verschillende aspecten van de bronst bekijken.