dinsdag 16 augustus 2016
Vervolg actie Red de Bij
Op 19 juli plaatste ik een oproep voor de actie Red de Bij. Al bijna 90.000 mensen stuurden de oproep aan de supermarkten en inmiddels zijn er resultaten geboekt bij Jumbo. Om wilde bijen, hommels en vlinders te beschermen gaat Jumbo voor 2020 alleen nog Nederlandse groenten en fruit volgens de criteria van Milieukeur aanbieden. Dit is een drastische vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen op akkers en boomgaarden. Verder zullen ze 2 à 3 keer zoveel biologische producten verkopen en boeren voor duurzame productie eerlijk belonen. Albert Heijn zet voorzichtige stappen, maar Lidl geeft nog niet thuis.
Wie het weet mag het zeggen
In Friesland vonden we op de heide een zandcoconnetje of zandnestje op een stengel van pitrus, ongeveer een centimeter doorsnee. Aan de achterkant was het bevestigd met spinseldraden en de onderkant was afgeplat (voor de onderste foto heb ik de stengel voorzichtig omgebogen). Het is dus helemaal dicht. Een zoektocht op internet leverde maar één soort zandcoconnetje op, namelijk van de mierenleeuw. Die lijken echter niet op een stengel te zitten, maar liggen voor zover ik kan nagaan in het zand. Dit coconnetje verbaast me behoorlijk, want hoe komen al die zandkorreltje zo hoog (30 centimeter schat ik) op een stengel? Zijn ze daar één voor één naar toe getransporteerd? Is het een zandnestje, gemaakt ter bescherming van eitjes (en later de larven) door de 'ouder' van dit beestje (ik denk dan bijvoorbeeld aan een metselbij)? En waar dienen dan die zandkorrels voor? Camouflage kan ik me niet voorstellen, want het valt nogal op tussen het groen. Dus moet het bijna wel een beschermende functie hebben. Misschien wordt het nestje zo opgehangen om predatie te voorkomen? Maar dan zou een beschut plekje dat minder opvalt meer voor de hand liggen. Ik blijf zoeken en zal het melden wanneer ik een antwoord heb. Mocht één van jullie het weten laat dan een bericht achter. Ik ben heel benieuwd!De voorraadkast van de grauwe klauwier
De grauwe klauwier is te herkennen aan zijn zwarte oogmasker en grijze kap. Vroeger was deze trekvogel nog heel algemeen in Nederland, maar door schaalvergroting in ons landschap moeten we het nu doen met een paar honderd broedparen. Het filmpje heb ik in Estland gemaakt, in Nederland heb ik de grauwe klauwier nog nooit gespot. Toch heb ik hier zijn aanwezigheid opgemerkt, door een spoor waaraan hij zijn naam dankt. De naam 'klauwier' slaat op de gewoonte van de vogel om een voorraadje prooidieren op te hangen aan de doornen van stekelige struiken. Of aan de vervanging daarvan: prikkeldraad. Zelfs in de polder kwam ik tot voor kort dit soort gespietste prooien wel tegen. Maar de voorraadkast op onderstaande foto vonden we in natuurgebied Kempen-Broek. Daar voelt de grauwe klauwier zich thuis in het kleinschalige, gevarieerde landschap. De vogel zit graag, zoals in het filmpje, op een uitkijkpost, zoals een boomtop of boven in een struik. Soms wipt hij daarbij met zijn staart, maar deed dat net even niet toen ik aan het filmen was.
Een verhaal over poep
Ik filmde in de tuin deze houtpantserjuffer, het ranke lijfje mooi in het tegenlicht met als achtergrond de blauwe lucht. Een kort shotje, niet echt met een doel, ik vond het gewoon mooi. Toen ik het filmpje op de computer bekeek, zag ik tot mijn verbazing dat ik net de paar seconden in beeld had waarop deze juffer zich ontlastte. Dat had ik nooit eerder gezien en er eigenlijk ook niet eerder over nagedacht. Maar ja, waar gegeten wordt moeten reststoffen afgescheiden worden en zo ziet dat er dus uit bij libellen en juffers. Ik heb met moeite één plaatje op internet gevonden waarop een libel poepte en dat zag er vergelijkbaar uit.
De poep in het andere filmpje is niet te missen, een beetje vloeibaar. Hier zijn twee diersoorten druk bezig om de poep te verwerken. De boomblauwtjes (vlinders) zuigen de poep op. De mineralen zijn voor hen een welkome aanvulling op hun suikerrijke dieet. Waarom ze net dat stukje poep moeten hebben waar ook de mestkever mee bezig is, is me niet duidelijk. Mestkevers gebruiker de poep als voedsel voor hun larven. Dat is trouwens altijd poep van dieren die van planten leven. Mestkevers laten hun voedsel in feite voorkauwen (en voor-verteren) door andere dieren. Soms zie je op het pad hoe de kevers een hoop paardenmest langzaam in brokken verdelen en in balletjes met hun achterpoten naar geschikte nestplaatsen rollen. In een zelf gegraven nestkamer laten ze de poep achter, samen met een eitje. Op voedselarme plaatsen, zoals heide, zorgen ze zo voor het verrijken van de grond. Zonder dit soort 'poepopruimers' zou het een behoorlijk zootje worden in de natuur. Meer verhalen over poep en hun opruimers vind je in dit artikel uit het dagblad Trouw.
Etende bever
Hoewel hun (vraat)sporen niet te missen zijn krijgen we bevers door hun nachtelijke levenswijze zelden te zien. In de zomermaanden hebben de bevers niet genoeg aan de donkere uren om hun kostje bij elkaar te scharrelen. Je kunt ze dan met een beetje mazzel ook in de schemering aantreffen. We hadden ze al eens zien zwemmen in Zweden en Estland, maar in Nederland hadden we de bevers nog niet waargenomen. Afgelopen week hebben we enkele avonden gepost in het Joamerdal (bij Venlo) en daar zagen we de bever (filmpje), half verscholen onder een wilg knagen aan de takken. Met zijn lengte van 1 meter plus nog eens 30 cm staart en een gewicht tussen de 20 en 30 kilo is de bever het grootste knaagdier van Europa. Bevers eten uitsluitend plantaardig voedsel. Dat is voornamelijk bast en twijgen van bomen en struiken en soms wortels van riet, brandnetel, gele plomp en gele lis. In de zomer wordt er ook groenvoer gegeten in de vorm van smeerwortel, fluitenkruid, gewone berenklauw en dergelijke. Uit analyses van de maaginhoud van bevers blijkt dat zij wel 100 verschillende plantensoorten eten. Bevers knagen een beetje aan de planten om de smakelijkheid en voedzaamheid ervan te beoordelen, als het bevalt en de plant of boom niet te veel anti-vraatstoffen heeft dan eet de bever er meer van. Esdoorns hebben bijvoorbeeld veel anti-vraatstoffen, die het opnemen van eiwitten door de bever moeilijker maakt. Esdoorns staan wel op het menu, maar de bever eet er niet te veel van.
Beverliefhebber Willy de Koning besteedt een groot deel van haar vrije tijd aan het observeren van de bever in Nederland. Zij doet daarvan verslag op haar blog, dus neem daar een kijkje als je meer wilt weten over de bever.
dinsdag 26 juli 2016
Deel de link
Ken je anderen die deze blogs leuk zouden vinden? Stuur ze gerust de link:
http://natuurnotitiesmoniquesmulders.blogspot.nl/ of deel de link op social media.
http://natuurnotitiesmoniquesmulders.blogspot.nl/ of deel de link op social media.
Tuinvlindertelling 2016
Op 5,6 en 7 augustus vindt de jaarlijkse tuinvlindertelling plaats. Kijk voor meer informatie op deze site. Je kunt ook (via diezelfde site) een handige app dowloaden om vlinders in je tuin beter te herkennen. Hiervan laat ik je onderstaand een aantal screenshots zien.
Je kunt nu dus zien welke vlinder ik hieronder heb afgebeeld. Deze staat overigens bij meer kleuren afgebeeld in de app.
Catch of the day
Een libel zien die een prooi verschalkt is een gelukje, als dat in je eigen achtertuin gebeurt heb je helemaal mazzel. Deze oeverlibel had een koolwitje te pakken, rond lunchtijd, toen wij ook een broodje aten op ons terras. Gelukkig was de camera bij de hand zodat het op film kon worden vastgelegd.
Gaffelaar
Vliegend hert - wie mooi wil zijn moet pijn lijden
Dit weekend ging een lang gekoesterde wens in vervulling. Op de Veluwe zagen we een prachtig mannetje van het vliegend hert, Nederlands grootste insect dat wel 9 centimeter lang kan worden. Of dat daadwerkelijk zo uitpakt, hangt vooral af van de voedselcondities en leefomstandigheden (temperatuur) van de larve. Het voedsel van de larve bestaat uit (eiken)hout dat door witrot of eikenrot is aangetast. Het insect komt dus voor in bossen waar dode bomen niet worden opgeruimd, maar langzaam kunnen vergaan. Het vrouwtje legt enkele tientallen eitjes tegen het hout in gangen die ze zelf gegraven heeft. Daaruit ontwikkelen zich larven die in gunstige omstandigheden 4 jaar onder de grond blijven en onder slechte voedselcondities wel acht jaar. Het vliegend hert kent, net als vlinders, een volledige gedaanteverwisseling. Als de larve een centimeter of 10 is, wordt er een cocon gevormd van aarde, zo groot als een kippenei. Na de verpopping komen de mannetjes te voorschijn met imposante kaken. Deze zijn, voor de paar weken dat zij nu nog leven, vooral bedoeld om vrouwtjes te imponeren en rivalen te verslaan. De kaken zijn in feite zo onhandig dat ze er nauwelijks mee kunnen bijten en ook vrijwel niet mee kunnen eten. Het vrouwtje heeft kleinere kaken maar kan daar mee eten en flink mee bijten. Vliegende herten zijn echte zoetekauwen en voeden zich met boomsappen. Het schijnt dat mannetjes niet alleen vrouwtjes voor zich winnen om te kunnen paren, maar ook om zich te laten voeden met plantensappen door diezelfde vrouwtjes. Simpelweg omdat ze het zelf niet kunnen. De naam van het beestje is afgeleid van de gewei-achtige kaken. In Nederland zijn nog maar enkele populaties van deze kever te vinden, voornamelijk op de Veluwe en zuid en midden Limburg. De soort is wettelijk beschermd, kijken mag, oppakken en verstoren niet! Meer informatie over dit insect vind je op de site van EIS Nederlands en Wikipedia.
Abonneren op:
Posts (Atom)









