zondag 11 december 2016

Veel roodborstjes

In de afgelopen weken heb ik, mede door het zonnige weer, veel tijd buiten doorgebracht. Waar ik ook kwam, overal doken roodborstjes op in flinke aantallen. Roodborstjes zijn bijzonder territoriaal, je ziet dus nooit in groepjes. Met hun herfstzang bakenen ze hun territorium af. Redelijk uniek daarbij is dat niet alleen de mannetjes, zoals bij andere vogels, maar ook de vrouwtjes zingen. Met hun rode borstjes 'vlaggen' ze vervolgens: hier ben ik de baas, blijf van mijn terrein. In je tuin kom je meestal maar één roodborstje tegen, tenzij je een grote tuin hebt. In de loop van oktober vliegen veel 'noordelijke' roodborstjes naar ons land. Dit jaar lijken het er meer dan anders, maar ik kon daar geen cijfers over vinden. Ik zag wel dat bij een ringstation in één ochtend zo'n 70 roodborstjes waren gevangen en geringd. Dat was daar een record. In mijn tuin heb ik alleen een wintergast, in de zomer moet ik het zonder roodborstje doen. Ik vroeg me altijd af hoe dat kwam, maar nu las ik onlangs dat roodborstjes voorkeur hebben voor een bosachtige omgeving. De wintergasten kunnen er niet meer terecht omdat de zomerroodborstjes daar hun territorium houden. Ze zijn dus gedwongen op zoek te gaan naar andere gebieden. Zo komen ze in tuinen terecht. Er wordt geschat dat er in de winter ruim 1 miljoen roodborstjes in Nederland zijn. Dat betekent dat er 1 miljoen territoria gezocht en/of verdedigd moeten worden! Roodborstjes scharrelen op de grond en zoeken tussen afgevallen blad naar overwinterende insectjes. Ik ruim afgevallen blad daarom alleen op van het gras. Tussen de planten laat ik de bladeren liggen. Als het vriest of sneeuwt neemt de roodborst ook wel zaden van de voederplank. Overigens las ik op de blog van de groene man nog een leuk weetje: de reden waarom het roodborstje geen oranjeborstje heet. Toen men in de 15e het vogeltje roodborstje noemde, bestond het woord 'oranje' nog niet. Dat werd pas geïntroduceerd met de komst van de eerste sinaasappels. Daarom spreken we niet alleen over roodborstje, maar ook over rood haar en roodwild (herten).

IVN Natuurcursus 2017 - Alphen aan den Rijn

We hebben bij IVN Alphen aan den Rijn weer hard gewerkt om een leuk cursusprogramma te ontwikkelen voor het nieuwe jaar. Uitgebreide informatie daarover vind je op de lezingenpagina.
We starten in jan/feb met een drieluik over wintervogels. Na een lezing op 24 januari maken we op 28 januari een vogelkrans met zaden uit de natuur. Op 5 februari staat een fotowandeling gepland. Je gaat met mij (en mijn man, ook een ervaren fotograaf) op pad om wintervogels te fotograferen met je eigen camera. In dit filmpje alvast een voorproefje hoe de wandeling eruit kan zien en wat voor foto's je zou kunnen maken. We hopen in februari natuurlijk ook op een zonnetje!





Verder besteden we tijdens de cursus aandacht aan weidevogels, eten uit de natuur, natuurgebiedjes in de omgeving van Alphen aan den Rijn, water en tuinieren voor dieren/Operatie Steenbreek (een steen eruit en een plant erin). We wisselen lezingen af met excursies, workshops, en doe-activiteiten zoals kanoën en fotograferen. Kortom: meld je aan en noteer de data in je agenda. Voor een soepel prijsje heb je een jaar lang natuurplezier.

maandag 5 december 2016

Duizenden eenden en ganzen

Wanneer de slootjes en andere ondiepe wateren bevroren raken, verzamelen eenden en ganzen zich op plekken met dieper water dat niet zo snel dichtvriest. Vandaag zochten we daarom de Reeuwijkse Plassen op. Dit natuurgebied is 600 hectare groot en speciaal voor wintergasten als kolgans, kleine zwaan, slobeend, smient en krakeend aangewezen als Natura 2000-gebied. In tijden van vorst kunnen hier wel 100.000 vogels worden gezien! De polders bieden voedsel en het water zorgt voor rust en bescherming tijdens de nacht. We zagen duizenden smienten, de mannetjes zijn goed te herkennen aan de bruine kop met een goudgele 'veeg' erover. Het fluitende geluid dat je in de film hoort, is van deze vogels. Ze worden om die reden ook wel fluiteenden genoemd. Krakeenden zag ik een tiental jaren geleden maar af en toe, maar de laatste tijd zijn ze steeds meer aanwezig. Het zijn wat kleinere eenden, met een subtiel verenkleed. De mannetjeskrakeend herken je aan het zwarte kontje. De nijlganzen poetsten hun verenkleed en produceerden een geluid dat leek op een slecht startende motor. Op de weilanden lieten de grauwe ganzen en kolganzen (met een stukje wit langs de snavel) zich in grote aantallen zien. Ook fazanten zochten er eten. Tussen de bruine vrouwtjesfazanten liep een watersnip. Meestal zitten die vlak bij het water. Maar daar is de grond al bevroren, vandaar dat ze nu op wat hoger gelegen stukjes hun eten moeten zoeken. Tegen zonsondergang zochten steeds meer vogels het water op; een spectaculair gezicht. Natuurlijk heb ik alles weer vastgelegd in een filmpje.



Jonge grijze zeehonden in Nederland

Grijze zeehonden in Estland, screenprint van webcam
Op 3 december vermeldde ik in mijn blog de grey sealcam (webcam voor het spotten van grijze zeehonden) uit Estland. Regelmatig zag ik via de webcam grote groepen wijfjes liggen op het strand. Op deze screenprint zie je de massa lijven, dicht op elkaar gepakt. Op 4 december las ik op de site zeezoogdieren.org dat de eerste 'Nederlandse' jonge grijze zeehonden die dag waren gespot in de Waddenzee. Voor het werpen van de jongen trekken de vrouwtjes elk jaar naar dezelfde plek: een strand, zandplaat of een ijsplaat. Daar verzamelen zich groepen van enkele tientallen tot wel tienduizenden dieren. Bij de geboorte heeft het jong een witte vacht, die na drie weken verdwijnt. Om dit witte zeehondenvel zijn veel pups het slachtoffer geworden van bontjagers. Doordat de vacht wollig is, kunnen de jongen niet meteen in het water en moeten ze enkele weken aan land doorbrengen. Pups van de gewone zeehond kunnen overigens wel meteen met moeder te water gaan. Zo'n beeld als op de foto, een strand vol grijze zeehonden, zullen we in Nederland niet tegenkomen. Er zijn simpelweg geen stranden waar de dieren ongestoord kunnen liggen. In ons land zijn ze afhankelijk van zandplaten, die vooral in de Waddenzee en voor de Zeeuwse kust te vinden zijn. Zandplaten kunnen bij springtij onderlopen, dus de jongen hebben daar alleen overlevingskansen als ze vlak na springtij worden geboren. Dan zijn ze hun witte velletje net op tijd kwijt voor de volgende springvloed plaatsvindt. 

Als de jongen na 3 weken kunnen gaan zwemmen, breekt voor de volwassen dieren de paartijd aan. Mannetjes verzamelen een harem en dekken de vrouwtjes. De eerste twaalf weken ontwikkelt het embryo zich nog niet. Na een groeitijd van 8,5 maand worden de jongen dan een klein jaar na de paring geboren. Op de site van de zoogdiervereniging lees je meer over dit dier. Er staat ook een duidelijk plaatje met de verschillen tussen de grijze zeehond en de gewone zeehond. In het Texelfilmpje dat ik in oktober plaatste, kun je een gewone zeehond zien dobberen in het water.

zaterdag 3 december 2016

Leunstoelobservaties



Winterse dagen lenen zich prima voor wat ik noem: leunstoelobservaties. Vanuit je warme huis kijken naar vogels op de voederplank, zien hoe het zonlicht lange schaduwen werpt op het gras van je tuin. Tegenwoordig is daar een nieuw soort vermaak bij gekomen: de webcam. Afgelopen zomer deed ik regelmatig verslag van webcamwaarnemingen van nestelende visarenden bij het Schotse Loch of the Lowes. In Nederland hebben we de broedvogelcams van Beleef de lente. En kort geleden schreef ik over de Estlandse dassencam. Aangezien de dassen in de winter minder actief zijn, is deze webcam verplaatst naar een plek waar edelherten bijgevoerd worden. De afgelopen dagen heb ik regelmatig een half uurtje zoet gebracht met het bekijken van de edelherten; soms waren er wel 7-8 tegelijk in beeld. Geweigekletter gaf aan dat er soms ook nog een aantal in de buurt, maar buiten beeld, waren. Het viel me op dat ik alleen mannetjesherten zag. Na de bronst leven de herten in groepen. Ze gedogen elkaar, maar ik zag dat ze behoedzaam met elkaar om gaan. Herten die de voederplaats betreden, komen langzaam dichterbij en degenen die er al staan worden wat alerter als er een nieuweling aan komt. Soms worden de krachten even gemeten door in dreighouding te gaan staan of de geweien tegen elkaar te laten kletsen.
Niet met een fel gevecht, maar toch.... Deze foto's zijn screenprints die ik met mijn mobiele telefoon heb gemaakt van de webcam. Op de foto hiernaast zie je aan de linkerkant twee herten in dreighouding staan. Als het donker is heb je de meeste kans om herten te zien. Vandaag gaat de zon rond half 3 onder in Estland. Vaak zag ik aan het eind van de middag (als ik even tijd had om te kijken) dat de herten al aanwezig waren op de voederplek. Ook in de vroege ochtend (6 uur onze tijd) heb ik ze wel gezien. Of de hindes ook komen eten kan ik op basis van mijn waarnemingen nog niet zeggen. Misschien komen ze later in de nacht als de mannetjesherten uitgegeten zijn. Ook de hindes leven in groepen, met de jonge dieren (m/v) erbij. Mocht je een keer een waarneming doen van hindes via de webcam, plaats dan een opmerking onder dit bericht, met de tijd van je waarneming, dan probeer ik ook eens rond die tijd te observeren. Via deze link kun je naar de webcam gaan. Bekijk even hoe je de camera op jouw pc/laptop/tablet of mobiele telefoon aan het werk krijgt: via de direct stream, stream for mobile devices (voor mobiel) of flash player. Via de link zie je overigens ook een koolmeescam (waar een koolmeesje als een bolletje dons de nacht doorbrengt) en een fish cam waar het paaien van zalmen te zien was. De grey seal cam toont soms een massa grijze zeehonden op het strand van een eiland voor de Estse kust, de (witte) jonkies zijn net geboren. Deze camera werkt helaas niet altijd omdat hij afhankelijk is van zonnecellen. De dagen zijn soms te kort of te weinig zonnig om de batterijen op te laden.


Deze week is trouwens ook een mooie zoekkaart verschenen over de sleutelrol van het edelhert in de natuur. Je kunt deze gratis downloaden via de site van Ark Natuurontwikkeling. Aanleiding is de introductie van edelherten in het Groene Woud in Brabant (in de Scheeken, tussen Best en Liempde). Daar zullen de edelherten of hun sporen vanaf voorjaar 2017 te zien zijn. Dit is het vierde gebied in Nederland waar je edelherten kunt waarnemen, naast de Veluwe, Oostvaardersplassen en het Weerterbos.

maandag 28 november 2016

Bruine kikker hangt nog rond op straat

Vandaag waren we in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Er wordt gewerkt aan elektriciteitskabels en transformatorhuisjes waardoor we meerdere keren grote vrachtwagens in het duin tegenkwamen. Er was net zo'n wagen gepasseerd toen we deze bruine kikker opmerkten, die netjes had gewacht met oversteken. Dat was zijn lijfsbehoud! Overigens bedacht hij zich daarna en keerde terug naar het struweel langs het pad. Ik vroeg mij af waarom deze kikker nog 'op straat' rondhing. Het heeft vannacht 2 graden gevroren, ik zou verwachten dat hij al in zijn overwinteringsplaats zou zijn. In mijn dierengids lees ik nu dat de bruine kikker niet zo gevoelig is voor kou en dat hij soms pas in november in winterslaap gaat. Deze gaat in ieder geval geen dag te vroeg in rust.
Daarvoor zoeken bruine kikkers een schuilplaats op het land waar ze zich ingraven. Vaak verschuilen ze zich ook in modderbodems van sloten. Dat zie ik in onze vijver ook elke winter. In februari verschijnen de eerste bruine kikkers al weer boven de grond; in maart kunnen we dan de klompen kikkerdril verwachten die, drijvend op het water, gebruik maken van de eerste zonnestralen om op temperatuur te blijven. De dril van groene kikkers vinden we onder water. Omdat het daar koeler is, zet de groene kikker haar eiklompen pas in april of mei af, als het water is opgewarmd. Lees meer over de bruine kikker op Wikipedia.

Zaagbekken zijn er vroeg bij dit jaar

Zoals het kaartje van Sovon Vogelonderzoek laat zien, kunnen we grote zaagbekken vooral in Nederland zien in de wintermaanden december tot en met februari. Dan verblijven zo'n 8000-10.000 zaagbekken in onze wateren. Vooral op het IJsselmeer zit een grote populatie, maar ook in ander zoet water kun je ze tegenkomen. In de zomer broeden ze in Scandinavië, Rusland en IJsland. In boomholtes bij het water groeien de jonkies op in een nest met flink wat dons. Moeder is veel op pad om voedsel te zoeken voor het gezin, want vader laat het bij de broedzorg afweten. In het donsnest blijven de jonkies op momenten dat er geen oudervogel is toch goed warm. Met wel 15 kuikens te voeden moet moeder veel vis vangen. Wanneer de vorst in hun zomerverblijf te streng wordt, zakken de vogels af naar het zuiden. Ondanks hun gewicht van 1,5 à 2 kilo en hun relatief kleine vleugels halen ze dan wel een snelheid van 100 km per uur. De naam zaagbek is te danken aan hun getande snavel, die handig is om vis mee vast te grijpen.
De vrouwtjes zijn grijzig met een kastanjebruine kop. Meestal zie je hun kuif naar achter steken (ze hebben een 'matje'). Mannetjes hebben een zalmroze tot wit lijf, een donkere rug en een glanzend groene kop. De paarsige snavel loopt uit in een haakje. In de Amsterdamse Waterleidingduinen zien we er elk jaar wel een paar. Maar dat we er in november al met enige regelmaat 10-12 zien, is aan de vroege kant. In Siberië is het momenteel zo'n -35 graden Celsius. Waarschijnlijk vonden de zaagbekken dat aan de frisse kant :). Vandaag maakte ik de foto's bij deze blog. Vorige week filmde ik er. De meeste zaagbekken zaten toen ver op het water. Maar één vrouwtje kwam dichtbij genoeg om haar te filmen. Verder zie je in de film een goudhaantje (het piepkleine vogeltje vrijwel aan het begin). Met zijn lengte van 8,5 cm en gewicht van 5 (!) gram is dit Europa's kleinste vogel. Vaak verbergen ze zich in naaldbomen en bovendien zijn ze hyperactief; ze zitten nauwelijks een seconde stil. Ik was blij dat ik ze eens op film kreeg, want een fatsoenlijke foto maken is nog nooit gelukt. Je herkent ze aan hun gele kruinstreep.
  

Koud en zonnig

Na de herfststorm van vorige week had ik het behoorlijk gehad met grijze luchten, regen en wind. Afgelopen week kwam de kentering en we hebben nu al een paar dagen mooi weer. Zaterdag filmde ik de zonsopkomst bij de Wijde Aa in Woubrugge. In deze tijd van het jaar gaat de zon pas om 8.22 uur op, dus je hoeft er niet eens zo vroeg je bed voor uit. Het was minus 2 graden, rijp lag op de velden en de ganzen hadden zich in grote groepen op de Wijde Aa verzameld. Ze 'keuvelden' en gakten met elkaar terwijl het licht werd. De zon verscheen als een rode bal aan de horizon ('n flatgebouw haalde er jammer genoeg een hoekje uit) en even later werden de velden in een gele gloed gezet. De vogels kwamen tot leven: ganzen vertrokken naar de weilanden waar ze overdag eten zoeken en een fuut dook zijn eerste maal van de dag op; een flinke vis zoals in het filmpje te zien is. Een torenvalk speurde vanaf een paaltje of hij een potentiële prooi zag. Ik schreef vorige week over puttertjes die met hun spitse snavels zaden uit elzenproppen peuteren. In dit filmpje kun je zien hoe ze dat doen. Aan het einde van de middag werden we getrakteerd op een mooie zonsondergang; het was met recht een zonnige novemberdag.



maandag 21 november 2016

Help bijen in de herfst


De Groene Cirkel Bijenlandschap werkt aan het terugdringen van de wintersterfte bij de honingbij en de achteruitgang van de hommel en de wilde bij. Dit doen ze door meer voedsel en nestgelegenheid te bieden, het landschap aantrekkelijker en kleurrijker te maken en door behoedzaam om te gaan met chemische middelen. Wetenschap, overheden, het bedrijfsleven, beheerders van gebieden en maatschappelijke organisatie werken samen met boeren, imkers en burgers om onze ambitie te realiseren en de bij een goede toekomst te geven. Tijdens een natuurwerkdag in Leiden werd door dertig vrijwilligers een start gemaakt met het planten van maar liefst 55.000 bollen voor bijvriendelijke bloemen. Niet iedereen heeft zoveel ruimte maar iedereen kan een steentje bijdragen, daarom deze herfsttips om het bijen makkelijker te maken:
  1. Plant meer bloemen. Zet zoveel mogelijk planten in tuin of op balkon die bijen aantrekken, zorg tot het late najaar voor bloemen.
  2. Plant nù bollen. Het is nú het seizoen om (biologische) bijvriendelijke bollen te planten, voor voedsel in het voege voorjaar, zoals: krokussen, sneeuwklokjes, anemonen, druifjes en sierui.
  3. Vraag naar biologisch. Pesticiden zijn funest voor bijen. Vraag naar biologische producten bij het tuincentrum. Hoe meer vraag, hoe groter het aanbod.
  4. Strooi herfstblad op de aarde. Zeventig procent van de bijen nestelt in de grond. Gooi afvalbladeren niet in de groenbak, maar strooi ze luchtig over de aarde; ook goed voor de tuin zelf als bladcompost.
  5. Haal tegels weg. Kijk nog eens kritisch naar je tuin en doe mee met de actie ‘Steenbreek’: haal een tegel uit je (gevel)tuin en zet een bijvriendelijke bol of plant erin. Misschien kun je nog wat meer tegels weghalen?
  6. Laat uitgebloeide bloemstengels staan. Sommige bijensoorten overwinteren in uitgebloeide bloemstengels. Snoei níet nu, maar pas in het voorjaar. Haal uitgebloeide stengels ook dan pas weg. Dat beschermt planten tegelijk tegen vorst.

Elke vink eet zoals-ie gebekt is

Vrij naar het spreekwoord over de bekjes van zingende vogels kijken we vandaag eens naar de snavels van de vinkenfamilie. Aanleiding is een aantal groenlingen dat onlangs mijn tuin bezocht. 'Onze' groenlingen blijven meestal in Nederland en houden van parkachtig landschap met groenblijvende bomen. In de winter komen er nog wat wintergasten bij, dus dan zijn er meer groenlingen te zien. Vanaf september stromen ze vanuit Noord-Europa toe. Ze hebben olijfkleurige lijfjes met een helder gele vleugelstreep. Vooral als ze in de zon zitten valt dat goed op. Eén groenling zat tijdens het filmen rond te kijken of hij iets heel bijzonders zag. Maar misschien verwonderde hij zich over mijn rommelige tuin :). De vogels van de vinkenfamilie hebben stevige snavels; kenmerkend voor zaadeters. De groenling trilt al ronddraaiend vruchten uit hun schil en eet dan de zaden. Ze houden van rozenbottels en eten de kern uit de witte pitjes van de bottels. Op dit plaatje van internet, waarvan ik de bron niet kon vaststellen, zie je verschillende soorten vinken met hun snavels. Duidelijk is dat er ondanks de overeenkomst van de dikke snavel, toch wel wat verschillen zijn. En die hebben te maken met hun eetgewoonten.
De kruisbek (boven rechts) gebruikt zijn gekruiste haken om zaden uit sparappels te trekken. De appelvink (linksboven) heeft de sterkste snavel van alle soorten en splijt daarmee stevige pitten, bijvoorbeeld van kersen, netjes doormidden. De goudvink (2e van links, middelste rij) eet boomknoppen en zacht fruit. Dat gaat prima met zijn wat afgeronde snavel.
Putter (2e van links bovenste rij) en sijs (2e van links onderste rij) peuteren met hun puntiger snavels zaden uit distels, lariksen en elzenproppen. Puttertjes bezoeken mijn tuin af en toe. Soms eten ze de pluizige zaden van de uitgebloeide paardenbloemen in het gras. Andere keren eten ze pitten van de zonnebloemen die ik speciaal voor dit doel kweek. Vorig jaar was ik getuige van het tafereeltje in onderstaande film waarbij een jong zich nog lekker even in de watten liet leggen door vader of moeder. Met zo'n 2-3 weken kunnen de jonkies zelf voedsel zoeken, maar deze liet het zich nog mooi aanleunen.

Kepen (middelste rij, rechts) zijn de noordelijke tegenhangers van onze gewone vinken. In Nederland broeden ze vrijwel niet, maar in het najaar kunnen we de kepen wel tegenkomen omdat ze hier overwinteren. Ik betrapte er een paar in een oude boomgaard in Limburg en maakte er een kort filmpje van.

Ze waren in winterkleed, dus hun kop is wat minder donker dan op het plaatje.
Net als onze gewone vink (derde in de bovenste rij en foto links) eten groepen kepen vaak beukennootjes op de grond.
Vink
Kneu
Je hebt vast wel eens zo'n zwerm zien opvliegen tijdens een wandeling. Aan kneutjes (linksonder op de tekening en foto rechts) heb ik al eens een blog gewijd. Zij voeden zich met zaden op de grond. Wil je dat filmpje nog eens bekijken, klik dan hier.