Faunapassages zijn voorzieningen die gemaakt worden om dieren makkelijker van het ene gebied naar het andere gebied te laten gaan. Meestal zijn het tunnels waardoor dieren geen wegen over hoeven te steken. Dat is veiliger voor mens en dier. Door middel van camera's wordt bekeken welke dieren er langs komen. Het is natuurlijk een behoorlijk klusje om uit te zoeken wat er allemaal langs komt. Daarbij wordt nu de hulp van het publiek ingeroepen. Op de wildspotterwebsite kun je bekijken welke dieren gebruik maken van de faunapassages. Als je inlogt kun je bovendien helpen met het determineren van de dieren (vaststellen om welke soorten het gaat). Aan een wildspotterproject in Overijssel hebben 1400 mensen meegedaan, en het bleek dat 98% van hun determinaties correct waren. Heb je zin om mee te helpen, kijk dan op www.wildspotter.nl
woensdag 12 oktober 2016
Slang? Worm? Nee, hagedis!
Soms wordt een waarneming je in de schoot geworpen: je doet een leuke bijvangst terwijl je naar iets anders op zoek bent. We liepen op de Veluwe, met de boswachter waren we op weg naar bronstige edelherten. Plotseling schoot er iets uit de heidestruikjes en het dier bleef roerloos liggen op het pad. Lang, smal en glad. Een slang? Nee. Het was een hagedis met de verwarrende naam hazelworm. Dat is een hagedis zonder pootjes. Waardoor-ie op een worm lijkt, of een slang. Vroeger werd dit dier ook wel blindslang genoemd. Vanwege zijn kleine oogjes dacht men dat het diertje niet kon zien. Dat 'hazel' slaat op de kleur die aan hazelnoten doet denken. Met een prachtige metalige glans overigens. Dan is er nog de wetenschappelijke naam: Anguis fragilis. Dat betekent 'breekbare slang'. Want voor een slang is het niet bepaald gewoon dat hij zijn staart kan afwerpen. Maar we weten natuurlijk dat dat voor een hagedis niet ongewoon is. Het was trouwens niet zo raar dat men vroeger dacht dat de hazelworm een slang was. Want uiteindelijk zijn slangen ontstaan vanuit de soortengroep van hagedissen. Maar slangen zijn ten opzichte van die hagedissen veel meer veranderd dan de hazelworm. Onder andere de kop en ruggenwervels van de slang zijn heel anders dan bij de hagedissen. Afijn, een ingewikkeld verhaal dus. Het feit dat de hazelworm op een slang lijkt, leidt niet alleen voor verwarring maar heeft soms ernstiger gevolgen. Aangezien veel mensen bang voor slangen zijn, wordt zo'n hazelworm regelmatig gedood. De belangrijkste vijand van de hazelworm is dan ook de mens. Eigenlijk zouden we dit onschuldige beestje moeten koesteren, want hij is dol op slakken.
Langzaam schoof de hazelworm weer in het struikgewas en wij zetten onze tocht voort. In de verte klonk het geburl van edelherten en de zon verdween achter de horizon.
Damhertenbronst in volle gang
De edelhertenbronst zit er nagenoeg op. De dominante herten hebben zo veel mogelijk hindes gedekt en de resultaten daarvan zien we in mei/juni volgend jaar; dan worden de nieuwe kalfjes geboren die twee jaar bij de moeder zullen blijven. De damhertenbronst vindt wat later plaats en die bereikt midden oktober het hoogtepunt. De volwassen en sterke mannetjes hebben gevochten om een goed territorium. Daar hebben ze een bronstkuil gemaakt door met hun voorpoten de bovenste laag aarde weg te schrapen. Ze voorzien zo'n kuil van hun eigen 'parfum' door in de kuil te urineren. Ze woelen er nog eens lekker doorheen om de geur in hun vacht op te nemen en deze zo goed mogelijk te verspreiden. Met speciale geurklieren markeren ze bovendien takken van struiken om te laten weten: dit is mijn terrein. Door te showen met hun gewei en flink te knorren (zo heet het burlen bij damherten) laten ze rivalen zien hoe sterk ze zijn en aan vrouwtjes tonen ze zo dat ze fit en gezond zijn. 'Ik ben de ideale vader voor je nageslacht', adverteren ze hiermee. Het hert drijft zoveel mogelijk hindes bij elkaar in zijn territorium. In de paar uur dat een hinde vruchtbaar is, zoekt ze het mannetje op bij zijn bronstkuil en vindt de paring plaats. In het filmpje kun je de verschillende aspecten van de bronst bekijken.
woensdag 28 september 2016
Schuwe exoten
Je ziet ze niet, maar ze zijn er wel: wasbeerhonden komen in Nederland in kleine aantallen voor, zoals je op het kaartje van de Nationale Databank Flora en Fauna kunt zien. Ze leiden een teruggetrokken bestaan, vandaar dat de meeste mensen deze exoot nog niet hebben ontmoet. De wasbeerhond hoort namelijk niet thuis in ons land. Van oorsprong leeft hij in het verre oosten: Korea, Vietnam, Japan en nog een aantal landen. Het dier is in Rusland geïntroduceerd vanwege zijn pels en van daaruit rukt hij op naar het westen. Een wasbeerhond is ongeveer zo groot als een vos, maar door de langharige pels oogt hij forser. Ze leven in bossen met dichte ondergroei in kleine familiegroepjes. Wasbeerhonden verdedigen in principe een territorium, maar er zijn ook dieren die er een zwervend bestaan op na houden. Ze leggen dan grote afstanden af, tot wel 500 km. Dus dan schiet het wel op om nieuwe gebieden te koloniseren. Ze hebben een gevarieerd dieet van plantaardig en dierlijk voedsel. In de winter houden wasbeerhonden rust, maar geen winterslaap. Bij mild weer gaan ze er op uit. Tijdens onze vakantie in Estland zagen we wasbeerhonden tijdens een nacht die we doorbrachten in een schuilhut. Het was mijn eerste 'ontmoeting' met deze dieren. Wie weet, kom ik in Nederland nog wel eens sporen van ze tegen.
Dauw, mist of nevel
Nu de nachten weer kouder worden, kunnen we sommige ochtenden genieten van sprookjesachtige nevel. Daarvoor moet je wel naar een gebiedje buiten de bebouwde kom. Vooral boven water is het effect goed te zien, het lijkt soms of er stoom vanaf komt. Het water is in deze tijd van het jaar nog relatief warm. In koude nachten zakt (zwaardere) koude lucht naar beneden en koelt de warmere lucht af. Dan treedt condensatie op omdat koude lucht minder vocht kan bevatten dan warme. De nevel zweeft boven de velden en wordt verlicht door de eerste zonnestralen. We spreken van nevel als het zicht meer dan 1000 meter bedraagt. Als het zicht minder is dan 1000 meter definiëren meteorologen dit als mist. Wanneer de waterdruppel niet blijven zweven, maar neerslaan op bijvoorbeeld planten, is er sprake van dauw. Meer informatie over dit onderwerp vind je op deze site.
Labels:
dauw,
mist,
Monique Smulders,
natuurnotities,
nevel
Weidebeekjuffers
Hun vliegtijd zit er vrijwel op, maar ik wilde jullie deze metallic blauwe juffers nog even laten zien. Ik filmde ze afgelopen augustus in Limburg. Hoewel ook in het westen van Nederland genoeg water te vinden is (misschien wel meer dan in de oostelijke provincies), komen de weidebeekjuffers er niet voor. Dat heeft te maken met de eisen die ze aan hun leefomgeving stellen. Ze houden van zonnige plekken in stromend water met veel waterplanten. Ze zoeken bij voorkeur beekjes op met een natuurlijk verloop, waar op sommige plaatsen het water wat sneller stroomt en op andere plekken minder snel. De volwassen juffers zitten graag op de oeverbegroeiing, mannetjes geven er regelmatig een show door te klapperen met hun vleugels. Drijvende waterplanten zijn van belang voor het afzetten van de eitjes. De sloten in het westen van het land voldoen meestal niet aan deze eisen. Ze zijn vooral gegraven voor de waterafvoer, om het laag gelegen land droog te houden. Die sloten moeten daarvoor een bepaalde diepte hebben en niet te veel begroeid zijn met waterplanten. Dat wordt door de waterschappen gecontroleerd. Tijdens de jaarlijkse schouw (meestal vanaf 1 november) moeten de wateren op orde zijn. De waterschappen onderhouden zelf de grote sloten, maar wanneer iemand een of meer kleinere sloten op zijn terrein heeft, dan moet hij de sloten zelf 'schonen' (baggeren). Om het overstromingsgevaar te beperken is dat een noodzakelijke maatregel, maar voor weidebeekjuffers is het geen geschikte terrein. Kijk voor meer informatie over deze juffers op libellennet.
maandag 19 september 2016
De herfst komt er aan
De andere vlindersoort in het filmpje, de atalanta, moet nog goed bunkeren. Want net als sommige vogels, gaat dit tere diertje binnenkort op trek om in Zuid-Europa te overwinteren. De nakomelingen zullen daar als ei, rups of pop overwinteren en in het voorjaar als vlinder de tocht naar het noorden ondernemen. Atalanta's houden behalve van nectar ook van rottend fruit, dus met een vergeten appeltje of peertje dat weg ligt te kwijnen op de fruitschaal doe je ze een groot plezier. In het filmpje zie je verder o.a. nog houtpantserjuffers en heidelibellen. Ook de paardenbijter is een libel, je herkent 'm aan het gelige spijkervormige vlekje vlak onder het borststuk. Deze libel kun je nu nog volop zien.
zaterdag 10 september 2016
De polder ontwaakt
Door de wekker, die weliswaar niet voor mij ging, werd ik vroeg gewekt vandaag. Nog voor zonsopgang ben ik naar de Molenviergang in Aarlanderveen gereden. Twee uur heb ik gestruind, gefilmd en gezien hoe het polderland langzaam tot leven kwam in de gouden gloed van de opkomende septemberzon. Een perfect begin van het weekend. Ben jij even toe aan een 'zenmoment'? Bekijk dan het filmpje. Let op de kwikstaarten aan het eind: het kroosdek is zo dik dat ze in feite op het water lopen. Ze zakken bij elk stapje dat ze zetten een beetje weg. Sommige spreeuwen in de film hebben nog bruine koppen, zij zijn in overgangskleed van hun bruine jeugdveren naar het zwarte verenpak van de volwassenen. dinsdag 30 augustus 2016
Balletvoorstelling in de tuin
Het was gisteren een zwoele augustusavond, de zon ging prachtig onder terwijl we aten op ons terras. Een paar dagen eerder had ik in de nieuwsbrief van Nature Today gelezen dat eendagsvliegen massaal waren uitgeslopen bij de grote rivieren en de zwermen die zo ontstaan noemen we 'zomersneeuw'. Ik zag dat al eens in een film van Ruben Smit (de Levende Rivier) en zou het graag live meemaken. Maar op de gok, op een doordeweekse dag, naar de andere kant van het land rijden om - mogelijk - die eendagsvliegen te zien ging ook wat ver. Toen de zon in de tuin verder zakte, verlichtte hij dansende insecten in de tuin van de buren. Zo kregen we onze eigen minishow van de paringsdans van de eendagsvliegen. De mannetjes verzamelen zich in wolken en vliegen op en neer. Ze stijgen daarbij enkele meters op (soms wel 10 meter) en laten zich dan vallen. Vrouwtjes zoeken die wolken op om te paren. Ze vliegen de wolk binnen en een mannetje klemt zich aan een vrouwtje vast. Samen kukelen ze naar beneden en voor ze de grond raken is er al gepaard. De taak van het mannetje zit erop. Hij heeft zijn dag gehad om het zo maar te zeggen. Het vrouwtje legt eieren in het water waar de larven opgroeien en als nimfen ongeveer een jaar leven. De eendagsvliegen leven als vliegend insect kort, maar niet per sé één dag. Het kan wel een week worden. Omdat ze zo kort leven zijn hun monddelen gedegenereerd, ze kunnen er niet mee eten. Overigens kregen we er nog een luchtshow bij, want boven ons hoofd vlogen wel vijftig huiszwaluwen die zich te goed deden aan dit insectenfeest. Ik heb geprobeerd die paringsdans te filmen, dat was nog geen sinecure want de beestje vliegen zo snel dat scherpstellen geen optie is. Ik heb de camera maar gewoon aangezet en zag wel wat er van werd. Dat bleek nog mee te vallen. De opnamen zijn vertraagd gemaakt (behalve het laatste deel van het filmpje), zodat je de elegante dans goed kunt zien. De beestjes lijken licht te geven, maar dat komt door de zon die ze van achteren bescheen.
Pad en meer op het tuinpad
Eerst diende het spoor zich aan: voor de keukendeur lag een poepje te glanzen, iets minder dan een centimeter in doorsnede en een centimeter of vier lang. Ik dacht eerst aan een egelpoepje maar daarvoor was het te groot, te bruin en te egaal. Afijn, de gedachte aan dat egelpoepje was dus meer 'wishful thinking', want ik wil graag een egeltje in de tuin. Padden hebben relatief grote uitwerpselen en zij voorzien deze van een grijszwart, dun 'modderlaagje'. Dat schijnt - als ze vers zijn - ook naar modder te ruiken, maar dat heb ik niet uitgeprobeerd. Binnenin vinden we de sporen van het paddendieet: insectenresten. Padden zijn dol op mieren, maar ook kevers, spinnen en wormen staan op het menu. Een aantal jaren geleden heb ik een etende pad kunnen bekijken toen in mijn tuin mieren uitvlogen. Het was een waar feestmaal voor het beestje. Zijn kleverige tong flitste keer op keer naar buiten om een mier op te pikken. Ik had toen nog geen filmcamera en het geheel speelde zich af in de schemering, dus de foto is niet scherp. Maar je krijgt een idee hoe het eruit ziet. Het duurde een paar dagen eer de pad-van-het-poepje zich in levende lijve aandiende. Ook hij (of zij) zat voor de keukendeur. Hij liet zich geduldig fotograferen voordat hij wegwandelde.
Abonneren op:
Posts (Atom)









