Soms maken we een meerdaags tripje met het doel om libellen en juffers te spotten in bijzondere natuurgebieden. Dat heeft tot op heden echter nog nooit echt goed uitgepakt. Het was altijd te nat, te koud of te winderig (of allemaal tegelijk) tijdens de hoogzomerdagen die we geboekt hadden. Ook nu zaten we net in die ene echte regenweek in Noord-Brabant om in de Kampina te zoeken naar libellen. Niets vloog, behalve wij als we de wind mee hadden op de fiets :). Op de laatste dag scheen er een mager zonnetje, de wind had maar kracht 2 en de temperatuur was aangenaam. We keken rond op landgoed Steenenburg, waar de ten onder gaande soldaten in de vijver herinnerden aan het failliete Land van Ooit. Niet alleen deze troep soldaten maar ook het pretpark had hier letterlijk zijn Waterloo gevonden.
 |
| Waterloo in de vijver van Landgoed Steenenburg |
Ik heb het pretpark 25 jaar geleden bezocht met mijn schoonfamilie en tegelijk met ons arriveerden twaalf touringcars, volgepropt met leden van de Belgische Bond van Grote Gezinnen. Met 8-10 kinderen per gezin was het een levendige boel :). Nu staan de beelden in alle stilte in het water. In de knieholte van één soldaat zat een groen kikkertje op te warmen in de zon. Bij groene kikkers is altijd lastig te bepalen wat voor soort het precies is, zoals ik in
dit blogje beschreef.
 |
| Groene kikker |
Er vlogen drie soorten libellen: de grote keizerlibel, de paardenbijter en heidelibellen, allemaal soorten die we 'thuis' ook kunnen zien. We liepen nog een rondje langs de eiken- en beukenlanen toen de volgende bui in alle hevigheid losbarstte. Toen was het weer gedaan met de libellen....
Steenrode en bruinrode heidelibellen kun je nu in vrijwel ons hele land zien, ook al doet de naam misschien anders vermoeden. Over deze soort kun je meer lezen in
deze blog.
Ook de paardenbijter is een vrij algemene soort, hoewel deze helaas behoorlijk achteruit gaat in aantallen. Deze libel herken je aan de gele 'spijker' op achterlijfsegment 2 (onder het borststuk).
 |
| Paardenbijter |
Het beestje kreeg de naam paardenbijter omdat de libel vaak dicht bij paarden en andere dieren vliegt om op vliegen, horzels en dazen te jagen. Van een afstand lijkt het daardoor alsof het dier het paard aanvalt of bijt. Maar dat is helemaal niet het geval.
In het boekje Terra Insecta las ik een paar interessante feiten over libellen. Leeuwen slagen in slechts één op de vier gevallen om een prooi te vangen. De grote witte haai heeft zo'n 300 tanden, maar zelfs dat helpt niet om elke prooi die hij wil te pakken: hij heeft slechts een slagingskans van 50%. Neem dan de libellen, zij grijpen hun beoogde prooi in maar liefst 95% van de gevallen. Yeah, insects rule :)! Libellen zijn dan ook oppermachtig in de lucht. De vier vleugels kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen: elke vleugel wordt aangestuurd door een eigen set spieren. Je begrijpt dus waarom libellen zo'n body builder borststuk hebben.
Die spieren kunnen zowel de vleugelslag als de richting bijsturen. Hierdoor zijn deze vliegkunstenaars in staat om vooruit, achteruit èn op en neer te vliegen en halen daarbij snelheden tot 50 kilometer per uur. Als het zo uitkomt hangen ze ook even stil in de lucht.
Een andere factor in hun jachtsucces zijn hun sublieme ogen.
 |
Facetogen van de steenrode heidelibel (te herkennen aan de zwarte 'hangsnor' langs de neus) |
Elk oog bestaat uit 30.000 (!) kleine oogjes, die naast kleur ook ultraviolet en gepolariseerd licht kunnen zien. De bolvorm zorgt voor zicht rondom. Hiermee zien ze ook elke fotograaf aankomen en dat maakt fotograferen zo lastig :), ik heb de libellen voor bovenstaande foto's dan ook heeeeel voorzichtig benaderd.
In dat kleine koppie zitten hersens die alle info die door de ogen binnenkomt razendsnel kunnen verwerken. Wij mensen kunnen twintig beelden per seconde verwerken, dan zien we alles in een vloeiende lijn, zoals in een film. Een libel kan tot driehonderd beelden onderscheiden en elk beeld zien. Daarbij kan het insect enorm goed focussen op prooien en kan ze haar snelheid en richting aanpassen tot dit eindigt in een succesvolle jacht.
En dat allemaal met een brein dat zo groot is als een rijstkorrel. Van de één miljoen zenuwcellen is 80% gericht op het verwerken van de beelden uit de ogen.
Tsja, zo kijk ik letterlijk weer met andere ogen naar libellen. En ik ben blij dat wij niet op het menu staan van deze sierlijke vliegers, want dan maakten we weinig kans....
Geen opmerkingen:
Een reactie posten