woensdag 13 mei 2026

Bijzondere plantjes uit de duinen - deel 2

In mijn vorige blog beschreef ik een aantal duinplantjes uit de Amsterdamse Waterleidingduinen. Het zijn plantjes die je door hun formaat snel over het hoofd ziet. Dit maal een aantal soorten die we zagen in Voornes Duin; die zijn iets opvallender qua grootte. 

Duinbos in Voornes Duin

Voornes Duin vind ik persoonlijk het mooiste duingebied van Nederland, met prachtige duinbossen, open vlaktes, vochtige duinvalleien en veel soorten planten en dieren. Volgens Natuurmonumenten is het zelfs het soortenrijkste gebied van Nederland!

Paarse schubwortel omgeven door bladeren van daslook en aronskelk

Allereerst een zeldzame plant die houdt van vochtige bossen. Tussen het daslook zag ik de opvallende kleur van de paarse schubwortel. Dat is een soort uit de bremraapfamilie. De schubwortel heeft geen bladgroen en geen bovengrondse stengels. Alleen in het voorjaar maakt hij zijn aanwezigheid kenbaar door de paarse bloemen die rechtstreeks uit de wortelstok komen. Planten zonder bladgroen zijn aangewezen op andere planten voor voeding, dat maakt ze tot parasieten. In het geval van de schubwortel leeft deze bij voorkeur op de wortels van populieren en wilgen, bomen die in natte bossen leven. Door de hoge waterstand wortelen die bomen oppervlakkig, dus de schubwortel kan er dan makkelijk bij om voedingsstoffen uit de boomwortels af te tappen. De waardplant ondervindt gelukkig niet zo veel last van dit parasitisme, omdat de paarse schubwortel bloeit en zaad vormt gedurende de lentesapstroom, waarna het bovengrondse gedeelte van de schubwortel afsterft. De plant produceert veel nectar, die alkaline (kalkrijk) is en ammonium (een stikstofverbinding) bevat. De alkalische omgeving zet het onschuldige ammonium om in het giftige ammoniak, dus daarmee is de nectar in dit geval niet zo begerenswaardig zou je zeggen. Inderdaad is dit een verdedigingsmechanisme tegen mieren en andere nectarsnoepers die de plant niet bestuiven. Hommels kunnen de nectar van de schubwortel wel verdragen, en als tegenprestatie zorgen ze voor bestuiving. 

Verschillende biotopen in Voornes Duin

In het open duin vond ik de zandpaardenbloem. Althans, ik zag een paardenbloem die er wat anders uitzag dan normaal: wat kleiner en de bladeren waren diep ingesneden. Natuurlijk moest ObsIdentify er aan te pas komen om de naam erbij te zoeken. De waarneming werd later nog eens door een mens bevestigd (gevalideerd op waarneming.nl). Nu zijn er honderden soorten paardenbloemen in Nederland (lees dit blogje er nog maar eens op na) en die zijn niet allemaal makkelijk van elkaar te onderscheiden. 

Zandpaardenbloem

Zandpaardenbloemen vind je op arme (duin)zandgronden en zijn wat bleker van kleur dan hun familieleden die in grazige weiden bloeien. De diep ingesneden bladeren zijn ook kenmerkend. De buitenste omwindselblaadjes (schutblaadjes) liggen aan tegen de bloem, hebben een bleke/witte rand en vertonen een bobbeltje of paarsachtig 'hoorntje' aan de top. Dat is enigszins te zien bij de uitgebloeide bloemen. Niet zichtbaar op de foto zijn de zaadjes, die zijn rood, roodbruin of donkerbruin gekleurd, in plaats van de typische olijfgroene/grijze kleur van de gewone paardenbloem.

We blijven nog even bij de gele bloemen. Ik ken veel soorten boterbloemen: de kruipende, scherpe en blaartrekkende boterbloemen bijvoorbeeld. Daarnaast zijn er nog de gulden boterbloem, de bosboterbloem en de behaarde boterbloem. Maar de boterbloem die glanzend bloeide op het zand, was geen van deze soorten. Het is de knolboterbloem. Knolboterbloemen komen op zowel vrij vochtige als droge grond voor. Meestal is de grond kalkhoudend en matig voedselrijk.

Knolboterbloem

De kelkbladen van de knolboterbloem slaan bij het opengaan terug tegen de gegroefde bloemsteel, dat gebeurt bij andere boterbloemen (behalve de behaarde) niet. Dat is natuurlijk niet zo maar, 't is weer een geweldige oplossing van moeder natuur. 

Omgebogen kelkbladeren en een gegroefde steel
bij de knolboterbloem
Foto: CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=121501

Hoe zit dat? Regendruppels helpen knolboterbloemen met hun bestuiving: druppels die op de bloem vallen, verplaatsen het stuifmeel naar de stamper. De gegroefde bloemsteel vormt een stut onder de bloem, wanneer die door vallende druppels wordt getroffen. De omgebogen kelkbladeren vormen een bekken waarop deze blijft rusten. Van grote druppels wordt het overschot aan water vanuit het midden van de bloem door de spleetjes tussen de (de grote gele) kroon-  en (onderste kleine gele) kelkbladeren naar de gegroefde steel afgevoerd. Op die manier verdwijnt het vocht zonder het kostbare stuifmeel mee te nemen. De naam komt trouwens - zoals je vast had vermoed - van een knolvormige opzwelling van de stengelvoet. 

Vochtige duinvallei

Langs een vochtige duinvallei liepen we richting het strand en de zee. In de berm vonden we een tamelijk zeldzaam plantje dat gebonden is aan brakwatergebieden: echt lepelblad. In een gebied waar zoet en zout water met elkaar in contact komen gedijt dit plantje optimaal. Vroeger kwam het veel voor bij de Zuiderzee en het Haringvliet op plekken waar rivieren in zee vloeiden. Met de afsluiting van de beide open wateren ging veel leefgebied voor dit plantje verloren. 

Echt lepelblad

Lepelblad bevat veel vitamine C en was daarmee al in de 15e eeuw populair als geneeskrachtige plant, onder andere bij het verhelpen van scheurbuik. Na invoering van de aardappel werd het aantal scheurbuikgevallen flink minder en nam het gebruik van lepelblad voor dit doel af. Tegenwoordig is het plantje zo zeldzaam dat oogsten voor consumptie niet meer verantwoord is. Fijn dat wij tijdens onze wandeling in ieder geval van dit uitbundig bloeiende plantje konden genieten door ernaar te kijken :). 

Geen opmerkingen: