woensdag 31 december 2025

Wintervogels luiden 2025 uit

IJs op sloten en ondiepe plassen

Eindelijk zijn er wat winterse dagen met nachtvorst en een dun laagje ijs. De winterzon lokte me op de één na laatste dag van het jaar naar buiten. Als er ijs ligt op de sloten, dan zijn vogels vaak wat beter zichtbaar. Ze zijn gedwongen om uit de beschutting te komen naar plekjes waar het water nog open is en ze zitten vaak in grote groepen bij elkaar. 

De afgelopen maanden kwam de trek van wintergasten naar ons land niet zo op gang, maar ik denk dat de Scandinavische storm Johannes toch wat vogels heeft doen besluiten om mildere oorden op te zoeken. Tijdens een rondwandeling in park Zegersloot zag ik namelijk voor het eerst dit jaar een flinke troep kramsvogels. Ik herkende de vogels aan hun 'tjekkende' roep. Ze deden zich te goed aan de laatste meidoornbessen die onze lokale vogels aan de struiken hadden laten hangen.

Kramsvogel

Net als de zanglijster heeft de kramsvogel een gespikkelde borst, maar de grijze rug, zwarte staart en kastanjebruine 'mantel' zijn heel kenmerkend voor deze soort. In het oosten en zuidoosten van ons land broeden ze in kleine aantallen. Die vogels gaan op de vleugels zodra het hier koud wordt; ze vertoeven dan langs de Rhône en Loire in Frankrijk. De kramsvogels die we hier 's winters zien komen uit Noord- en Oost-Europa. 

Tussen een paar takken bij een stukje open water zat een winterkoninkje. Door de naam zou je denken dat dit vogeltje nu op zijn best is. Maar niets is minder waar. Hij houdt namelijk helemaal niet van extreme kou en sneeuw. Deze vogels eten graag insecten en die zijn bijna niet te vinden in een strenge winter. Ze verliezen dan veel van hun vetreserves en kunnen uiteindelijk doodgaan. Dat er veel winterkoninkjes in Nederland zijn, is te danken aan ons gematigde klimaat. Waar komt hun naam dan vandaan?, vroeg ik me af. Ik denk dat niemand dat echt weet, dus is er een leuk verhaaltje bij verzonnen. De winterkoning dankt zijn naam aan een fabeltje: de vogels besloten ooit een wedstrijd te organiseren wie het hoogst kon vliegen. De winnaar zou de koning der vogels worden. Het winterkoninkje won op slinkse wijze: hij verstopte zich in de veren van een arend en toen die niet hoger kon, vloog hij nog een stukje verder. Daarom staat zijn staartje nog steeds fier omhoog. Dat verklaart de naam 'koning'. Dat 'winter' staat er volgens verschillende bronnen bij omdat het een van de weinige vogels is die in de winter zingen.

'Koning' door list en bedrog :)

Een andere vogel die ik wel eens betrap op een winterliedje is de roodborst. De meeste roodborsten die je nu ziet zijn wintergasten uit het hoge noorden. Onze zomerse roodborsten zijn vertrokken naar zuidelijker landen. Als die noordse gasten arriveren dan bezetten ze een territorium en zingen daarbij hun ijle liedje. Roodborsten zijn zo fel territoriaal dat ze alleen in de paartijd even een tweede vogel in hun territorium dulden. Ik zag er één tussen een wirwar van takken, zijn (of haar) rode borstje vlamde in de winterzon.

Roodborst

Wilde eenden zijn nu op hun mooist. Na de rui hebben de woerden (mannetjeseenden) een prachtige groene kop gekregen, die onder invloed van lichtval ook blauw(ig) kan ogen. De meeste paren zijn nu gevormd, hoewel ik nog enkele achtervolgingen zag van mannetjes die een concurrent verjoegen.

Hoe mooier de kop, hoe fitter de woerd

Na een drukke huwelijksmarkt in het najaar, lijkt nu de rust weergekeerd en rusten de eenden in groepen op het ijs.

Rustende wilde eenden

Natuurlijk moet zo'n mooi verenpak goed onderhouden worden. Deze eend maakte tijdens zijn bad een koprol: beentjes omhoog :).

Onder toeziend oog van een buurman neemt deze eend een bad

Voor vogels die van open water afhankelijk zijn voor hun eten, zijn vorstperiodes een harde tijd. Op dit moment zijn er nog voldoende wakken om eten in het water te vinden. Een volwassen reiger kwam net aangestapt vanaf de waterkant en had blijkbaar zijn maag gevuld. 

Deze volwassen reiger had net gevist bij een wak

Even verderop zag ik een juveniele blauwe reiger. Een eerstejaars blauwe reiger (juveniel) heeft een dof, grijs verenkleed met minder contrast, mist de lange, zwarte sierveren op de kop en heeft een minder opvallende tekening dan een volwassen vogel. Deze jonge vogel stond ingespannen naar een stukje gras te staren, op een manier zoals reigers meestal aan de waterkant staan.

Juveniele reiger op zoek naar prooi

Blauwe reigers eten alles wat zij in ondiep water (zoet, brak en zelfs zout) kunnen vinden: kleine en grotere vissoorten, rivierkreeft (tegenwoordig zijn dat allemaal exotische soorten), salamanders en kikkers. Soms eten ze ook mollen en muizen als ze deze te pakken kunnen krijgen. Ik vermoed dat deze vogel een muisje op het spoor was. Op een gegeven moment sloeg hij toe en slikte iets door. Maar dat ging zo snel dat mijn camera het bij de winterse lichtomstandigheden niet bij kon houden.

Welke prooi heeft de blauwe reiger te pakken?

In de polders hebben we de afgelopen weken ontzettend veel grote zilverreigers gezien, soms wel een stuk of 8 à 10 binnen één kilometer. Met hun ranke nek en slanke gestalte onderscheiden ze zich van de ook volop aanwezige knobbelzwanen. In Zegersloot stond er één te vissen. De grote zilverreiger is van oorsprong een vogel uit het oostelijke, mediterrane gebied. Inmiddels heeft deze hagelwitte reiger ook in Nederland zijn plekje gevonden, je ziet ze 's zomers vooral in de Oostvaardersplassen. In de winter komen daar grote aantallen wintergasten bij in de weidegebieden. Die vogels komen waarschijnlijk uit Oost- (Polen), Zuidoost- (Oostenrijk/Zwitserland) en Zuid-Europa (Frankrijk).

Grote zilverreiger

De grote zilverreiger dook op een gegeven moment naar een prooi. Of dat succesvol was, kon ik helaas niet zien. Het voedsel van deze reiger is divers: naast hun lievelingskostje vis, eten ze ook kikkers, muizen, kleine vogels en mollen. 

Duik naar een prooi

Met deze parade van wintervogels sluit ik het blogjaar 2025 af. Mijn blogs zijn bijna 40.000 keer gelezen in de afgelopen 12 maanden. Ik wil hierbij alle vaste lezers en toevallige bezoekers bedanken voor hun belangstelling en ik hoop dat jullie volgend jaar mijn blogs weer weten te vinden.

Goede jaarwisseling en de allerbeste wensen voor 2026!

woensdag 24 december 2025

Fijne kerstdagen onder de maretak

Recycling is een goede zaak, maar het reclycen van mijn blogs - daar doe ik meestal niet aan. Deze keer een uitzondering. Voor de kerstdagen, herhaal ik hieronder een paar leuke weetjes over de 'mistletoe' uit een blog dat ik vijf jaar geleden schreef. En deze keer als extraatje een link naar een filmpje waarin een grote lijster een parelsnoer van maretakbesjes uitpoept. 

Maretak

Menigeen kent de maretak van de kersttraditie 'kissing under the mistletoe'. Die traditie is waarschijnlijk ontstaan doordat de plant in de winter geheel groen blijft. Dat is vrij uniek in hartje winter voor een niet-naaldboom. Men zag het als een symbool van vruchtbaarheid en daarom werden de groene takken in huis gehaald. Volgens sommige bronnen moet men even vaak kussen als er bessen aan de tak hangen. Zoals je op de foto ziet, kan dat nogal wat zoenen opleveren :).

In de natuur dienen de bessen als voedsel voor vogels zoals lijsters, kramsvogels en pestvogels. Die eten de witte bessen vooral aan het eind van de winter, als de door hen geprefereerde rode bessen van andere struiken en bomen al op zijn.

De kleverige maretakbessen, die vrij snel na consumptie worden uitgepoept, hangen dan in de vorm van een parelsnoer uit het achterste van de vogel; besjes met stukjes slijm ertussen. Hoe dat eruit ziet, kun je bekijken in het filmpje via deze link. Als zo'n 'parelsnoer' aan een tak blijft hangen, is de kiem gelegd voor een nieuwe plant. Zo is het ook te verklaren waarom deze halfparasieten vaak wortelen op de zijkant of zelfs de onderkant van een tak. Het kiemworteltje, dat altijd de tak weet te vinden omdat het van het licht af groeit, dringt de schors binnen tot op het hout en zendt dan naar alle kanten wortels uit die onder de schors lopen. Uit deze ´schorswortels´ dringen zogenaamde ´zinkwortels´ door in de jonge houtlaag. De geelachtige groene stengels komen onmiddellijk uit de takken van de ´woonboom´ en vertakken zich vorkvormig. In elk vorkje zit een knop waaruit na een jaar een nieuw vorkje groeit. Het kost dus flink wat tijd om een bol te vormen.

Maretak in populieren

Hoewel ze vrij bros zijn kunnen ze toch weerstand bieden aan de winterstormen want hun bladeren zijn bij de voet altijd min of meer gedraaid. Hierdoor staan de bladdelen in verschillende richtingen en waait de wind in kleine luchtstromen langs de maretakbol.

Gebrek aan water is een probleem waarmee de maretak in de winter te kampen heeft. De gastheer kan in de winter nauwelijks water opnemen en afstaan aan de maretak. Dat lost de halfparasiet op met zijn leerachtige bladeren, die weinig water verdampen. En dat zorgt er ook voor dat een maretak zelfs in een verwarmde kamer lang groen blijft.

Tot slot een weetje voor de liefhebbers van Asterix en Obelix: de maretak is het belangrijkste ingrediënt van de toverdrank die druïde Panoramix bereidt en waar beide stripfiguren hun magische krachten aan ontlenen. Obelix is ooit in de ketel met toverdrank gevallen en heeft er voor zijn leven genoeg aan. Asterix moet regelmatig een shotje nemen als onderhoudsdosis.

Fijne feestdagen!

zaterdag 20 december 2025

Een zingende vlinder in je schuurtje

Hoe vlinders overwinteren verschilt nogal per soort. Sommige fladderaars overwinteren als eitje, zoals de sleedoornpage. Andere vlinders kiezen als rups een veilig plekje tussen mos, zoals de keizersmantel. Dan zijn er soorten die als pop tussen afgevallen bladeren liggen om het voorjaar af te wachten. Distelvlinders en atalanta's maken een lange reis naar warmer oorden om de winterkou te ontvluchten. Tot slot zijn er nog stoere vlinders die als imago onze winter trotseren. De stoerste van allemaal doet dit in de open lucht: de citroenvlinder. Kleine vossen en dagpauwogen kun je in de winter ook als vlinder aantreffen. Maar zij zoeken een beschutte plek op, zoals een koel schuurtje of onverwarmde zolder.

Dagpauwogen overwinteren in schuurtjes en zolders

Meestal heeft de dagpauwoog één generatie per jaar. De vlinders komen in februari en maart uit hun winterschuilplaats tevoorschijn en gaan op zoek naar een partner. Nadat de vrouwtjes eitjes hebben afgezet op brandnetel leggen de vlinders het loodje. De rupsen vreten zich vol met de bladeren van hun waardplant, de brandnetel. Dat is eigenlijk de enige plant die ze lusten. Vanaf eind mei tot in de loop van juni verpoppen de rupsen. In de maanden juli en augustus verschijnt de nieuwe generatie vlinders. Vaak gaan deze dagpauwogen even in zomerrust en komen ze in september weer tevoorschijn. Ze moeten in die periode veel nectar drinken om voorbereid te zijn op de lange winter. Dan wordt het tijd om een overwinteringsplek te zoeken. 

Zoek de dagpauwoog

De bovenkant van de vleugels van de dagpauwoog is bijzonder fraai en kleurrijk. De onderzijde is echter donkerbruin en met samengeklapte vleugels oogt de vlinder eerder als een verdord blad. Zo hoopt de vlinder door zijn camouflage in alle rust te kunnen vertoeven tot het voorjaar komt. Worden de dagpauwogen toch verstoord, dan klappen ze met hun vleugels waardoor de fel gekleurde bovenzijde te zien is. Ze hopen daarmee eventuele vijanden af te schrikken. Wat heel bijzonder is, is dat ze een 'zingend' geluid kunnen maken met hun vleugels, dat voor potentiële vijanden angstaanjagend klinkt. Het is een sissend geluid en als je een dagpauwoog in overwintering stoort kun je het horen. Je kunt dat echter beter bekijken in dit filmpje op YouTube, want overwinterende vlinders hebben het al moeilijk genoeg. Elke verstoring is er één te veel en vermindert de overlevingskansen van de kwetsbare vlinder.

Soms kiest een vlinder een ogenschijnlijk koel plekje uit in je huis, maar dan gaat er in de loop van de winter toch een verwarming aan in het vertrek en denkt de vlinder dat het lente is. Zet zo'n vlinder dan zeker niet gewoon buiten. Aangezien er geen nectarplanten bloeien kan de vlinder geen nieuwe energie tanken en zal hij sterven. Mocht je zo'n ontwaakte vlinder treffen, pak hem dan voorzichtig op en verplaats 'm naar een koelere plek waar hij verder kan rusten. Bedankt namens de dagpauwoog (of kleine vos) :).    

zondag 7 december 2025

Hoe zit dat precies met die duivenkrop?

In mijn vorige blog beschreef ik het foerageergedrag van onder andere kauwtjes en houtduiven. Beide soorten zochten voedsel onder de eikenbomen in het Alphense Weteringpark. De houtduiven slokten eikels in één keer naar binnen, de kauwtjes pikten wat in de rondte zonder dat ik precies zag wat ze aten. Na nog was leeswerk weet ik inmiddels dat de bek en slokdarm van de houtduif heel elastisch zijn, waardoor ze de eikels in hun geheel kunnen opeten. Zo'n elastieken slokdarm missen de kauwtjes (en andere vogelsoorten). Als zij een eikel willen eten, dan moeten ze hem in kleine stukjes lospikken en naar binnen werken. Afijn, dat was een duidelijke verklaring waarom de kauwtjes geen eikels doorslikten.

Houtduiven hebben een zeer flexibele bek en slokdarm

Het verhaal van die zestig eikels in de krop van één duif liet me echter ook niet los. En toen mijn man nog wat kritische vragen begon te stellen begreep ik dat nader onderzoek nodig was. Waar zit die krop precies?, vroeg hij. Hoe groot is-ie en wat is de functie van die krop eigenlijk? Ik stond grotendeels met mijn mond vol tanden. In een eerdere blog beschreef ik al eens hoe duiven voedsel produceren voor hun kroost in de krop. Deze duivenmelk is tamelijk uniek binnen het vogelrijk. Maar goed, daarmee waren de vragen nog niet beantwoord. 

Eerst dus maar eens uitzoeken waar de krop precies zit. Al snel vond ik via Wikimedia onderstaand plaatje uit een biologieboek uit 1901. Zo'n 125 jaar geleden (en waarschijnlijk al veel eerder) wist men waar de duivenkrop zit en ik leer het nu pas :).

Door Shipley, A. E. - Zoology;
an elementary text-book (1901), Wikimedia

De krop (nummer 4, voor zover je dit kunt lezen), zit na de slokdarm. Het is in feite een verwijd gedeelte van die slokdarm, waar het voedsel een tijdje kan worden bewaard. Behalve 'voorraadkast' is de krop ook belangrijk om het voedsel voor te weken.

Hoe gaat dat precies in zijn werk? Tilduivenbond Ons Belang heeft dat op hun site gedetailleerd beschreven. Voedsel komt door de snavel in de keelholte, waar speeksel wordt toegevoegd; daarin bevinden zich stoffen die een begin maken met de afbraak van koolhydraten in de eikel of ander voedsel. Via de slokdarm komt de eikel in de krop waar hij in het opgenomen water wordt geweekt. Eikel voor eikel gaat het voedsel naar de kliermaag. Een eikel is door het voorweken op dat moment nog groter dan toen de duif hem inslikte. In de kliermaag gaan verteringssappen (enzymen) aan het werk om de de boel verder afbreken, maar de eikel is nog steeds als zodanig herkenbaar. Een tweede maag, de spiermaag, zorgt voor het vergruizen van de eikel. Die spiermaag is een geribbelde buis met een harde keratinelaag. Toch kan die maag het niet alleen af. Om het voedsel letterlijk klein te krijgen eten houtduiven kleine scherpe steentjes die in de spiermaag meewerken tot de eikel een dunne brij is geworden die naar de darmen gaat. 

Zou het zaad van de meidoorn houtduifbestendig zijn?

Je kunt je voorstellen dat een duif in het algemeen geen goede zaadverspreider is. Bessen verstoppen hun zaden in een zoet omhulsel met het idee dat het vruchtvlees voor de vogel is en het zaad weer uitgepoept wordt (op een plek ver van de moederplant). Maar als je in de vergruizer bent geweest als zaadje is er niet veel van je over..... Toch hebben sommige planten zaden die de duivenmaag in zijn geheel doorstaan en ook nog kunnen kiemen. 

Uiteindelijk bleef het me intrigeren hoe zo'n gevulde krop met eikels en zaden eruit ziet. Ik heb een plaatje gezocht op Wikimedia dat een indruk geeft hoe volgestouwd zo'n krop kan zijn. Als je weer eens een houtduif ziet die zit te rusten op een tak, weet dan, dat zijn magen een flinke voedselvoorraad aan het verstouwen zijn! 

Foto: Theambivert20, CC BY-SA 4.0 Wikimedia

Ik hoop tenslotte dat dit verhaal jullie niet te zwaar op de maag ligt :). 

donderdag 27 november 2025

Alle troepen verzamelen

We naderen het einde van november..... Afgelopen weekend hadden we al een kort voorproefje van de winter. Toen ik vrijdag Den Haag binnen reed was de weg bedekt met natte sneeuwblubber en ik benijdde de voorzichtig manoeuvrerende fietsers niet. Maandag liep het kwik weer op naar 7 graden. Maar toch is er iets veranderd. De bomen zijn grotendeels kaal en het riet kleurt goudgeel in het winterzonnetje. Hoe dan ook komen er gure tijden aan.

De takken zijn kaal en het riet is verdord

Tijdens een kort wandelingetje in het park zag ik hoe de vogels zich aan het voorbereiden zijn op de winter. Dat komt grotendeels neer op 'pakken wat je pakken kan' (in twee opzichten waarover later meer :)). Allereerst viel mij een meerkoet op die rond een dode vis zwom. De koet probeerde dit aas te eten; de vis was te groot om op te tillen, dus hij of zij moest er stukjes uit pikken. Natuurlijk verdween de vis dan door de druk van de snavel onder water. En floepte vervolgens een stukje verderop weer naar het oppervlak. Meerkoeten eten vooral waterplanten en gras. Wanneer er jongen zijn worden ook waterdieren, zoals slakken en visjes, gevoerd en gegeten. Maar dat is meestal klein spul. Dat deze meerkoet zich aan een grote (dode) vis waagde was bijzonder. ik heb het in ieder geval nooit eerder gezien. 

Meerkoet probeert een vis te verschalken (de witte 'vlek' naast de koet)

Onder de eikenbomen waren twee vogelsoorten de laatste eikels aan het verschalken. Een paar weken geleden werd met veel bombarie, bladblazers en veegwagens de eerste hoeveelheid herfstbladeren weggehaald. Inmiddels ligt de grond onder de bomen weer vol met blad en blijkbaar zitten er nog genoeg eikels tussen voor een strooptocht. 
Allereerst zag ik de houtduiven hun krop volproppen. De houtduif in het midden van de foto slokt net een eikel naar binnen. Die rechts onder de boomstam heeft er één in zijn krop, kijk maar naar de dikke keel. In De Gelderlander las ik dat er ooit een houtduif is aangetroffen met 60 (!) eikels in zijn krop. Dat is natuurlijk niet gemiddeld en klinkt bijna als een 'broodje aap'-verhaal. Op een online duivenmarktplaats las ik deze tekst: "het is onvoorstelbaar hoeveel eikels houtduiven kunnen eten, ik schoot er in de jaren 80 een met 26 in de krop, het was in een droog jaar, de eikels waren niet erg groot, de smaak van deze duiven was perfect." Dus de duif at in dit geval wat maar de jager ook.... 

Een andere reactie op deze site luidde: "Over de eikels, ik geef ze nu ook weer aan mijn kweekduiven. Houtduiven eten ze zelfs heel op en kijk eens hoe ze glanzen in de winter. Mijn devies, haal zoveel mogelijk uit de natuur, kijk naar de vogels om je heen wat ze tot zich nemen. Hier kun je een heleboel van leren en gebruiken. Succes.". 

Houtduiven eten eikels

Niet alleen de houtduiven maar ook een troep kauwtjes was druk aan het foerageren tussen de eikenbladeren. Wat zij daar oppikten kon ik niet precies zien. 

Kauwtjes zoeken eensgezind voedsel tussen de eikenbladeren

Kauwtjes eten eikels, maar geven de voorkeur aan het foerageren in open terrein (zoals gazons) voor insecten, zaden en afval. Het zijn echte opportunisten die pakken wat ze te pakken krijgen; blijkbaar was het vandaag de moeite waard om tussen de bladeren te zoeken. 

Scharrelende kauwtjes

Tenslotte was er nog een grote groep vogels in het park. Die waren niet bezig met voedsel zoeken; ze wilden iets anders te pakken krijgen. Voor de wilde eenden is het nu tijd om een partner te zoeken. Vorig jaar schreef ik begin december al eens een blog over de scheve verhoudingen tussen de mannetjes en vrouwtjes van wilde eenden (grofweg 2 op 1). Nou, dat is nog steeds zo. Een troepje eenden kwam uit het water en ze maakten haast. Het bleek dat een stuk of zeven mannetjes hun best deden om in de gunst te komen van één van de drie vrouwtjes. Dat mislukte want de vrouwtjes vlogen op. De woerden (mannetjes) gingen er meteen achteraan.

Welk mannetje zullen de vrouwtjes kiezen? In dit geval: nog geen :)

In de sloot zag ik veel eenden, die ik kon verdelen in twee groepen. De ongepaarde mannetjes groepten samen bij vrouwtjes om hun kans om een stel te vormen zo groot mogelijk te maken.

De woerden houden de vrouwtjes in de gaten

Er waren echter ook al paartjes te zien. Het mannetje van zo'n stel gedroeg zich rustig en pronkte met zijn prachtige broedkleed; de kop glanzend blauw of groen, afhankelijk hoe het licht valt.

Eenmaal een paartje, dan kunnen ze het rustig aan doen

Waar de andere mannetjes voortdurend alert moeten zijn om 'aan de vrouw te komen', kon dit mannetje het zich permitteren om een bad te nemen. 

Even badderen

Aan het eind van de wandeling zag ik een kokmeeuw die al trappelend zijn kostje bij elkaar zocht, hopend op regenwormen die door de trillingen naar de oppervlakte van het gras komen. Bekijk hiervan een filmpje in deze blog.
Hij had geen gezelschap, maar ook geen concurrentie. Dus misschien lukte het juist deze vogel wel het allerbeste om te pakken wat hij pakken kon!

Kokmeeuwen hebben 's zomers een bruine kop
 en in de winter de bruine vlekjes
die ook wel 'koptelefoontjes' worden genoemd.


woensdag 12 november 2025

Een bos met herinneringen

Steile hellingen in het Stammenderbos

Bij het opruimen van een stapel tijdschriften vond ik het boek 'Paradijs in de polder - ontdek wat landschap je vertelt' van wereldreiziger en biologe Arita Baaijens terug. In het boek staan allerlei oefeningen om het landschap om ons heen op een andere manier te bekijken. Ik had het een paar jaar geleden gekocht en bladerde het nog eens door. Een van de oefeningen is om zo veel mogelijk te weten te komen over de geschiedenis van een gebied. Ik werd getriggerd door de zin 'Voeg naar naar hartelust eigen herinneringen en ervaringen toe'. Het zette me aan het denken over het Limburgse Stammenderbos en Danikerbos. Ieder ander ziet er misschien niks meer in dan twee snippers bos, die -omdat ze op steile hellingen liggen die niet voor landbouw geschikt zijn- de dans van ontginning konden ontspringen.

Voor mij hebben die snippers bos echter een grote(re) betekenis en ik bedacht dat dit komt door de herinneringen die ik sinds mijn jeugd aan die bossen verbind. Hoe ik bladeren van verschillende bomen zocht, droogde en netjes in een schrift plakte. De beukenbladeren, die een dik dek vormden omdat ze langzaam verteren. Ik wilde graag naar het beukenbos om dan sloffend zo diep mogelijk in dat bladerdek te verzinken tot ver boven mijn enkels. Het geritsel en de opstuivende bladeren zijn in mijn geheugen verankerd. 

Sloffen door gevallen beukenbladeren

Ik dacht aan de keer dat mijn zus en ik tikkertje speelden met mijn vader in het bos. Hij stapte in een kuiltje en scheurde zijn enkelband. Wij waren te klein om hem te ondersteunen en er waren geen mobiele telefoons om hulp te vragen. Hij bond een zakdoek om zijn enkel en de pijn moet niet te harden zijn geweest toen we terugliepen naar huis. Zijn enkel heeft nog weken in het gips gezeten.

Eekhoorntjes

In het bos zag ik mijn eerste eekhoorntjes, die er vroeger heel talrijk waren. In de afgelopen jaren kwam ik ze daar niet meer tegen en ik kan ook geen sporen van ze vinden in de vorm van afgekloven dennenappels. Misschien ligt dat aan het feit dat het aantal dennen in het bos steeds minder wordt.

Bij het dennenbosje was in mijn jeugd een kale zandhelling, waar mijn zus en ik koprollend vanaf gingen. Onze kleren, huid en haar waren na afloop grijszwart van de bosgrond. Inmiddels heeft de natuur die helling weer in beslag genomen. Pionierbomen zoals de berk hebben het zand vastgelegd en verdere erosie voorkomen. Ze breiden hun areaal uit nu veel oude dennen zijn bezweken. 

Berken nemen bezit van kale bosgrond

Als we vanuit huis naar het Stammenderbos liepen, markeerde een kolossale paardenkastanje de 'ingang' naar het bos. Mijn neef noemde hem toen hij klein was de 'Jezusboom' vanwege het veldkruis dat tegen de boom staat :). Ik ging er elk jaar kastanjes rapen in de herfst. 

De paardenkastanje in volle glorie, op de achtergrond het Stammenderbos

De Geleenbeek verbindt het Stammenderbos met het Danikerbos. In de jaren '60 werd de Geleenbeek voorzien van een betonnen bedding om zo snel mogelijk het afvalwater van de kolenmijnen weg te loodsen. Het water was zwart en schuimde van de verontreiniging. Er waren geen beestjes meer in te vinden. Inmiddels is dat tij gekeerd. Het beton werd weggehaald, het water gezuiverd en de oevers zijn diervriendelijk gemaakt. Nu is de Geleenbeek een pareltje in het landschap. Dat weidebeekjuffers zich weer laten zien is teken van uitstekend herstel.

De Geleenbeek is nu een parel in het landschap

De weidebeekjuffer is terug bij de Geleenbeek

Vaak begonnen onze wandelingen in het Stammenderbos en over het plateau bij Puth liepen we vervolgens naar Daniken. De jubelende veldleeuweriken begeleidden ons bij de oversteek op het plateau tussen de akkers. Dit rondje was ook de eerste wandeling die ik met mijn man in Limburg maakte :). De holle wegen rond het Danikerbos zijn zo schilderachtig dat ze doen denken aan het werk van oude meesters.

Holle weg bij Daniken

Toen we eens op een warme dag heel vroeg op pad gingen hoorden we er zo waar een wielewaal, die ondanks zijn opvallende gele kleur helaas onzichtbaar bleef. 

Ergens in deze bomen zat de zingende wielewaal

Toen ik zo een aantal herinneringen de revue liet passeren merkte ik hoe de geschiedenis van deze bossen is verweven met mijn eigen geschiedenis. Het is de plek in Nederland waar ik het meest tot rust kom en waar talloze onzichtbare draden mij verbinden met de natuur. Hoewel er meer plekken in Nederland zijn waar ik regelmatig kom, kan niks tippen aan deze dierbare snippers bos. 

Heb jij ook een favoriete natuurplek? Laat het me weten door een reactie te plaatsen onder dit blog!

woensdag 5 november 2025

Trekkende pimpelmezen

Wandelen in Hollands Duin bij Noordwijk

Toen we 22 oktober door Hollands Duin wandelden zagen we constant troepjes kleine vogels vliegen. Het duurde even eer we doorhadden dat het pimpelmezen waren. Ik was erg verbaasd want ik verwachtte van alles tijdens de trekperiode, maar geen pimpelmezen. Pimpelmezen zijn geen goede vliegers en ze verplaatsen zich langzaam, van bosje naar bosje. Dat zagen we in de duinen zelf gebeuren. De verbazing bleef nog wat na-ijlen maar ik stond er verder niet zo bij stil. Tot ik de nieuwsbrief van Sovon (een organisatie die vogelonderzoek doet) op 30 oktober in mijn mailbox kreeg: "Niet eerder vertoonde pimpelmezeninvasie in Nederland" luidde de kop boven het bericht (bekijk hier ook even de foto van Thijs Glastra). Mijn interesse was meteen gewekt. Met name in de kustgebieden werden ongekende aantallen pimpelmezen waargenomen, iets dat nog nooit eerder in deze omvang is vastgesteld in Nederland! En wij waren daarvan getuige geweest.  

Pimpelmees in mijn tuin

Op 18 oktober 2025 werden op Vlieland ruim 50.000 pimpelmezen geteld. De tellers gaven aan dat dit een voorzichtige schatting is, waarschijnlijk waren het er meer. Op Texel en Ameland werden ook nog eens tienduizenden langstrekkende pimpelmezen genoteerd. Dit maakt het aannemelijk dat er enkele honderdduizenden (!) pimpelmezen rondvlogen in het noordelijke kustgebied. 

Kaartbeeld van de getelde Pimpelmezen
 op de trektelposten in Nederland
periode 16 tot 29 oktober 2025. Bron: trektellen.nl

De vraag is dan natuurlijk: waar komen die pimpelmezen vandaan en waarom trekken ze dit jaar in zulke uitzonderlijke aantallen? Half september werden er hoge aantallen pimpelmezen in Estland waargenomen. Ruim 32.000 pimpels - een nationaal record voor Estland - vlogen in zuidwestelijke richting, een eerste indicatie voor de herkomst. Ook informatie van de ringstations kan helpen verklaren waar de mezen vandaan komen. Op Vlieland werden op 18 oktober zo'n 2500 pimpelmezen gevangen, daar zaten 15 geringde exemplaren bij: zeven uit Litouwen, vier uit Rusland, twee uit Duitsland, één uit Frankrijk en één uit België. Ook op andere Nederlandse ringstations werden met name ringen uit Litouwen en Rusland afgelezen. Op basis van deze ringgegevens en de trekbewegingen in Estland neemt Sovon aan dat het merendeel van de pimpelmezen uit West-Rusland en de Baltische Staten komt.  

Waar komt deze pimpelmees vandaan?

Dan is het gissen wat deze trekbewegingen in gang heeft gezet. Dat is natuurlijk nooit precies na te gaan, want we kunnen het niet aan de pimpelmezen vragen :). Sovon vermoedt dat het een combinatie van factoren is. Een milde winter en een droge zomer kan bij mezen zorgen voor een goede overleving en groot broedsucces. Als deze omstandigheden zich meerdere jaren herhalen, is de kans groot dat er uiteindelijk zoveel pimpelmezen zijn dat voedselschaarste ontstaat. Met andere woorden: het te grote broedsucces werkt nu in het nadeel van de meesjes. 

De pimpelmezen deden op hun trekroute ook tuinen aan. Ik las dat sommige mensen tot wel 200 mezen in hun tuin hadden! Ik heb mijn vogelhuisje maar weer een gevuld met (biologisch) voer. Wie weet komen ze ook even binnenwippen in mijn stadstuintje. In ieder geval zaten er ook al twee koolmezen op de uitkijk naar een makkelijk hapje. 

Koolmezen


zaterdag 1 november 2025

Kokkels hebben hittestress

Hollands duin bij Noordwijk

De dag voor de storm Benjamin ons land passeerde wandelden we door een zonnig Hollands Duin bij Noordwijk. De lucht was grotendeels blauw, de wind niet te hard en op het slangenkruid waren zowaar nog akkerhommeltjes actief. 

Akkerhommel op slangenkruid

Het was flink klimmen en dalen door de golvende duinen. Vergezichten en bospartijen wisselden elkaar af en uit-de-wind-in-de-zon was het flink puffen geblazen op deze oktoberdag. Het kwik steeg rond het middaguur naar 17 graden. We streken neer bij een strandtent om te lunchen. Tegen de tijd dat we aan de koffie toe waren pakten donkere wolken zich samen aan de zuidelijke horizon, als een voorbode van de storm die ons morgen te wachten stond.

Regen op komst

We besloten toch nog een stukje langs het strand te lopen. Er lagen niet veel schelpen, maar op één foto kon ik toch vier verschillende soorten vastleggen. Naast de Amerikaanse zwaardschede (de langwerpige schelp) zie je gebandeerde halfgeknotte strandschelpen, een nonnetje (met het roze puntje) en de geribbelde kokkel. De Amerikaanse zwaardschede, die - zoals de naam doet vermoeden - niet van nature in Europa voorkomt is een geduchte concurrent voor de kokkel, want hij eet de larven van de kokkels op. Daarmee komt de succesvolle voortplanting van de kokkels in gevaar. 
Dat is niet de enige bedreiging voor de kokkels. Door onze hetere zomers lopen deze weekdieren weefselschade op die tot de dood van de kokkels kan leiden. Op Eoswetenschap.nu las ik hier een artikel over. Net als mensen hebben kokkels te lijden onder celschade door UV-straling van de zon. En net als wij hebben ze daar herstellend vermogen voor. Maar dat herstelvermogen van de kokkels vermindert sterk onder invloed van warmte. Ze worden zwakker en beginnen te sterven. Zodra er kokkels gaan sterven kan de situatie snel verergeren. ‘Door de rotting komt er een zuurstoftekort in het water, en dat terwijl de schelpdieren koudbloedig zijn. Hoe warmer het wordt, hoe sneller het metabolisme van die beesten gaat. Als er dan geen zuurstof is, dan is dat dodelijk.’ , aldus de onderzoekers. 

Kokkel: in het midden

Dat de hete zomers van de afgelopen jaren de kokkel parten spelen, heeft veel te maken met zijn speciale plekje in de getijdenwateren. ‘Hij leeft vrij hoog op de platen en zit in de bovenste zeven centimeter van de bodem.’ Verkoeling moeten ze hebben van het opkomende water. Als ook dat al erg warm is, koelen ze te weinig af en kunnen ze minder goed de schade herstellen.’

Kokkels leven op geringe diepte in het zand

Tijdens een vakantie in Griekenland spoelden er twee levende kokkels aan op het strand. Bij levende kokkels zijn de kleppen gesloten en als je ze van opzij bekijkt zie je een hartvorm (soms worden kokkels daarom ook wel hartschelpen genoemd). De kokkels wilden er natuurlijk vandoor gaan, want een plastic bakje is niet hun normale leefgebied. Hierdoor konden we de knaloranje 'voet' van het dier goed bekijken. Deze voet is een spier die de kokkel kan uitsteken om zich uit zand te trekken of om dieper in de zanderige bodem te gaan zitten. Het dier gebruikt de voet om zich te verankeren en zichzelf te begraven, zodat het beschermd is tegen golven en roofdieren. Het voedsel wordt verkregen via sifo's (buisjes) die boven het zand uitsteken. Hiermee filtert de kokkel plankton en algen uit het water. Die zijn op de foto niet te zien. 

Levende kokkels, de onderste heeft zijn voet buiten de schelp gestoken

Als je kokkelschelpen op het strand vindt, zijn die lang niet altijd van recent gestorven dieren. In dat laatste geval zitten de kleppen meestal aan elkaar en zijn er vleesresten in de schelp te vinden. Veel kokkelschelpen op onze stranden zijn fossiel (dan zijn ze ze minimaal 10.000 jaar oud) of subfossiel, die zijn tussen de drie- en zesduizend jaar geleden dood gegaan. Al je een schelp tegen het licht houdt en het licht schijnt er doorheen, dan heb je waarschijnlijk een nieuwe schelp te pakken. Anders heb je een fossiel in handen. Onderstaande schelpen lieten in ieder geval geen licht door. De kokkels zoals wij die kennen leven al 2,5 miljoen jaar in de Noordzee. Dat is onvoorstelbaar lang. Hopelijk wordt de grond (en het water) hen niet te heet onder de voet(en), zodat ze nog lang in onze wateren kunnen vertoeven.