woensdag 14 januari 2026

Waarom verschillen vogelogen van kleur?

Tijdens de kerstvakantie liepen we ons traditionele rondje in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Daar zijn rond deze tijd een aantal wintergasten te bewonderen, soms in grote aantallen. Zo zagen we zeker een stuk of vijftig krooneenden. De mannetjes zien er opvallend uit met hun vosrode kop, felrode snavel en ... ook rode ogen (als je op de foto klikt kun je deze in groter formaat bekijken). En nog een tip voor e-mailabonnees: als je in de mail van follow.it na 'click to read' op de titel van mijn blog klikt ga je meteen naar mijn blog. Hiermee vermijd je de reclame en bovendien weet je zeker dat je mijn hele blog leest.

Mannetjes krooneend met felrode snavel en dito oog

Ook tafeleendenmannetjes hebben een roodachtige kop en een rood oog, maar het verenkleed van deze eenden heeft verder alleen grijs/zwarte tinten. Zowel hun lijf als hun snavel heeft het kleurschema zwart/grijs/zwart. Een handig ezelsbruggetje! Ze danken hun naam aan het feit dat ze als smakelijk eendje vroeger vaak op (eet)tafels prijkten in gebraden toestand. 

Mannetjes tafeleenden

Ook de brilduiker is altijd een mooie verschijning. De witte wangvlakjes vormen het brilletje. Vanwege de gele ogen wordt dit eendje in Engeland 'golden eye' genoemd. De komende weken laten deze eendjes prachtig baltsgedrag zien, dat kun je bekijken in het filmpje bij dit blogje

Brilduiker

Afijn, je voelt vast de waarom-vraag aankomen na de beschrijving van bovenstaande eenden: rode ogen, gele ogen - waarom hebben vogels zulke verschillende oogkleuren? 

Natuurlijk zijn er nog meer kleuren dan rood en geel. Wat vind je van de blauwgroene kijkers van deze aalscholver? Dat zou je misschien niet verwachten als je een aalscholver van een afstand bekijkt, want dan lijkt de hele vogel zwart. 

Europese aalscholver

En dan te bedenken dat niet alle aalscholversoorten dezelfde oogkleur hebben. Hun opvallende irissen variëren van turkoois (dubbelkuifaalscholver) tot saffierblauw (Brandt's aalscholver), bosgroen (Europese aalscholver - die zie je hierboven), dieprood (langstaartaalscholver) en zelfs een tweekleurig oranje-groenblauw zonsondergangpatroon (bankaalscholver). Die leven verspreid over de wereld, dus in Nederland kom je die niet allemaal tegen. 

Ik ging eens op zoek naar informatie over dit fenomeen en vond een artikel van de British Ornithologists’ Union. Zij hebben gegevens uit 100 jaar vogelogenonderzoek bestudeerd en komen vooral tot de conclusie dat veel nog onbekend is. Maar ik kan toch wat dingen melden over het ontstaan van de kleuren en de functie ervan.

Allereerst maar eens over de kleuren zelf. Die informatie is vooral een opsomming van veel vakterminologie. Je hebt misschien wel eens gehoord van de pigmenten melanine (zwart, bruin, grijs, roodbruin) en carotenoïden (rood, geel, oranje). Deze zitten in vogelveren, maar komen ook in vogelogen voor. Daarnaast zijn twee andere soorten pigmenten – pteridinen en purinen –  verantwoordelijk voor veel felgekleurde vogelogen. Een verscheidenheid aan andere factoren, waaronder bloedvaten, collageenvezels, cholesterolkristallen, lipidedruppels (vetachtige stoffen) en structurele elementen, kunnen ook bijdragen aan de oogkleur. Dat is een hele mond vol. Onthoud dus vooral dat het heel complex is :).

Blauwe reiger

Om het nog ingewikkelder te maken ontstaan gelijke kleuren niet altijd op dezelfde manier. Dus de rode ogen van de krooneend en de tafeleend kunnen in theorie op verschillende manieren gecreëerd worden in het vogellichaam. Van de meeste vogelogen is dat nog niet bekend overigens. De wetenschappers hebben dit uitgezocht voor 180 soorten, maar voor 98% van de vogelsoorten moet dit nog ontrafeld worden. 

Dan is natuurlijk de vraag waarom er zoveel kleuren zijn in vogelogen. Er worden studies gedaan of de zichtbare kleur van de iris van invloed is op de hoeveelheid licht die het netvlies bereikt. Dit zou de gezichtsscherpte kunnen beïnvloeden of misschien effect hebben op de verblinding die vogels ervaren.

Roodborst

Aan de andere kant hebben studies naar uilen en holenbroedende vogels de mogelijkheid geopperd dat oogkleur verband houdt met camouflage, waarbij kwetsbaardere soorten zoals dagrustende uilen en open nestelende zangvogels donkerdere, minder opvallende ogen hebben.

Ransuil

Bij veel vogels speelt signalering mogelijk een grotere rol in de evolutie van oogkleur. De opvallende oogkleuren van sommige paradijsvogels, prieelvogels en aalscholvers lijken, net als kleurrijke veren, te ontstaan ​​door seksuele selectie. Omdat oogkleur binnen een soort varieert, zou het (ook) kunnen dienen als een indicator van leeftijd, geslacht of partnerkwaliteit. 

Jan van Gent met jong (dat nog geen grijsblauwe ogen heeft)

Tenslotte zou het simpelweg een aankondiging van aanwezigheid kunnen zijn: een experiment met kauwen toonde aan dat hun heldere ogen rivalen ervan weerhielden hun nesten te naderen. Het zou fijn zijn als dat bij mensen ook zou werken; dat een priemende blik ongewenste individuen op afstand houdt.... 

Ik raad je aan om de komende tijd vogels maar eens diep in de ogen kijken. Wie weet wat voor mooie kleuren je daarbij ontdekt!

woensdag 7 januari 2026

Vier weetjes over sneeuw

Nu vrijwel het hele land voorzien is van een witte laag - met alle voor- en nadelen van dien - vertel ik je een aantal weetjes over sneeuw.


Alle sneeuwvlokken zijn uniek

Een sneeuwvlok ontstaat als een extreem koude waterdruppel bevriest rond een stof- of stuifmeeldeeltje. Er ontstaat dan een ijskristal. Terwijl dit ijskristal zich door de wolken beweegt, vriest er waterdamp aan het kristal. Als het water op die manier bevriest vormen de moleculen telkens zeshoekige figuren. Omdat er steeds watermoleculen bij komen, ontstaan takken aan elk van de zes zijden. Zo ontstaat een sneeuwvlok die zwaar genoeg is om naar beneden te vallen. Terwijl de sneeuwvlok valt zijn er veel variabelen die de vorming van de sneeuwvlok beïnvloeden. Kleine verschillen in temperatuur, luchtdruk, wind en dergelijke zorgen dat elke sneeuwvlok een unieke vorm krijgt. Om één sneeuwvlok te maken kunnen wel 100.000 waterdampdruppels nodig zijn. In een publicatie van Jennifer Harbster (Head of the Science Section in the Library of Congress’s Science and Business Reading Room) las ik dat in een land als de Verenigde Staten elke winter 1 quadriljoen sneeuwvlokken vallen (dat is 1 met 24 nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000). En dat nog eens x 100.000 waterdampdruppels; dat zijn duizelingwekkende getallen. 

Elke sneeuwvlok is uniek. Hier zie je één van de zes zijden. 
Deze foto heb ik gemaakt met een macrolens

Sneeuw dempt geluid

Niets is magischer dan 's ochtends als eerste mens naar buiten te gaan in een vers besneeuwde wereld. Naast de pracht van zo'n onaangeroerde witte deken, ervaar je ook een stilte die er normaal niet is. Hoe komt dat? Een sneeuwvlok bestaat dus uit een heleboel ijskristallen die aan elkaar geplakt zitten. Naast deze ijskristallen bestaat een sneeuwvlok ook voor een groot gedeelte uit lucht. Geluiden worden door de lucht in de sneeuwvlok geabsorbeerd in plaats van weerkaatst waardoor het letterlijk stiller wordt als er sneeuw ligt. 

Sneeuw dempt geluid door de luchtkamers in een sneeuwvlok

Lopen in de sneeuw veroorzaakt geluid

Onaangeroerde sneeuw zorgt voor extra stilte. Geniet er maar even van voor je je eerste stap zet. Want zodra je voeten de sneeuw raken trap je de vlokken kapot. De wrijving van de ijskristallen tegen elkaar veroorzaakt het knerpende geluid bij elke stap die je zet. Hoe verser en kouder de sneeuw, des te meer gekraak je zult horen. Platgetreden sneeuw kraakt niet meer.

Lopen in de sneeuw

Een sneeuwvlok valt in wandeltempo

Een sneeuwvlok valt met ongeveer 5 kilometer per uur uit de lucht. Tijdens een storm kan dat wat sneller zijn, maar het is een stuk minder snel dan een regendruppel, die een flink fietstempo haalt: 39 kilometer per uur. Dat is nog niks vergeleken met grote hagelstenen. Hagel valt met verschillende snelheden afhankelijk van de grootte: kleine korrels (ca. 1 cm) vallen rond de 25-35 km/u, terwijl grotere hagelstenen (2-4 cm) snelheden van 40-70 km/u halen. Extreem grote stenen kunnen met een snelheid van 120-170 km/u uit de lucht knallen. 

Sneeuw valt in een rustig tempo

Geniet nog even van de sneeuw deze dagen!

maandag 5 januari 2026

Sporen in de sneeuw

Sneeuwvlokjes vallen

Het is al weer bijna vijf jaar geleden dat we een beetje sneeuw van betekenis hadden. Ik herinner me die februari in 2021 vooral van de glibberige ritten naar het zuiden omdat het mijn moeders laatste weken waren. 

Zaterdagochtend werden we wakker met uitzicht op een besneeuwd park. De temperatuur lag een paar graden boven nul, dus de dooi was ook al een feit. Kleine sneeuwbuitjes en forse hagelbuien wisselden elkaar af. Toch trokken we onze wandelschoenen aan, want wie weet hoe snel de sneeuw weer zou verdwijnen.

Felle buitjes onderweg

In de sneeuw wandelen is altijd een unieke kans om diersporen te zien die anders verborgen blijven. Nu liepen we niet in een bijzonder natuurgebied, maar een rondje door de polder. Dus geen marters of wolvensporen te bekennen :). Het eerste spoor dat je meestal ziet als je de deur uitstapt zijn hondensporen. 

Hondensporen

Kenmerkend voor hondensporen is dat het achterste teenkussen heel dicht tussen de voorste teenkussens staat. Je ziet bij sommige prenten ook afdrukken van de nagels. Dat zul je bij katten nooit zien want die trekken hun nagels in als ze lopen (om te zorgen dat ze scherp blijven). Kattenprenten zijn ook veel ronder dan die van honden.

In het park tegenover ons huis zagen we dat een flinke groep wilde eenden op zoek was geweest naar voedsel buiten de sloot. In het besneeuwde gras was een wirwar van eendenvoetjes zichtbaar. De voeten van de eend zijn altijd naar binnen gericht bij het lopen en je kunt de zwemvliezen ook goed zien in de afdrukken.


Onder een rij elzen was een vuilgele strook in de sneeuw. Hoewel we op diverse plaatsen gele urinesporen van honden hadden gezien, was dit iets anders. Hier lag stuifmeel op het witte tapijt. Elzen en hazelaars bloeien elk jaar vroeger. Door de relatief hoge temperaturen in december waren deze bomen al eind vorig jaar uitgelopen. 

Stuifmeel uit de elzen

Els

We verlieten de bebouwde kom langs een bedrijventerrein. Tussen de opslagruimtes zagen we een hazenspoor. Ongetwijfeld was de haas uit de polder ernaast gekomen. Had-ie door de sneeuw niet gezien dat de polder hier ophield? Of zou hij beschutting hebben gezocht. We konden het spoor een tijdje volgen: de haas was naar deuren gelopen en uiteindelijk weer in de polder verdwenen.

Hazenspoor

Een haas springt 'haasje over' en zet eerst zijn voorpoten neer (achter elkaar) om vervolgens te landen met de achterpoten (min of meer naast elkaar). De haas van het spoor op de foto liep dus van je weg, richting de bandensporen. 

We keken uit over de weidsheid van de polder en genoten van dit Hollandse plaatje.

Hollandse winter

Intussen zagen we een volmaakt meerkoetenspoor. Of eigenlijk twee. Je herkent meerkoetenprenten aan de brede tenen met de zwemlobben eraan. Meerkoeten hebben geen zwemvliezen. Ze zetten hun poten bijna in een rechte lijn achter elkaar. Hier hebben dus twee koeten gezellig samen gelopen.

Meerkoetensporen
  
Even verderop zagen we een meerkoetenspoor dat wat gedooid was, dan lijkt zo'n spoor ineens een stuk breder. Ernaast stonden afdrukjes van drie tenen met een zwemvlies ertussen. Deze prenten waren te klein voor eendenpootjes. Naast deze koet heeft een meeuwtje gelopen, waarschijnlijk een kokmeeuw, aan het formaat te zien.


Af en toe keken we achterom, de lucht was dreigend donker van een nieuwe sneeuwbui. Maar er zat een wetering zonder brug tussen ons wandelpad en ons huis, we hadden nog vier kilometer te gaan :).


Geniet van de (sporen in de) sneeuw maar rij voorzichtig!

Wil je meer weten over diersporen? Ik heb een boekje geschreven voor beginnende spoorzoekers met de titel Speuren naar sporen. Kijk op mijn site voor meer informatie.

woensdag 31 december 2025

Wintervogels luiden 2025 uit

IJs op sloten en ondiepe plassen

Eindelijk zijn er wat winterse dagen met nachtvorst en een dun laagje ijs. De winterzon lokte me op de één na laatste dag van het jaar naar buiten. Als er ijs ligt op de sloten, dan zijn vogels vaak wat beter zichtbaar. Ze zijn gedwongen om uit de beschutting te komen naar plekjes waar het water nog open is en ze zitten vaak in grote groepen bij elkaar. 

De afgelopen maanden kwam de trek van wintergasten naar ons land niet zo op gang, maar ik denk dat de Scandinavische storm Johannes toch wat vogels heeft doen besluiten om mildere oorden op te zoeken. Tijdens een rondwandeling in park Zegersloot zag ik namelijk voor het eerst dit jaar een flinke troep kramsvogels. Ik herkende de vogels aan hun 'tjekkende' roep. Ze deden zich te goed aan de laatste meidoornbessen die onze lokale vogels aan de struiken hadden laten hangen.

Kramsvogel

Net als de zanglijster heeft de kramsvogel een gespikkelde borst, maar de grijze rug, zwarte staart en kastanjebruine 'mantel' zijn heel kenmerkend voor deze soort. In het oosten en zuidoosten van ons land broeden ze in kleine aantallen. Die vogels gaan op de vleugels zodra het hier koud wordt; ze vertoeven dan langs de Rhône en Loire in Frankrijk. De kramsvogels die we hier 's winters zien komen uit Noord- en Oost-Europa. 

Tussen een paar takken bij een stukje open water zat een winterkoninkje. Door de naam zou je denken dat dit vogeltje nu op zijn best is. Maar niets is minder waar. Hij houdt namelijk helemaal niet van extreme kou en sneeuw. Deze vogels eten graag insecten en die zijn bijna niet te vinden in een strenge winter. Ze verliezen dan veel van hun vetreserves en kunnen uiteindelijk doodgaan. Dat er veel winterkoninkjes in Nederland zijn, is te danken aan ons gematigde klimaat. Waar komt hun naam dan vandaan?, vroeg ik me af. Ik denk dat niemand dat echt weet, dus is er een leuk verhaaltje bij verzonnen. De winterkoning dankt zijn naam aan een fabeltje: de vogels besloten ooit een wedstrijd te organiseren wie het hoogst kon vliegen. De winnaar zou de koning der vogels worden. Het winterkoninkje won op slinkse wijze: hij verstopte zich in de veren van een arend en toen die niet hoger kon, vloog hij nog een stukje verder. Daarom staat zijn staartje nog steeds fier omhoog. Dat verklaart de naam 'koning'. Dat 'winter' staat er volgens verschillende bronnen bij omdat het een van de weinige vogels is die in de winter zingen.

'Koning' door list en bedrog :)

Een andere vogel die ik wel eens betrap op een winterliedje is de roodborst. De meeste roodborsten die je nu ziet zijn wintergasten uit het hoge noorden. Onze zomerse roodborsten zijn vertrokken naar zuidelijker landen. Als die noordse gasten arriveren dan bezetten ze een territorium en zingen daarbij hun ijle liedje. Roodborsten zijn zo fel territoriaal dat ze alleen in de paartijd even een tweede vogel in hun territorium dulden. Ik zag er één tussen een wirwar van takken, zijn (of haar) rode borstje vlamde in de winterzon.

Roodborst

Wilde eenden zijn nu op hun mooist. Na de rui hebben de woerden (mannetjeseenden) een prachtige groene kop gekregen, die onder invloed van lichtval ook blauw(ig) kan ogen. De meeste paren zijn nu gevormd, hoewel ik nog enkele achtervolgingen zag van mannetjes die een concurrent verjoegen.

Hoe mooier de kop, hoe fitter de woerd

Na een drukke huwelijksmarkt in het najaar, lijkt nu de rust weergekeerd en rusten de eenden in groepen op het ijs.

Rustende wilde eenden

Natuurlijk moet zo'n mooi verenpak goed onderhouden worden. Deze eend maakte tijdens zijn bad een koprol: beentjes omhoog :).

Onder toeziend oog van een buurman neemt deze eend een bad

Voor vogels die van open water afhankelijk zijn voor hun eten, zijn vorstperiodes een harde tijd. Op dit moment zijn er nog voldoende wakken om eten in het water te vinden. Een volwassen reiger kwam net aangestapt vanaf de waterkant en had blijkbaar zijn maag gevuld. 

Deze volwassen reiger had net gevist bij een wak

Even verderop zag ik een juveniele blauwe reiger. Een eerstejaars blauwe reiger (juveniel) heeft een dof, grijs verenkleed met minder contrast, mist de lange, zwarte sierveren op de kop en heeft een minder opvallende tekening dan een volwassen vogel. Deze jonge vogel stond ingespannen naar een stukje gras te staren, op een manier zoals reigers meestal aan de waterkant staan.

Juveniele reiger op zoek naar prooi

Blauwe reigers eten alles wat zij in ondiep water (zoet, brak en zelfs zout) kunnen vinden: kleine en grotere vissoorten, rivierkreeft (tegenwoordig zijn dat allemaal exotische soorten), salamanders en kikkers. Soms eten ze ook mollen en muizen als ze deze te pakken kunnen krijgen. Ik vermoed dat deze vogel een muisje op het spoor was. Op een gegeven moment sloeg hij toe en slikte iets door. Maar dat ging zo snel dat mijn camera het bij de winterse lichtomstandigheden niet bij kon houden.

Welke prooi heeft de blauwe reiger te pakken?

In de polders hebben we de afgelopen weken ontzettend veel grote zilverreigers gezien, soms wel een stuk of 8 à 10 binnen één kilometer. Met hun ranke nek en slanke gestalte onderscheiden ze zich van de ook volop aanwezige knobbelzwanen. In Zegersloot stond er één te vissen. De grote zilverreiger is van oorsprong een vogel uit het oostelijke, mediterrane gebied. Inmiddels heeft deze hagelwitte reiger ook in Nederland zijn plekje gevonden, je ziet ze 's zomers vooral in de Oostvaardersplassen. In de winter komen daar grote aantallen wintergasten bij in de weidegebieden. Die vogels komen waarschijnlijk uit Oost- (Polen), Zuidoost- (Oostenrijk/Zwitserland) en Zuid-Europa (Frankrijk).

Grote zilverreiger

De grote zilverreiger dook op een gegeven moment naar een prooi. Of dat succesvol was, kon ik helaas niet zien. Het voedsel van deze reiger is divers: naast hun lievelingskostje vis, eten ze ook kikkers, muizen, kleine vogels en mollen. 

Duik naar een prooi

Met deze parade van wintervogels sluit ik het blogjaar 2025 af. Mijn blogs zijn bijna 40.000 keer gelezen in de afgelopen 12 maanden. Ik wil hierbij alle vaste lezers en toevallige bezoekers bedanken voor hun belangstelling en ik hoop dat jullie volgend jaar mijn blogs weer weten te vinden.

Goede jaarwisseling en de allerbeste wensen voor 2026!

woensdag 24 december 2025

Fijne kerstdagen onder de maretak

Recycling is een goede zaak, maar het reclycen van mijn blogs - daar doe ik meestal niet aan. Deze keer een uitzondering. Voor de kerstdagen, herhaal ik hieronder een paar leuke weetjes over de 'mistletoe' uit een blog dat ik vijf jaar geleden schreef. En deze keer als extraatje een link naar een filmpje waarin een grote lijster een parelsnoer van maretakbesjes uitpoept. 

Maretak

Menigeen kent de maretak van de kersttraditie 'kissing under the mistletoe'. Die traditie is waarschijnlijk ontstaan doordat de plant in de winter geheel groen blijft. Dat is vrij uniek in hartje winter voor een niet-naaldboom. Men zag het als een symbool van vruchtbaarheid en daarom werden de groene takken in huis gehaald. Volgens sommige bronnen moet men even vaak kussen als er bessen aan de tak hangen. Zoals je op de foto ziet, kan dat nogal wat zoenen opleveren :).

In de natuur dienen de bessen als voedsel voor vogels zoals lijsters, kramsvogels en pestvogels. Die eten de witte bessen vooral aan het eind van de winter, als de door hen geprefereerde rode bessen van andere struiken en bomen al op zijn.

De kleverige maretakbessen, die vrij snel na consumptie worden uitgepoept, hangen dan in de vorm van een parelsnoer uit het achterste van de vogel; besjes met stukjes slijm ertussen. Hoe dat eruit ziet, kun je bekijken in het filmpje via deze link. Als zo'n 'parelsnoer' aan een tak blijft hangen, is de kiem gelegd voor een nieuwe plant. Zo is het ook te verklaren waarom deze halfparasieten vaak wortelen op de zijkant of zelfs de onderkant van een tak. Het kiemworteltje, dat altijd de tak weet te vinden omdat het van het licht af groeit, dringt de schors binnen tot op het hout en zendt dan naar alle kanten wortels uit die onder de schors lopen. Uit deze ´schorswortels´ dringen zogenaamde ´zinkwortels´ door in de jonge houtlaag. De geelachtige groene stengels komen onmiddellijk uit de takken van de ´woonboom´ en vertakken zich vorkvormig. In elk vorkje zit een knop waaruit na een jaar een nieuw vorkje groeit. Het kost dus flink wat tijd om een bol te vormen.

Maretak in populieren

Hoewel ze vrij bros zijn kunnen ze toch weerstand bieden aan de winterstormen want hun bladeren zijn bij de voet altijd min of meer gedraaid. Hierdoor staan de bladdelen in verschillende richtingen en waait de wind in kleine luchtstromen langs de maretakbol.

Gebrek aan water is een probleem waarmee de maretak in de winter te kampen heeft. De gastheer kan in de winter nauwelijks water opnemen en afstaan aan de maretak. Dat lost de halfparasiet op met zijn leerachtige bladeren, die weinig water verdampen. En dat zorgt er ook voor dat een maretak zelfs in een verwarmde kamer lang groen blijft.

Tot slot een weetje voor de liefhebbers van Asterix en Obelix: de maretak is het belangrijkste ingrediënt van de toverdrank die druïde Panoramix bereidt en waar beide stripfiguren hun magische krachten aan ontlenen. Obelix is ooit in de ketel met toverdrank gevallen en heeft er voor zijn leven genoeg aan. Asterix moet regelmatig een shotje nemen als onderhoudsdosis.

Fijne feestdagen!

zaterdag 20 december 2025

Een zingende vlinder in je schuurtje

Hoe vlinders overwinteren verschilt nogal per soort. Sommige fladderaars overwinteren als eitje, zoals de sleedoornpage. Andere vlinders kiezen als rups een veilig plekje tussen mos, zoals de keizersmantel. Dan zijn er soorten die als pop tussen afgevallen bladeren liggen om het voorjaar af te wachten. Distelvlinders en atalanta's maken een lange reis naar warmer oorden om de winterkou te ontvluchten. Tot slot zijn er nog stoere vlinders die als imago onze winter trotseren. De stoerste van allemaal doet dit in de open lucht: de citroenvlinder. Kleine vossen en dagpauwogen kun je in de winter ook als vlinder aantreffen. Maar zij zoeken een beschutte plek op, zoals een koel schuurtje of onverwarmde zolder.

Dagpauwogen overwinteren in schuurtjes en zolders

Meestal heeft de dagpauwoog één generatie per jaar. De vlinders komen in februari en maart uit hun winterschuilplaats tevoorschijn en gaan op zoek naar een partner. Nadat de vrouwtjes eitjes hebben afgezet op brandnetel leggen de vlinders het loodje. De rupsen vreten zich vol met de bladeren van hun waardplant, de brandnetel. Dat is eigenlijk de enige plant die ze lusten. Vanaf eind mei tot in de loop van juni verpoppen de rupsen. In de maanden juli en augustus verschijnt de nieuwe generatie vlinders. Vaak gaan deze dagpauwogen even in zomerrust en komen ze in september weer tevoorschijn. Ze moeten in die periode veel nectar drinken om voorbereid te zijn op de lange winter. Dan wordt het tijd om een overwinteringsplek te zoeken. 

Zoek de dagpauwoog

De bovenkant van de vleugels van de dagpauwoog is bijzonder fraai en kleurrijk. De onderzijde is echter donkerbruin en met samengeklapte vleugels oogt de vlinder eerder als een verdord blad. Zo hoopt de vlinder door zijn camouflage in alle rust te kunnen vertoeven tot het voorjaar komt. Worden de dagpauwogen toch verstoord, dan klappen ze met hun vleugels waardoor de fel gekleurde bovenzijde te zien is. Ze hopen daarmee eventuele vijanden af te schrikken. Wat heel bijzonder is, is dat ze een 'zingend' geluid kunnen maken met hun vleugels, dat voor potentiële vijanden angstaanjagend klinkt. Het is een sissend geluid en als je een dagpauwoog in overwintering stoort kun je het horen. Je kunt dat echter beter bekijken in dit filmpje op YouTube, want overwinterende vlinders hebben het al moeilijk genoeg. Elke verstoring is er één te veel en vermindert de overlevingskansen van de kwetsbare vlinder.

Soms kiest een vlinder een ogenschijnlijk koel plekje uit in je huis, maar dan gaat er in de loop van de winter toch een verwarming aan in het vertrek en denkt de vlinder dat het lente is. Zet zo'n vlinder dan zeker niet gewoon buiten. Aangezien er geen nectarplanten bloeien kan de vlinder geen nieuwe energie tanken en zal hij sterven. Mocht je zo'n ontwaakte vlinder treffen, pak hem dan voorzichtig op en verplaats 'm naar een koelere plek waar hij verder kan rusten. Bedankt namens de dagpauwoog (of kleine vos) :).    

zondag 7 december 2025

Hoe zit dat precies met die duivenkrop?

In mijn vorige blog beschreef ik het foerageergedrag van onder andere kauwtjes en houtduiven. Beide soorten zochten voedsel onder de eikenbomen in het Alphense Weteringpark. De houtduiven slokten eikels in één keer naar binnen, de kauwtjes pikten wat in de rondte zonder dat ik precies zag wat ze aten. Na nog was leeswerk weet ik inmiddels dat de bek en slokdarm van de houtduif heel elastisch zijn, waardoor ze de eikels in hun geheel kunnen opeten. Zo'n elastieken slokdarm missen de kauwtjes (en andere vogelsoorten). Als zij een eikel willen eten, dan moeten ze hem in kleine stukjes lospikken en naar binnen werken. Afijn, dat was een duidelijke verklaring waarom de kauwtjes geen eikels doorslikten.

Houtduiven hebben een zeer flexibele bek en slokdarm

Het verhaal van die zestig eikels in de krop van één duif liet me echter ook niet los. En toen mijn man nog wat kritische vragen begon te stellen begreep ik dat nader onderzoek nodig was. Waar zit die krop precies?, vroeg hij. Hoe groot is-ie en wat is de functie van die krop eigenlijk? Ik stond grotendeels met mijn mond vol tanden. In een eerdere blog beschreef ik al eens hoe duiven voedsel produceren voor hun kroost in de krop. Deze duivenmelk is tamelijk uniek binnen het vogelrijk. Maar goed, daarmee waren de vragen nog niet beantwoord. 

Eerst dus maar eens uitzoeken waar de krop precies zit. Al snel vond ik via Wikimedia onderstaand plaatje uit een biologieboek uit 1901. Zo'n 125 jaar geleden (en waarschijnlijk al veel eerder) wist men waar de duivenkrop zit en ik leer het nu pas :).

Door Shipley, A. E. - Zoology;
an elementary text-book (1901), Wikimedia

De krop (nummer 4, voor zover je dit kunt lezen), zit na de slokdarm. Het is in feite een verwijd gedeelte van die slokdarm, waar het voedsel een tijdje kan worden bewaard. Behalve 'voorraadkast' is de krop ook belangrijk om het voedsel voor te weken.

Hoe gaat dat precies in zijn werk? Tilduivenbond Ons Belang heeft dat op hun site gedetailleerd beschreven. Voedsel komt door de snavel in de keelholte, waar speeksel wordt toegevoegd; daarin bevinden zich stoffen die een begin maken met de afbraak van koolhydraten in de eikel of ander voedsel. Via de slokdarm komt de eikel in de krop waar hij in het opgenomen water wordt geweekt. Eikel voor eikel gaat het voedsel naar de kliermaag. Een eikel is door het voorweken op dat moment nog groter dan toen de duif hem inslikte. In de kliermaag gaan verteringssappen (enzymen) aan het werk om de de boel verder afbreken, maar de eikel is nog steeds als zodanig herkenbaar. Een tweede maag, de spiermaag, zorgt voor het vergruizen van de eikel. Die spiermaag is een geribbelde buis met een harde keratinelaag. Toch kan die maag het niet alleen af. Om het voedsel letterlijk klein te krijgen eten houtduiven kleine scherpe steentjes die in de spiermaag meewerken tot de eikel een dunne brij is geworden die naar de darmen gaat. 

Zou het zaad van de meidoorn houtduifbestendig zijn?

Je kunt je voorstellen dat een duif in het algemeen geen goede zaadverspreider is. Bessen verstoppen hun zaden in een zoet omhulsel met het idee dat het vruchtvlees voor de vogel is en het zaad weer uitgepoept wordt (op een plek ver van de moederplant). Maar als je in de vergruizer bent geweest als zaadje is er niet veel van je over..... Toch hebben sommige planten zaden die de duivenmaag in zijn geheel doorstaan en ook nog kunnen kiemen. 

Uiteindelijk bleef het me intrigeren hoe zo'n gevulde krop met eikels en zaden eruit ziet. Ik heb een plaatje gezocht op Wikimedia dat een indruk geeft hoe volgestouwd zo'n krop kan zijn. Als je weer eens een houtduif ziet die zit te rusten op een tak, weet dan, dat zijn magen een flinke voedselvoorraad aan het verstouwen zijn! 

Foto: Theambivert20, CC BY-SA 4.0 Wikimedia

Ik hoop tenslotte dat dit verhaal jullie niet te zwaar op de maag ligt :). 

donderdag 27 november 2025

Alle troepen verzamelen

We naderen het einde van november..... Afgelopen weekend hadden we al een kort voorproefje van de winter. Toen ik vrijdag Den Haag binnen reed was de weg bedekt met natte sneeuwblubber en ik benijdde de voorzichtig manoeuvrerende fietsers niet. Maandag liep het kwik weer op naar 7 graden. Maar toch is er iets veranderd. De bomen zijn grotendeels kaal en het riet kleurt goudgeel in het winterzonnetje. Hoe dan ook komen er gure tijden aan.

De takken zijn kaal en het riet is verdord

Tijdens een kort wandelingetje in het park zag ik hoe de vogels zich aan het voorbereiden zijn op de winter. Dat komt grotendeels neer op 'pakken wat je pakken kan' (in twee opzichten waarover later meer :)). Allereerst viel mij een meerkoet op die rond een dode vis zwom. De koet probeerde dit aas te eten; de vis was te groot om op te tillen, dus hij of zij moest er stukjes uit pikken. Natuurlijk verdween de vis dan door de druk van de snavel onder water. En floepte vervolgens een stukje verderop weer naar het oppervlak. Meerkoeten eten vooral waterplanten en gras. Wanneer er jongen zijn worden ook waterdieren, zoals slakken en visjes, gevoerd en gegeten. Maar dat is meestal klein spul. Dat deze meerkoet zich aan een grote (dode) vis waagde was bijzonder. ik heb het in ieder geval nooit eerder gezien. 

Meerkoet probeert een vis te verschalken (de witte 'vlek' naast de koet)

Onder de eikenbomen waren twee vogelsoorten de laatste eikels aan het verschalken. Een paar weken geleden werd met veel bombarie, bladblazers en veegwagens de eerste hoeveelheid herfstbladeren weggehaald. Inmiddels ligt de grond onder de bomen weer vol met blad en blijkbaar zitten er nog genoeg eikels tussen voor een strooptocht. 
Allereerst zag ik de houtduiven hun krop volproppen. De houtduif in het midden van de foto slokt net een eikel naar binnen. Die rechts onder de boomstam heeft er één in zijn krop, kijk maar naar de dikke keel. In De Gelderlander las ik dat er ooit een houtduif is aangetroffen met 60 (!) eikels in zijn krop. Dat is natuurlijk niet gemiddeld en klinkt bijna als een 'broodje aap'-verhaal. Op een online duivenmarktplaats las ik deze tekst: "het is onvoorstelbaar hoeveel eikels houtduiven kunnen eten, ik schoot er in de jaren 80 een met 26 in de krop, het was in een droog jaar, de eikels waren niet erg groot, de smaak van deze duiven was perfect." Dus de duif at in dit geval wat maar de jager ook.... 

Een andere reactie op deze site luidde: "Over de eikels, ik geef ze nu ook weer aan mijn kweekduiven. Houtduiven eten ze zelfs heel op en kijk eens hoe ze glanzen in de winter. Mijn devies, haal zoveel mogelijk uit de natuur, kijk naar de vogels om je heen wat ze tot zich nemen. Hier kun je een heleboel van leren en gebruiken. Succes.". 

Houtduiven eten eikels

Niet alleen de houtduiven maar ook een troep kauwtjes was druk aan het foerageren tussen de eikenbladeren. Wat zij daar oppikten kon ik niet precies zien. 

Kauwtjes zoeken eensgezind voedsel tussen de eikenbladeren

Kauwtjes eten eikels, maar geven de voorkeur aan het foerageren in open terrein (zoals gazons) voor insecten, zaden en afval. Het zijn echte opportunisten die pakken wat ze te pakken krijgen; blijkbaar was het vandaag de moeite waard om tussen de bladeren te zoeken. 

Scharrelende kauwtjes

Tenslotte was er nog een grote groep vogels in het park. Die waren niet bezig met voedsel zoeken; ze wilden iets anders te pakken krijgen. Voor de wilde eenden is het nu tijd om een partner te zoeken. Vorig jaar schreef ik begin december al eens een blog over de scheve verhoudingen tussen de mannetjes en vrouwtjes van wilde eenden (grofweg 2 op 1). Nou, dat is nog steeds zo. Een troepje eenden kwam uit het water en ze maakten haast. Het bleek dat een stuk of zeven mannetjes hun best deden om in de gunst te komen van één van de drie vrouwtjes. Dat mislukte want de vrouwtjes vlogen op. De woerden (mannetjes) gingen er meteen achteraan.

Welk mannetje zullen de vrouwtjes kiezen? In dit geval: nog geen :)

In de sloot zag ik veel eenden, die ik kon verdelen in twee groepen. De ongepaarde mannetjes groepten samen bij vrouwtjes om hun kans om een stel te vormen zo groot mogelijk te maken.

De woerden houden de vrouwtjes in de gaten

Er waren echter ook al paartjes te zien. Het mannetje van zo'n stel gedroeg zich rustig en pronkte met zijn prachtige broedkleed; de kop glanzend blauw of groen, afhankelijk hoe het licht valt.

Eenmaal een paartje, dan kunnen ze het rustig aan doen

Waar de andere mannetjes voortdurend alert moeten zijn om 'aan de vrouw te komen', kon dit mannetje het zich permitteren om een bad te nemen. 

Even badderen

Aan het eind van de wandeling zag ik een kokmeeuw die al trappelend zijn kostje bij elkaar zocht, hopend op regenwormen die door de trillingen naar de oppervlakte van het gras komen. Bekijk hiervan een filmpje in deze blog.
Hij had geen gezelschap, maar ook geen concurrentie. Dus misschien lukte het juist deze vogel wel het allerbeste om te pakken wat hij pakken kon!

Kokmeeuwen hebben 's zomers een bruine kop
 en in de winter de bruine vlekjes
die ook wel 'koptelefoontjes' worden genoemd.