donderdag 27 november 2025

Alle troepen verzamelen

We naderen het einde van november..... Afgelopen weekend hadden we al een kort voorproefje van de winter. Toen ik vrijdag Den Haag binnen reed was de weg bedekt met natte sneeuwblubber en ik benijdde de voorzichtig manoeuvrerende fietsers niet. Maandag liep het kwik weer op naar 7 graden. Maar toch is er iets veranderd. De bomen zijn grotendeels kaal en het riet kleurt goudgeel in het winterzonnetje. Hoe dan ook komen er gure tijden aan.

De takken zijn kaal en het riet is verdord

Tijdens een kort wandelingetje in het park zag ik hoe de vogels zich aan het voorbereiden zijn op de winter. Dat komt grotendeels neer op 'pakken wat je pakken kan' (in twee opzichten waarover later meer :)). Allereerst viel mij een meerkoet op die rond een dode vis zwom. De koet probeerde dit aas te eten; de vis was te groot om op te tillen, dus hij of zij moest er stukjes uit pikken. Natuurlijk verdween de vis dan door de druk van de snavel onder water. En floepte vervolgens een stukje verderop weer naar het oppervlak. Meerkoeten eten vooral waterplanten en gras. Wanneer er jongen zijn worden ook waterdieren, zoals slakken en visjes, gevoerd en gegeten. Maar dat is meestal klein spul. Dat deze meerkoet zich aan een grote (dode) vis waagde was bijzonder. ik heb het in ieder geval nooit eerder gezien. 

Meerkoet probeert een vis te verschalken (de witte 'vlek' naast de koet)

Onder de eikenbomen waren twee vogelsoorten de laatste eikels aan het verschalken. Een paar weken geleden werd met veel bombarie, bladblazers en veegwagens de eerste hoeveelheid herfstbladeren weggehaald. Inmiddels ligt de grond onder de bomen weer vol met blad en blijkbaar zitten er nog genoeg eikels tussen voor een strooptocht. 
Allereerst zag ik de houtduiven hun krop volproppen. De houtduif in het midden van de foto slokt net een eikel naar binnen. Die rechts onder de boomstam heeft er één in zijn krop, kijk maar naar de dikke keel. In De Gelderlander las ik dat er ooit een houtduif is aangetroffen met 60 (!) eikels in zijn krop. Dat is natuurlijk niet gemiddeld en klinkt bijna als een 'broodje aap'-verhaal. Op een online duivenmarktplaats las ik deze tekst: "het is onvoorstelbaar hoeveel eikels houtduiven kunnen eten, ik schoot er in de jaren 80 een met 26 in de krop, het was in een droog jaar, de eikels waren niet erg groot, de smaak van deze duiven was perfect." Dus de duif at in dit geval wat maar de jager ook.... 

Een andere reactie op deze site luidde: "Over de eikels, ik geef ze nu ook weer aan mijn kweekduiven. Houtduiven eten ze zelfs heel op en kijk eens hoe ze glanzen in de winter. Mijn devies, haal zoveel mogelijk uit de natuur, kijk naar de vogels om je heen wat ze tot zich nemen. Hier kun je een heleboel van leren en gebruiken. Succes.". 

Houtduiven eten eikels

Niet alleen de houtduiven maar ook een troep kauwtjes was druk aan het foerageren tussen de eikenbladeren. Wat zij daar oppikten kon ik niet precies zien. 

Kauwtjes zoeken eensgezind voedsel tussen de eikenbladeren

Kauwtjes eten eikels, maar geven de voorkeur aan het foerageren in open terrein (zoals gazons) voor insecten, zaden en afval. Het zijn echte opportunisten die pakken wat ze te pakken krijgen; blijkbaar was het vandaag de moeite waard om tussen de bladeren te zoeken. 

Scharrelende kauwtjes

Tenslotte was er nog een grote groep vogels in het park. Die waren niet bezig met voedsel zoeken; ze wilden iets anders te pakken krijgen. Voor de wilde eenden is het nu tijd om een partner te zoeken. Vorig jaar schreef ik begin december al eens een blog over de scheve verhoudingen tussen de mannetjes en vrouwtjes van wilde eenden (grofweg 2 op 1). Nou, dat is nog steeds zo. Een troepje eenden kwam uit het water en ze maakten haast. Het bleek dat een stuk of zeven mannetjes hun best deden om in de gunst te komen van één van de drie vrouwtjes. Dat mislukte want de vrouwtjes vlogen op. De woerden (mannetjes) gingen er meteen achteraan.

Welk mannetje zullen de vrouwtjes kiezen? In dit geval: nog geen :)

In de sloot zag ik veel eenden, die ik kon verdelen in twee groepen. De ongepaarde mannetjes groepten samen bij vrouwtjes om hun kans om een stel te vormen zo groot mogelijk te maken.

De woerden houden de vrouwtjes in de gaten

Er waren echter ook al paartjes te zien. Het mannetje van zo'n stel gedroeg zich rustig en pronkte met zijn prachtige broedkleed; de kop glanzend blauw of groen, afhankelijk hoe het licht valt.

Eenmaal een paartje, dan kunnen ze het rustig aan doen

Waar de andere mannetjes voortdurend alert moeten zijn om 'aan de vrouw te komen', kon dit mannetje het zich permitteren om een bad te nemen. 

Even badderen

Aan het eind van de wandeling zag ik een kokmeeuw die al trappelend zijn kostje bij elkaar zocht, hopend op regenwormen die door de trillingen naar de oppervlakte van het gras komen. Bekijk hiervan een filmpje in deze blog.
Hij had geen gezelschap, maar ook geen concurrentie. Dus misschien lukte het juist deze vogel wel het allerbeste om te pakken wat hij pakken kon!

Kokmeeuwen hebben 's zomers een bruine kop
 en in de winter de bruine vlekjes
die ook wel 'koptelefoontjes' worden genoemd.


woensdag 12 november 2025

Een bos met herinneringen

Steile hellingen in het Stammenderbos

Bij het opruimen van een stapel tijdschriften vond ik het boek 'Paradijs in de polder - ontdek wat landschap je vertelt' van wereldreiziger en biologe Arita Baaijens terug. In het boek staan allerlei oefeningen om het landschap om ons heen op een andere manier te bekijken. Ik had het een paar jaar geleden gekocht en bladerde het nog eens door. Een van de oefeningen is om zo veel mogelijk te weten te komen over de geschiedenis van een gebied. Ik werd getriggerd door de zin 'Voeg naar naar hartelust eigen herinneringen en ervaringen toe'. Het zette me aan het denken over het Limburgse Stammenderbos en Danikerbos. Ieder ander ziet er misschien niks meer in dan twee snippers bos, die -omdat ze op steile hellingen liggen die niet voor landbouw geschikt zijn- de dans van ontginning konden ontspringen.

Voor mij hebben die snippers bos echter een grote(re) betekenis en ik bedacht dat dit komt door de herinneringen die ik sinds mijn jeugd aan die bossen verbind. Hoe ik bladeren van verschillende bomen zocht, droogde en netjes in een schrift plakte. De beukenbladeren, die een dik dek vormden omdat ze langzaam verteren. Ik wilde graag naar het beukenbos om dan sloffend zo diep mogelijk in dat bladerdek te verzinken tot ver boven mijn enkels. Het geritsel en de opstuivende bladeren zijn in mijn geheugen verankerd. 

Sloffen door gevallen beukenbladeren

Ik dacht aan de keer dat mijn zus en ik tikkertje speelden met mijn vader in het bos. Hij stapte in een kuiltje en scheurde zijn enkelband. Wij waren te klein om hem te ondersteunen en er waren geen mobiele telefoons om hulp te vragen. Hij bond een zakdoek om zijn enkel en de pijn moet niet te harden zijn geweest toen we terugliepen naar huis. Zijn enkel heeft nog weken in het gips gezeten.

Eekhoorntjes

In het bos zag ik mijn eerste eekhoorntjes, die er vroeger heel talrijk waren. In de afgelopen jaren kwam ik ze daar niet meer tegen en ik kan ook geen sporen van ze vinden in de vorm van afgekloven dennenappels. Misschien ligt dat aan het feit dat het aantal dennen in het bos steeds minder wordt.

Bij het dennenbosje was in mijn jeugd een kale zandhelling, waar mijn zus en ik koprollend vanaf gingen. Onze kleren, huid en haar waren na afloop grijszwart van de bosgrond. Inmiddels heeft de natuur die helling weer in beslag genomen. Pionierbomen zoals de berk hebben het zand vastgelegd en verdere erosie voorkomen. Ze breiden hun areaal uit nu veel oude dennen zijn bezweken. 

Berken nemen bezit van kale bosgrond

Als we vanuit huis naar het Stammenderbos liepen, markeerde een kolossale paardenkastanje de 'ingang' naar het bos. Mijn neef noemde hem toen hij klein was de 'Jezusboom' vanwege het veldkruis dat tegen de boom staat :). Ik ging er elk jaar kastanjes rapen in de herfst. 

De paardenkastanje in volle glorie, op de achtergrond het Stammenderbos

De Geleenbeek verbindt het Stammenderbos met het Danikerbos. In de jaren '60 werd de Geleenbeek voorzien van een betonnen bedding om zo snel mogelijk het afvalwater van de kolenmijnen weg te loodsen. Het water was zwart en schuimde van de verontreiniging. Er waren geen beestjes meer in te vinden. Inmiddels is dat tij gekeerd. Het beton werd weggehaald, het water gezuiverd en de oevers zijn diervriendelijk gemaakt. Nu is de Geleenbeek een pareltje in het landschap. Dat weidebeekjuffers zich weer laten zien is teken van uitstekend herstel.

De Geleenbeek is nu een parel in het landschap

De weidebeekjuffer is terug bij de Geleenbeek

Vaak begonnen onze wandelingen in het Stammenderbos en over het plateau bij Puth liepen we vervolgens naar Daniken. De jubelende veldleeuweriken begeleidden ons bij de oversteek op het plateau tussen de akkers. Dit rondje was ook de eerste wandeling die ik met mijn man in Limburg maakte :). De holle wegen rond het Danikerbos zijn zo schilderachtig dat ze doen denken aan het werk van oude meesters.

Holle weg bij Daniken

Toen we eens op een warme dag heel vroeg op pad gingen hoorden we er zo waar een wielewaal, die ondanks zijn opvallende gele kleur helaas onzichtbaar bleef. 

Ergens in deze bomen zat de zingende wielewaal

Toen ik zo een aantal herinneringen de revue liet passeren merkte ik hoe de geschiedenis van deze bossen is verweven met mijn eigen geschiedenis. Het is de plek in Nederland waar ik het meest tot rust kom en waar talloze onzichtbare draden mij verbinden met de natuur. Hoewel er meer plekken in Nederland zijn waar ik regelmatig kom, kan niks tippen aan deze dierbare snippers bos. 

Heb jij ook een favoriete natuurplek? Laat het me weten door een reactie te plaatsen onder dit blog!

woensdag 5 november 2025

Trekkende pimpelmezen

Wandelen in Hollands Duin bij Noordwijk

Toen we 22 oktober door Hollands Duin wandelden zagen we constant troepjes kleine vogels vliegen. Het duurde even eer we doorhadden dat het pimpelmezen waren. Ik was erg verbaasd want ik verwachtte van alles tijdens de trekperiode, maar geen pimpelmezen. Pimpelmezen zijn geen goede vliegers en ze verplaatsen zich langzaam, van bosje naar bosje. Dat zagen we in de duinen zelf gebeuren. De verbazing bleef nog wat na-ijlen maar ik stond er verder niet zo bij stil. Tot ik de nieuwsbrief van Sovon (een organisatie die vogelonderzoek doet) op 30 oktober in mijn mailbox kreeg: "Niet eerder vertoonde pimpelmezeninvasie in Nederland" luidde de kop boven het bericht (bekijk hier ook even de foto van Thijs Glastra). Mijn interesse was meteen gewekt. Met name in de kustgebieden werden ongekende aantallen pimpelmezen waargenomen, iets dat nog nooit eerder in deze omvang is vastgesteld in Nederland! En wij waren daarvan getuige geweest.  

Pimpelmees in mijn tuin

Op 18 oktober 2025 werden op Vlieland ruim 50.000 pimpelmezen geteld. De tellers gaven aan dat dit een voorzichtige schatting is, waarschijnlijk waren het er meer. Op Texel en Ameland werden ook nog eens tienduizenden langstrekkende pimpelmezen genoteerd. Dit maakt het aannemelijk dat er enkele honderdduizenden (!) pimpelmezen rondvlogen in het noordelijke kustgebied. 

Kaartbeeld van de getelde Pimpelmezen
 op de trektelposten in Nederland
periode 16 tot 29 oktober 2025. Bron: trektellen.nl

De vraag is dan natuurlijk: waar komen die pimpelmezen vandaan en waarom trekken ze dit jaar in zulke uitzonderlijke aantallen? Half september werden er hoge aantallen pimpelmezen in Estland waargenomen. Ruim 32.000 pimpels - een nationaal record voor Estland - vlogen in zuidwestelijke richting, een eerste indicatie voor de herkomst. Ook informatie van de ringstations kan helpen verklaren waar de mezen vandaan komen. Op Vlieland werden op 18 oktober zo'n 2500 pimpelmezen gevangen, daar zaten 15 geringde exemplaren bij: zeven uit Litouwen, vier uit Rusland, twee uit Duitsland, één uit Frankrijk en één uit België. Ook op andere Nederlandse ringstations werden met name ringen uit Litouwen en Rusland afgelezen. Op basis van deze ringgegevens en de trekbewegingen in Estland neemt Sovon aan dat het merendeel van de pimpelmezen uit West-Rusland en de Baltische Staten komt.  

Waar komt deze pimpelmees vandaan?

Dan is het gissen wat deze trekbewegingen in gang heeft gezet. Dat is natuurlijk nooit precies na te gaan, want we kunnen het niet aan de pimpelmezen vragen :). Sovon vermoedt dat het een combinatie van factoren is. Een milde winter en een droge zomer kan bij mezen zorgen voor een goede overleving en groot broedsucces. Als deze omstandigheden zich meerdere jaren herhalen, is de kans groot dat er uiteindelijk zoveel pimpelmezen zijn dat voedselschaarste ontstaat. Met andere woorden: het te grote broedsucces werkt nu in het nadeel van de meesjes. 

De pimpelmezen deden op hun trekroute ook tuinen aan. Ik las dat sommige mensen tot wel 200 mezen in hun tuin hadden! Ik heb mijn vogelhuisje maar weer een gevuld met (biologisch) voer. Wie weet komen ze ook even binnenwippen in mijn stadstuintje. In ieder geval zaten er ook al twee koolmezen op de uitkijk naar een makkelijk hapje. 

Koolmezen


zaterdag 1 november 2025

Kokkels hebben hittestress

Hollands duin bij Noordwijk

De dag voor de storm Benjamin ons land passeerde wandelden we door een zonnig Hollands Duin bij Noordwijk. De lucht was grotendeels blauw, de wind niet te hard en op het slangenkruid waren zowaar nog akkerhommeltjes actief. 

Akkerhommel op slangenkruid

Het was flink klimmen en dalen door de golvende duinen. Vergezichten en bospartijen wisselden elkaar af en uit-de-wind-in-de-zon was het flink puffen geblazen op deze oktoberdag. Het kwik steeg rond het middaguur naar 17 graden. We streken neer bij een strandtent om te lunchen. Tegen de tijd dat we aan de koffie toe waren pakten donkere wolken zich samen aan de zuidelijke horizon, als een voorbode van de storm die ons morgen te wachten stond.

Regen op komst

We besloten toch nog een stukje langs het strand te lopen. Er lagen niet veel schelpen, maar op één foto kon ik toch vier verschillende soorten vastleggen. Naast de Amerikaanse zwaardschede (de langwerpige schelp) zie je gebandeerde halfgeknotte strandschelpen, een nonnetje (met het roze puntje) en de geribbelde kokkel. De Amerikaanse zwaardschede, die - zoals de naam doet vermoeden - niet van nature in Europa voorkomt is een geduchte concurrent voor de kokkel, want hij eet de larven van de kokkels op. Daarmee komt de succesvolle voortplanting van de kokkels in gevaar. 
Dat is niet de enige bedreiging voor de kokkels. Door onze hetere zomers lopen deze weekdieren weefselschade op die tot de dood van de kokkels kan leiden. Op Eoswetenschap.nu las ik hier een artikel over. Net als mensen hebben kokkels te lijden onder celschade door UV-straling van de zon. En net als wij hebben ze daar herstellend vermogen voor. Maar dat herstelvermogen van de kokkels vermindert sterk onder invloed van warmte. Ze worden zwakker en beginnen te sterven. Zodra er kokkels gaan sterven kan de situatie snel verergeren. ‘Door de rotting komt er een zuurstoftekort in het water, en dat terwijl de schelpdieren koudbloedig zijn. Hoe warmer het wordt, hoe sneller het metabolisme van die beesten gaat. Als er dan geen zuurstof is, dan is dat dodelijk.’ , aldus de onderzoekers. 

Kokkel: in het midden

Dat de hete zomers van de afgelopen jaren de kokkel parten spelen, heeft veel te maken met zijn speciale plekje in de getijdenwateren. ‘Hij leeft vrij hoog op de platen en zit in de bovenste zeven centimeter van de bodem.’ Verkoeling moeten ze hebben van het opkomende water. Als ook dat al erg warm is, koelen ze te weinig af en kunnen ze minder goed de schade herstellen.’

Kokkels leven op geringe diepte in het zand

Tijdens een vakantie in Griekenland spoelden er twee levende kokkels aan op het strand. Bij levende kokkels zijn de kleppen gesloten en als je ze van opzij bekijkt zie je een hartvorm (soms worden kokkels daarom ook wel hartschelpen genoemd). De kokkels wilden er natuurlijk vandoor gaan, want een plastic bakje is niet hun normale leefgebied. Hierdoor konden we de knaloranje 'voet' van het dier goed bekijken. Deze voet is een spier die de kokkel kan uitsteken om zich uit zand te trekken of om dieper in de zanderige bodem te gaan zitten. Het dier gebruikt de voet om zich te verankeren en zichzelf te begraven, zodat het beschermd is tegen golven en roofdieren. Het voedsel wordt verkregen via sifo's (buisjes) die boven het zand uitsteken. Hiermee filtert de kokkel plankton en algen uit het water. Die zijn op de foto niet te zien. 

Levende kokkels, de onderste heeft zijn voet buiten de schelp gestoken

Als je kokkelschelpen op het strand vindt, zijn die lang niet altijd van recent gestorven dieren. In dat laatste geval zitten de kleppen meestal aan elkaar en zijn er vleesresten in de schelp te vinden. Veel kokkelschelpen op onze stranden zijn fossiel (dan zijn ze ze minimaal 10.000 jaar oud) of subfossiel, die zijn tussen de drie- en zesduizend jaar geleden dood gegaan. Al je een schelp tegen het licht houdt en het licht schijnt er doorheen, dan heb je waarschijnlijk een nieuwe schelp te pakken. Anders heb je een fossiel in handen. Onderstaande schelpen lieten in ieder geval geen licht door. De kokkels zoals wij die kennen leven al 2,5 miljoen jaar in de Noordzee. Dat is onvoorstelbaar lang. Hopelijk wordt de grond (en het water) hen niet te heet onder de voet(en), zodat ze nog lang in onze wateren kunnen vertoeven.