woensdag 10 juni 2020

Bomen als vangnet voor fijnstof

Jonge beukenbladeren hebben haartjes langs de randen die later verdwijnen
Deze keer een parkfilmpje dat is gemaakt in de avonduren. De laagstaande zon belichtte de meerkoetkuikens uit het nest dat je hebt zien bouwen in deel 5. Hun gele nekhaartjes leken op een gouden boa terwijl vader ze op sleeptouw nam voor een voederronde. Als hij dook was de sloot voor de kleintjes een golfslagbad. Ik vervolgde mijn ronde door het park, waar de beukenbladeren uitgekomen waren. Die boom is er laat bij. Jonge beukenblaadjes hebben haartjes langs de randen die verdwijnen als het blad volgroeid is. Het zonlicht verlichtte ook een meidoorn in volle bloei en de zaadtrosjes van de esdoorn die als lampjes in de bomen hingen. Behalve voor zuurstof, dat eigenlijk een restproduct is van de fotosynthese die bomen en andere planten gebruiken voor hun voedselvoorziening, zijn bomen ook nuttig voor het afvangen van fijnstof uit onze omgeving.
Naaldbomen vangen meer fijnstof op dan loofbomen
Dat doen alle planten, maar door hun hoogte en omvang vangen bomen twee tot zestien keer zoveel fijnstof op als lage beplanting. Hoewel je misschien anders zou verwachten, zijn naaldbomen zoals fijnspar, grove en zwarte den of taxus effectiever daarin dan loofbomen omdat naaldbomen een groter totaal bladoppervlak hebben. De fijne naaldstructuur draagt ook bij aan dat efficiënte vangnet. En ze blijven natuurlijk het hele jaar groen, waardoor ze ook in de winter hun werk kunnen doen. Toch zijn er ook een drietal loofbomen die meer dan gemiddeld fijnstof opvangen: de gewone esdoorn, vogelkers en de zachte berk. Dat komt door hun harige bladoppervlak dat het fijnstof vasthoudt. Opvallend is dat bomen die in Nederland veel langs wegen worden aangeplant: de eik, populier en de es maar matig geschikt zijn voor het opvangen van fijnstof. Toch iets om over na te denken bij de groenaanplant. Behalve het soort boom is er nog een andere factor die een rol speelt bij de hoeveelheid fijnstof die bomen verwerken: de manier waarop de bomen en ander groen gegroepeerd zijn. Dat heeft te maken met luchtstromen die zorgen voor gelijkmatige vermenging van fijnstof met lucht en de manier waarop de wind over de bladeren kan stromen. TNO en Universiteit Wageningen hebben daar modellen op los gelaten. Het meest effectief is een lijnbeplanting (bijvoorbeeld een bomensingel) met ondergroei als die op zo'n 100-150 meter van de vervuilingsbron (bijvoorbeeld een weg) staat. Als de bomensingel direct langs de weg is aangeplant is het fijnstof onvoldoende vermengd met gewone lucht om goed opgenomen te worden door de bladeren. Dus zo'n groen lint langs de snelweg ziet er wel mooi uit, maar het helpt minder om fijnstof op te vangen. In feite zou zo'n singel beter dicht bij de woonwijk kunnen staan die last heeft van het fijnstof van die weg. Daar is het effect het grootst. Over de totale effecten van bomen in relatie tot fijnstof zijn niet zo veel studies bekend. In de West Midlands, een gebied van 900 km2 in het midden van Groot-Brittannië, is eind jaren ’90 een onderzoek gedaan naar de invloed van groen op de luchtkwaliteit in het gebied. De studie laat zien dat een verdubbeling van het aantal bomen in het gebied het aantal sterfgevallen door fijnstof kan verminderen met maximaal 400 per jaar. Afijn een zwaar verhaal misschien deze keer, maar toch keek ik weer met andere ogen naar de bomen. En aan het eind van het parkje scheen de zon op magische wijze door het gebladerte waardoor het landschap een feeërieke sfeer kreeg. Ik maakte een paar prachtige opnamen en bedacht: bomen zijn toch ook vooral heel mooi. Bekijk dit alles in het filmpje door hier te klikken.


Geen opmerkingen: