woensdag 27 november 2024

Ginkgo biloba: Japanse notenboom zonder noten uit China

In oktober verbleven we enkele dagen op landgoed De Vanenburg bij Putten. Hoewel het een druilerige week was, sprongen de herfstkleuren in de tuin eruit. Niet te missen was de ongeveer 18 meter hoge ginkgo biloba, met een stamomtrek van rond de drie meter. Op de site monumentale bomen zijn pakweg 55 ginkgo's in Nederland in kaart gebracht. De hoogste staat in Wageningen en is met zijn 28 meter nog 10 meter hoger dan de boom in Putten. De boom bij de Vanenburg is waarschijnlijk tussen 1860 en 1870 geplant. Wereldwijd gezien bevindt de oudste ginkgo zich in moederland China. De boom in Lebang staat naar schatting al 4000 jaar op zijn stekkie. Hij meet 30 meter in de hoogte en de stamomtrek is een metertje of 15. Indrukwekkende getallen!

Ginkgo biloba

De ginkgo biloba is een oeroude soort: de eerste fossielen die aan dit geslacht gelinkt worden, zijn minstens 270 miljoen jaar oud. Op dit moment is de Ginkgo biloba de enige soort van het geslacht Ginkgo dat nog bestaat. De soort werd rond 1730 vanuit China en Japan, waar de boom rond tempels was aangeplant, naar Europa gebracht. De laatste wilde populaties groeien op de Tianmu-berg in oostelijk China. De meeste ginkgo's zijn nu aangeplant.

De ginkgo biloba wordt wel Japanse notenboom genoemd, maar dat is in twee opzichten fout. De soort is oorspronkelijk afkomstig uit China en de boom plant zich voort met zaden en vormt geen noten als vrucht. Dus laten we het maar op ginkgo houden :). De zaden zijn abrikoosvormig met een zilveren gloed (vandaar de naam Ginkgo: gin = zilver; kyo = abrikoos). Als de vrouwelijke zaden in het najaar op de vochtige grond vallen, begint de vlezige zaadhuid te rotten en valt hij er af, waardoor boterzuur vrijkomt dat ruikt als ranzige boter, maar ook de woorden 'putlucht' en 'poepgeur' vallen in dit verband regelmatig. Dit is de reden dat de meeste aangeplante Ginkgo's in Nederland mannelijke bomen zijn. In Valkenswaard zijn ruim 300 ginkgo's aangeplant, een deel daarvan zijn vrouwelijke bomen. Dat leidt tot een groot aantal klachten, want de stank is drie maanden te ruiken. Daar heeft een ambtenaar zitten slapen bij het bestellen van de bomen :). Pas na 15-20 jaar gaat de boom vruchten produceren, dus het duurt even voor je erachter komt dat je de verkeerde soort hebt aangeplant. 

'Biloba' verwijst naar het tweelobbige blad. Door de bladsteel lopen twee nerven die zich in de bladvoet waaiervormig vertakken. Daardoor heeft de linkerhelft van elk blad een vaatstelsel dat niet verbonden met de rechterhelft. 

Biloba betekent tweelobbig

zondag 24 november 2024

Honingzwammen: paddenstoelen met een zoete naam maar......

Honingzwammen in grote aantallen in het Gouwebos

Op verzoek van lezer Yvonne zwam ik nog even door met mijn paddenstoelenverhalen :). In het Gouwebos (maar ook op de Veluwe) kwamen we dit jaar veel honingzwammen tegen. De naam klinkt heel vriendelijk (en is gebaseerd op de honinggele kleur van jonge paddenstoelen), maar voor de bomen is deze soort geen goed nieuws; het zijn echte parasieten. Ze vallen namelijk niet alleen zieke of verzwakte bomen aan, maar ook gezonde. De echte honingzwam heeft het vooral voorzien op loofbomen en de sombere honingzwam richt zich op zowel loof- als naaldbomen. Deze twee soorten zijn niet zo makkelijk van elkaar te onderscheiden: de echte honingzwam heeft een gele randzone onder het manchetkraagje en de sombere honingzwam heeft dat niet, maar wel donkere vlokjes. Dat is trouwens niet in elk stadium goed te zien. Ook de Obsidentify-app kwam er vaak niet uit. Bij onderstaande foto was de app echter 'vrij zeker' dat dit de sombere honingzwam betrof. 

Sombere honingzwam

Dan is er nog een derde familielid: de knolhoningzwam; de steel daarvan is bezet met gele vlokjes.

Knolhoningzwam

Net zoals andere paddenstoelen kunnen honingzwammen zich verspreiden door middel van sporen, die met de wind grote afstanden kunnen afleggen. Honingzwammen hebben echter onder de grond een geheim wapen: rhizomorfen. Dit zijn parallel aan elkaar groeiende zwamdraden die zijn omgeven door melanine; ze zien eruit als schoenveters. Melanine is nauwelijks afbreekbaar; rhizomorfen blijven jarenlang intact. Ze kunnen, op zoek naar een nieuwe voedingsbron, met een paar meter per jaar groeien en tot 9 meter lange strengen vormen. Ze groeien in de toplaag van de bodem, tot zo'n 20 cm diepte. Men vermoedt dat de zwarte strengen naar een nieuwe waardplant worden geleid door minuscule hoeveelheden groeihormonen die uit kleine wondjes in de wortels van de planten sijpelen. Op onderstaande foto zie je de rhizomorfen in de zwarte houtstructuur. In een filmpje dat ik eerder maakte zie je op 1:58 een heel rhizomorfenstelsel op een dode boom, klik hier om dat filmpje (nog eens) te bekijken.

Honingzwam met rhizomorfen

Stuit een rhizomorf op een nieuwe boom, dan wordt deze geïnfecteerd en zal deze op den duur zo verzwakt zijn dat de boom het loodje legt. Behalve 'in het wilde weg groeien' kan de rhizomorf ook een andere boom infecteren als er wortelcontact is tussen bomen. Dan is het voor de honingzwam een fluitje van een cent om 'over te springen'. In een bos kan dat natuurlijk makkelijk gebeuren.

Honingzwammen nemen levende en dode bomen te grazen

De honingzwam heeft nog een bijzondere eigenschap: de paddenstoel en het aangetaste hout geven licht. Dezelfde processen die zorgen voor het licht in de paddenstoelen, zorgen ook voor licht in insecten zoals de glimworm. Maar anders dan bij de glimworm schijnt het licht in paddenstoelen dag en nacht. Omdat er in het Gouwebos zoveel honingzwammen stonden, besloten we te gaan kijken of dit waarneembaar was. Op een maanloze avond liepen we nogmaals langs de plekken met veel honingzwammen. We zagen geen hand voor ogen (als we onze zaklamp een tijdje uitdeden), maar ook geen opgloeiende zwammen of hout. Mislukt experiment dus. 
Ik ben vervolgens op zoek gegaan of anderen dit fenomeen hadden waargenomen en vastgelegd. Ik kwam dit filmpje tegen op YouTube. De filmer noteerde er een persoonlijke waarneming bij: "Ik heb nog nooit onbeschadigd Armillaria (nb dit is de honingzwam)-hout zien gloeien. Als ik een stuk hout met Armillaria openzaag, is het eerst altijd donker, de bioluminescentie begint pas na een paar uur, bereikt zijn maximum ongeveer 8 tot 24 uur nadat het hout is gekapt en neemt dan weer af". Hij of zij maakte er in ieder geval mooie timelapse opnamen van, dus bekijk het filmpje zeker even. 

Screenshot uit bovengenoemd filmpje
Door: http://www.youtube.com/@ran.glacialis

Volgens NatureToday gaat er een verhaal over mijnwerkers die geen mijnlamp nodig hadden omdat de balken licht gaven. Voor de stutten was waarschijnlijk door honingzwammen geïnfecteerd hout gebruikt. Dat lijkt me geen geruststellende gedachte met het oog op instortingsgevaar, want de honingzwam veroorzaakt witrot.

Tegen de honingzwam is geen kruid gewassen,
een aangetaste boom kan niet gered worden


dinsdag 19 november 2024

Zwammen: van haarfijn tot reuzengroot

De eerste sneeuw is gevallen in het noorden van het land, hier in het westen komen er vooral regendagen aan, en de temperaturen dalen. Dat is minder goed paddenstoelenweer. We kijken nog even terug naar het begin van deze maand. 

November

Deze keer een selectie van paddenstoelen die loopt van zeer klein tot zeer groot. 

In de Putterbossen zag ik ijle gele 'haren' oprijzen uit het gebladerte. Bij nadere beschouwing bleek het om zwammetjes te gaan en de ObsIdentify-app meldde dat dit draadknotszwammetjes waren. 

Draadknotszwammen zijn maar 0,5-1 mm in doorsnede (en tot 8 cm hoog)

De soort leeft in groepen op bosstrooisel in zowel loof- als naaldbossen. Hij komt vooral voor op berken, populieren en eiken. De sporen zitten bij knotszwammen aan de buitenkant.

Iets groter èn beter herkenbaar als paddenstoel zijn de takruitertjes. Ze groeien in groepjes bij elkaar op dood hout en kunnen periodes van droogte doorstaan. De hoedjes zijn maximaal rond 12 mm groot. Ze hebben een vrij groot verspreidingsgebied; van Marokko tot het midden van Scandinavië. 

Takruitertjes

Dan maken we een enorme stap in omvang en komen bij een paddenstoel met de intrigerende naam 'schaapje'. Het betreft een lid van de melkzwamfamilie en de naam heeft vast te maken met de roomwitte kleur en het formaat van de hoed: tot wel dertig centimeter! Ze groeien op zandgronden in de buurt van eiken. 

Schaapje van formaat

Tenslotte is er de reuzenzwam, die zijn naam al mee heeft als indicatie voor het formaat. Wij zagen ze op het landgoed van Huys te Warmont in grote aantallen rond de voet van beuken staan. 

Reuzenzwam

Als je deze zwammen op een boom ziet zitten heeft de boom er al een hele strijd opzitten. De zwamdraden tasten de boom van binnenuit aan en veroorzaken rot. De wortels van de zwam reiken zelfs tot aan de kroon! De boom probeert om de zwam kwijt te raken door extra wortels en hout te maken, maar uiteindelijk zonder resultaat. Het duurt jaren voordat voor ons zichtbaar is dat een boom is aangetast. Als de reuzenzwammen zichtbaar worden, is de boom ten dode opgeschreven. 

Reuzenzwam, rechtsboven mijn schoen (maat 38)

Reuzenzwammen zijn de grootste zwammen van Nederland, en zelfs van Europa. Ze vormen grote, bruine, waaiervormige platen van soms wel een meter breed! De platen vormen dikke trossen van verschillende lagen. Ze zijn vooral te vinden op beuk en eik, maar ook soms op paardenkastanje en naaldbomen. Vooral beuken zijn er heel gevoelig voor; de zwam tast zwakke exemplaren aan. Is een beuk eenmaal aangetast, dan wordt deze van binnen zo snel verteerd dat al na enkele jaren grote takken af gaan vallen. De boom moet in zo'n geval gekapt worden omdat het te gevaarlijk is voor mens en verkeer. De reuzenzwam zorgt wel nog voor de vertering van het resterende hout. 

Vooral beuken worden aangetast door de reuzenzwam

woensdag 13 november 2024

Zwammen tot je groen en geel ziet

Aan het eind van het paddenstoelenseizoen staat de teller in mijn app op 131 soorten. Niet slecht voor één herfst. Deze keer een aantal gele en groene zwammen uit de net zo gekleurde herfstbossen.


De gele knolamaniet heet wel geel maar ziet er eerder wittig uit, hoogstens zachtgeel. De soort wordt makkelijk verward met de zeer giftige groene knolamaniet. De gele knolamaniet wordt in het Engels daarom ook wel aangeduid met false death cap. Deze amaniet gedijt in loofbossen en gemengde bossen, voornamelijk bij eiken en beuken.

Gele knolamaniet

De narcisamaniet heeft een mooiere gele kleur en meestal ook velumresten op de hoed. Het velum is een dunne laag die de paddenstoel omhult als de sporen nog niet rijp zijn. Als de paddenstoel groeit knapt hij uit dat velletje en dan blijven er resten op de hoed kleven (zo komt de vliegenzwam aan zijn witte stippen). De sporen kunnen dan uit de hoed vallen om zich te verspreiden.

Narcisamaniet

De gele aardappelbovist is soms wat geler en soms wat lichter van kleur. Dit vers opgekomen exemplaar is nog aan de beige kant. De sporen van bovisten zitten in de bal. Op een andere locatie vond ik een doorgesneden paddenstoel. Het lijkt een grapefruit met zwart vruchtvlees. De sporen verspreiden zich als de bol is uitgedroogd en gescheurd. Hoewel de naam 'aardappel' iets anders doet vermoeden, is deze soort niet eetbaar, maar giftig. 

Gele aardappelbovist

Sporen in een doormidden
gesneden aardappelbovist

In het Speulderbos zagen we de valse hanenkam, die is vrij algemeen in de bosrijke gebieden van ons land. De valse hanenkam lijkt op de hanenkam ofwel cantharel maar is niet zo smakelijk, sommige mensen krijgen buik- of darmproblemen van de consumptie van deze soort. Hij leeft als saprofyt op naaldhout.

Valse hanenkam


Valse hanenkam
Afbeelding: Albin Schmalfuß
file cropped and uploaded by
Francisco Welter-Schultes -
Michael, E. 1898. Wikimedia

De geelwitte russula komt algemeen voor in loof- en naaldbossen, met name op (matig) voedselarme, zure bodems. Hij is bestand tegen de toenemende humus- en strooiselophoping in ouder wordende bossen. Het is één van de ruim 1400 soorten russula's, in Nederland kun je ongeveer 125 soorten russula's vinden. Russula's als soortgroep zijn vrij makkelijk te herkennen, maar het is erg moeilijk de juiste soort te bepalen, daarvoor heb je vaak de hulp van een microscoop nodig. Opvallend feitje: russula's en de aan hen verwante melkzwammen kunnen geparasiteerd worden door de zakjeszwam Hypomyces lactifluorum. Deze vervangt het vlees van de gastheer en maakt het eetbaar voor de mens, ook als de gastheer giftig was.

Geelwitte russula

Hypomyces lactifluorum, of de kreeftpaddestoel, is een parasitaire ascomycetenschimmel die op bepaalde soorten paddenstoelen groeit, waardoor ze een roodachtig oranje kleur krijgen die lijkt op de buitenste schil van een gekookte kreeft. In tegenstelling tot de algemene naam is de soort zelf noch een paddenstoel, noch een schaaldier.

Hypomyces lactifluorum
Foto: Erlon (Herbert Baker) at Mushroom Observer, Wikimedia

Zoals hierboven beschreven zijn de melkzwammen verwant aan de russula's. Hieronder zie je de grijsgroene melkzwam. Deze soort leeft in symbiose met de beuk. Melkzwammen ontlenen hun naam aan de melkachtige afscheiding. Dit is ook vaak een belangrijk determinatiekenmerk. Er wordt dan onder andere gekeken naar de kleur van de melk, smaak van melk (mild, bitter of scherp) en de geur van de melk (voor en na kneuzing). Ook let men op de waardboom. 

Grijsgroene melkzwam

Groene paddenstoelen komen niet veel voor, deze groene schelpzwam vond ik dan ook opvallend. Maar echt lang groen is-ie niet. Hij groeit uit tot een vrij grote bruine paddenstoel. Het is een necrotrofe parasiet. Dat betekent dat hij de gastboom doodt en er vervolgens op verder leeft als saprofyt. De boom is in dit geval met mos bedekt. 

Groene schelpzwam

zaterdag 9 november 2024

Boleten: mollige paddenstoelen met buisjes

In het westen van het land komen ze helaas niet zo veel voor; boleten leven in symbiose met bomen en die zijn hier niet zo ruim voorhanden. Jammer, want die mollige paddenstoelen met soms fraaie kleuren zie ik graag. In Nederland komen vele soorten boleten voor. Je herkent ze aan de sponsachtige laag onder de hoed. Deze laag bestaat uit talloze dunne buisjes waarin de sporen gevormd worden. Deze buisjes monden uit in de poriën die onder de hoed zichtbaar zijn. Op onderstaande foto van een kastanjeboleet kun je deze buisjes goed zien.

Kastanjeboleet

De poriën van de kastanjeboleet zijn witachtig geel. Later worden ze geelgroen. Bij kneuzing (als je er op drukt met je vinger) worden ze blauwgroen. De hoed kan licht of donker kastanjebruin zijn. Bij vochtig weer wordt het oppervlak licht plakkerig. Bij droogte wordt deze glanzend glad of iets viltig, vooral aan de rand. Wij hadden vooral mistig/vochtig weer toen we op de Veluwe wandelden. Bij onderstaande kastanjeboleet kwam de kastanjekleur mooi uit in een glanzend laagje alsof er gelatine op gegoten was.

Kastanjekleurige hoed van de kastanjeboleet

De kastanjeboleet zagen we in behoorlijke aantallen. Ik was ook op zoek naar eekhoorntjesbrood, helaas dook die soort de eerste dagen niet op. Maar op een ochtend was er een gegroeid in de hoteltuin. 

Eekhoorntjesbrood gevonden langs het tuinpad

Het was nog een klein paddenstoeltje en het stond naast een nog kleinere parelamaniet. 's Nachts was er al van de amaniet gegeten, zo te zien door een slak. 

Parelamaniet (links) en eekhoorntjesbrood (rechts)

Later die dag spotte ik een groter exemplaar, de hoed wordt dan donkerder; hazelnoot- of kastanjekleur. De buisjes zijn eerst wit en later geel. Opvallend is de brede steel. Die kan aan de basis wel tien centimeter worden en bovenaan bij de hoed een centimeter of vier. Je vindt het eekhoorntjesbrood vooral bij (Amerikaanse) eiken. Maar op het landgoed stond hij onder beuken, zoals je aan de beukennootjes hierboven en de beukenblaadjes hieronder kunt zien. Misschien rijkten de wortels van verderop staande eiken echter tot hier. Eekhoorntjesbrood wordt culinair gewaardeerd, kookfanaten kennen hem ook onder de Italiaanse naam: porcini, die je gedroogd kunt kopen.  


Twee boleten waarvan we maar één exemplaar zijn tegengekomen zijn de gewone heksenboleet en de roodsteelfluweelboleet. 

Heksenboleet

De hoed van de heksenboleet is (rood)bruin. De steel is geel en is dicht bezet met kleine, rode viltpuntjes. De buisjes zijn citroengeel tot groenig van kleur. De poriën (de uiteinden van de buisjes aan de onderkant van de hoed) zijn rood tot roestbruin van kleur, dat kun je op bovenstaande foto nog net zien. Bij druk kleuren de buisjes direct donkerblauw tot zwart. Het vlees is geel. Bij snijden of kneuzen verkleurt het tot indigoblauw.

Roodsteelfluweelboleet

Tenslotte de roodsteelfluweelboleet. Dat is een hele mond vol :). De hoed is licht gewelfd en roodachtig bruin met een olijfkleurige waas. De hoed is in een typisch patroon gebarsten, waardoor het lichtroze vlees zichtbaar wordt (hier vooral zichtbaar op de plek waar een slak gegeten heeft). Het oppervlak is fluwelig of viltig. De steel heeft rode schilfers op een gelige achtergrond, vooral in het onderste gedeelte. De buisjes zijn bij jonge exemplaren geelachtig en worden later olijfgeel (zoals op de foto). Als er druk op wordt uitgeoefend, worden ze groenblauw.

Veel boleten zijn eetbaar, maar verwisseling met andere soorten ligt altijd op de loer. Dus kijken is beter dan plukken :). 
Je hebt nu kennis gemaakt met vier van de ongeveer 60 soorten boleten die in Nederland en België voorkomen. Wil je er nog een aantal zien, dan kun je een kijkje nemen op de site van een collegablogger door hier te klikken

dinsdag 5 november 2024

Een parade van bijzondere paddenstoelen

Het mooie weer houdt aan en dankzij de windstilte blijven de blaadjes lang aan de bomen hangen.

Met windstil weer kun je nog lang genieten van herfstkleuren

Vandaag wordt het merendeel van deze blog gevuld met paddenstoelen die er niet traditioneel uitzien, als in: steel met een hoed. Voor twee soorten maak ik een uitzondering.

De violette gordijnzwam is geen algemene verschijning in Nederland; ik ben hem nooit eerder tegengekomen. Ze komt vooral voor op arme zandgronden in het oosten van het land en leeft daar in symbiose met eiken en dennen op een dikke humuslaag. Wij zagen hem in een Veluws bos. 

Violette gordijnzwam

Gordijnzwammen vormen het grootste geslacht binnen plaatjeszwammen (meer dan 2.000 soorten). Met ongeveer 300 soorten zijn de gordijnzwammen het meeste soortenrijke paddenstoelengeslacht van Nederland en België. Gordijnzwammen hebben een roestbruine sporenprint. Ik meen op bovenstaande foto deze verkleuring op de steel te zien.

Een gemeenschappelijk kenmerk van alle soorten in dit geslacht is dat jonge exemplaren een gordijn hebben tussen de hoed en de steel.  De meeste vezels van het gordijn laten nauwelijks sporen achter als de paddenstoel groeit. Bij het volwassen exemplaar dat ik vond was het 'gordijn' al weg. Ik was wel benieuwd hoe dit eruit ziet, dus heb ik een plaatje op Wikimedia gezocht:

Foto: natureluvr01 - Cortinarius violaceus, Wikimedia
Het 'gordijn' onder de hoed van de jonge paddenstoel

Een andere paddenstoel die ik nooit eerder heb gezien is de spechtinktzwam. Wie het verenkleed van de grote bonte specht kent, weet waar deze naam op slaat. De witte schubjes op de bruine hoed doen denken aan de vleugelveren van de specht. Ook de spechtinktzwam is niet zo'n algemene soort, dus prachtig dat we de kans hadden om 'm te bewonderen op een groenstrook midden in Ermelo. Wij zagen twee exemplaren, tamelijk verspreid. Ze staan meestal alleen onder beuken. Net als bij andere inktzwammen vervloeit de hoed tot een inktachtige substantie waarmee de sporen op de grond of langslopende dieren druipen. 

Spechtinktzwam, een prachtig paddenstoeltje

Grote bonte specht
Foto: hedera.baltica from Wrocław, Poland - Wikimedia

Tijdens onze herfstwandelingen roken we menigmaal de weeïge stank van de stinkzwam, maar hoe we ook speurden, we zagen 'm niet. Gisteren hadden we 'm dan toch eindelijk in het vizier. De groenbruine slijmerige substantie met de sporen was al helemaal door vliegen 'weggewerkt'. De grote stinkzwam komt met behulp van een eiertand uit een 3–6 cm grote knol die in de volksmond met heksen- of duivelsei wordt aangeduid. Daaruit strekt zich in enkele uren de 10–20 cm lange poreuze en holle steel. De hoed van de paddenstoel is dan met een groene slijmerige sporenlaag (gleba) bedekt die een zeer penetrante aasgeur verspreidt, zelfs tegen de wind in te ruiken. De stank trekt vliegen en kevers als de oranje aaskever aan die voor de verspreiding van de sporen zorgen. De schone hoed is wit tot lichtgeel en heeft een kleine opening aan de top. De zwam lijkt dan wel op morieljes
Op Vroege Vogels zag ik deze timelapse van de groei van de stinkzwam. 

Grote stinkzwam

Een andere mooie vondst is de gekraagde aardster. Deze komt wijd verspreid voor in ons land, behalve in de polders/weidegebieden. Toch zie ik 'm niet vaak. De aardster begint uivormig ondergronds, maar bij rijping splijt de buitenwand in diverse slippen waardoor de binnenkant iets omhoog wordt getild. In het bolletje zitten de sporen. Wanneer de paddenstoel is verdroogd zorgen regendruppels ervoor dat de sporen uit het bolletje naar buiten wolken. Enigszins toepasselijk in deze tijd: mij doen de dikke witte slippen altijd denken aan marsepein :).

Gekraagde aardster

Dan zijn er nog zwammen die klein en sprieterig groeien. Het geweizwammetje is vrij algemeen en kun je op dood hout in parken zien. De geweizwam is een kleine zwam tot 7 cm hoog. Aan de bovenkant komen vaak vertakkingen voor, waardoor de gelijkenis met een gewei ontstaat. In hun jeugd zijn ze bedekt met een wit poeder. Dit zijn de sporen die in de ongeslachtelijke fase worden voortgebracht. Later in gaan ze over tot de geslachtelijke fase. De kleur verandert dan naar zwart en de sporen zitten niet meer aan de buitenkant. Deze soort behoort tot de zakjeszwammen.

Geweizwammetjes op een boomstronkje,
de beige/witte zwam eronder is de grijze buisjeszwam

Ongeveer net zo klein, maar met een ander uiterlijk en behorend tot een andere familie (gek genoeg niet de koraalzwammen :)) is het kleverig koraalzwammetje. Deze leeft als saprofyt (houtopruimer) op stammen van naaldbomen. De vertakkingen voelen rubberachtig aan en zijn makkelijk te buigen zonder dat ze afbreken. Dit in tegenstelling tot de koraalzwammen, waarbij de vertakkingen meestal erg broos zijn. 
Door zijn felle kleuren is hij nauwelijks te missen. Het vruchtlichaam is 4-8 cm hoog. Als het door gras of mos moet groeien kan het zelfs 15 cm hoog worden.

Kleverig koraalzwammetje

Dan vonden we nog de rechte koraalzwam. Dit is een schimmel die behoort tot de steeltjeszwammen. Het vruchtlichaam is meervoudig vertakt en doet denken aan koraal. De rechte koraalzwam komt voor op plantenresten, takken, houtsnippers en stronken van loofbomen en naaldbomen. De vorm die op loofhout groeit, is doorgaans meer oranje en minder bossig dan die op naaldhout. Het komt vooral voor op beuken, iepen en eiken. Voor zover ik het kon achterhalen is dit wel een echte koraalzwam. 

Rechte koraalzwam

De grote sponszwam komt voor op zandgrond in open bossen aan de voet van boomstammen en op stompen van naaldbomen, vooral op grove den. Verder komt ze voor op larix, fijnspar en douglasspar. De paddenstoelen zijn van juli tot december te vinden, maar vooral in september en oktober. Ze zijn eetbaar en kunnen uitgroeien tot echte joekels van wel 40 cm breed en 2-5 kilo zwaar! Voor deze soort moet je in het oosten van het land zijn. 

Grote sponszwam

Om bij het naaldhout te blijven: op dennenkegels vonden we deze piepkleine paddenstoeltjes. De vruchtlichamen van de muizenstaartzwam zijn tussen de 0,5 en 2 cm groot. Ook op sparrenkegels kun je ze vinden. Het zijn saprofyten, dus ze breken de kegels af. 

Muizenstaartzwam

Tot slot nog een nestje om mee af te sluiten. Het bleek nestzwammetje (ook een saprofyt) heeft een paar eitjes in het nestje liggen. Die 'eitjes' bevatten de sporen. Eerst zitten de eitjes met een wit draadje aan de binnenkant van de beker of aan elkaar vast. Later raken ze los en worden door de regen uitgespoeld. De eitjes hebben een stevig omhulsel met daarin sporen. Die verstuiven zoals bij stuifzwammen.

Bleek nestzwammetje

Zo dat was het voor deze keer. Hopelijk inspireert deze blog je om naar buiten te gaan, op zoek naar bijzondere verschijningen uit het zwammenrijk. 

In gemengd naald/loofbos kun je veel paddenstoelen vinden






zaterdag 2 november 2024

Paddenstoelen in lipstickkleurtjes

Het is een goed paddenstoelenjaar. Sinds september heb ik 123 soorten paddenstoelen gevonden. Informatie over zoveel soorten kan natuurlijk niet allemaal in één blog worden gepropt. Vandaag heb ik er een aantal uitgepikt in een kleurrange die je minder vaak ziet. Veel paddenstoelen zijn (licht)bruin, gelig of beige. Maar de selectie van vandaag heeft een kleurenpalet van teer roze tot fel rood: lipstickkleurtjes!

Lipstickkleurtjes
Foto O Boticário SPFW - Flickr: Batons Make B., Wikimedia

Om te beginnen vroeg ik me af waarom paddenstoelen überhaupt (dat soort) kleuren hebben. Ze verspreiden sporen om zich voort te planten en hoeven dus geen bestuivers aan te trekken om te helpen bij de voortplanting. Ook moeten ze zorgen dat ze niet opgegeten worden, dus dan lijkt een schutkleur meer op zijn plaats. Of ligt het toch anders? Pigmenten kunnen (mede) de smaak van de paddenstoel bepalen. Een onaangename smaak voorkomt vraat waardoor de vruchtlichamen langer overleven om sporen aan te maken en deze te verspreiden. De pigmenten kunnen ook dienen als een soort natuurlijke zonnebrandcrème voor paddenstoelen waardoor de sporen beter beschermd zijn. Anderzijds helpt een donkere kleur de paddenstoelen om beter te overleven in koudere klimaten. Een groot Europees onderzoek lijkt aan te tonen dat zonnewarmte de reproductie van paddenstoelen kan verbeteren. En die warmte wordt beter vastgehouden als de paddenstoel een donkere kleur heeft. Tenslotte wordt gedacht dat kleurpigmenten paddenstoelen beschermen tegen bacteriële indringers. Tsja, het moeilijke met waarom-vragen in de natuur is dat planten, dieren en paddenstoelen deze vragen niet zelf kunnen beantwoorden :). Er is nog veel onderzoek nodig om dit allemaal te begrijpen en verklaren. Afijn, hier komt de lipstickparade!

Gewoon elfenschermpje
We begin met een zoet roze paddenstoeltje. Het gewoon elfenschermpje is een saprofyt die leeft op strooisel, vaak bij eiken, beuken of sparren. Ze heeft een radijsgeur. Deze soort lijkt erg op het heksenschermpje, zie foto hieronder. Deze paddenstoel is giftig door de aanwezigheid van muscarine (dit gif zit ook in de vliegenzwam). 

Heksenschermpje

Toen ik bovenstaande foto thuis op het grote scherm van de computer bekeek, zag ik op de hoed van de linker paddenstoel dunne sprietjes met een donker knopje uitsteken. Dit bleek de mycenaparasiet Spinellus fusiger. Tijdens de reproductieve fase van zijn levenscyclus groeit Spinellus fusiger door de hoed van de paddestoelgastheer en breekt uiteindelijk door om uitstralende reproductieve stengels (sporangioforen) te produceren met minuscule, bolvormige, sporenbevattende structuren die sporangia worden genoemd. Uiteindelijk komen de sporen in de sporangia vrij na het afbreken van de buitenste sporangiale muur, waarbij ze passief via wind, water en insecten naar nieuwe locaties worden verspreid.

Heksenschermpje met Mycenaparasiet Spinella fusiger

Een paddenstoelenfamilie met veel mooie kleurtjes zijn de russula's. Tegelijk is deze groep gekmakend voor het determineren want de soorten lijken zo veel op elkaar dat een app als ObsIdentify ze (ook) niet kan onderscheiden. Deze wist de app wel op naam te brengen als de roze berkenrussula. Een prachtig lippenstiftje, toch? De berkenrussula leeft in symbiose met (vooral) berken. De lamellen (waar de sporen in zitten) zijn wit bij deze soort.

Roze berkenrussula

Niet zo'n bijzondere foto's, maar deze russula kende ik nog niet en past mooi in het thema: de abrikozenrussula. Ze heeft niet alleen een zachtoranje kleurtje aan de bovenkant maar ook de lamellen zijn bleekoranje. De app was vrij zeker van de determinatie van deze soort (in tegenstelling tot menige andere russula), maar de verspreidingskaart laat maar weinig waarnemingen van de abrikozenrussula in Nederland zien. Ik ben benieuwd of ik hier nog iets van hoor van een validator van waarneming.nl :). De soort staat wel als 'algemeen voorkomend' te boek. Misschien zien veel mensen deze over het hoofd of denken ze dat het een verbleekte andere soort is. 

Abrikozenrussula

De lamellen van de abrikozenrussula zijn ook abrikooskleurig

Dan komen we bij de pittiger kleurtjes. De oranjerode stropharia is een saprofyt die leeft op houtsnippers (en op takjes zoals je op de foto ziet). Bij het takje zie je de schimmeldraden uitsteken. Het mycelium zit (in dit geval) echt alleen in dat takje, want ik kon het geheel zo optillen.

Oranjerode stropharia

Voor een avondje uit nemen we de felste lipstickkleur en dat is vandaag de zwartwordende wasplaat. Hij leeft als saprotroof in niet of weinig bemeste graslanden, vochtige duinvalleien, wegbermen en rietlanden. Wij kwamen 'm tegen op een grassig stukje op de heide. De kleur varieert van oranje tot rood en de zwarte kleur ontstaat door veroudering. Dit kabouterachtige mutsje is vrij klein maar door zijn kleur valt-ie wel op als je even goed speurt. 

Zwartwordende wasplaat

Zwartwordende wasplaat

Wellicht ten overvloede: natuurlijk zijn deze paddenstoelen niet geschikt om op je lippen te smeren!