zaterdag 28 september 2024

Glibberen door de blubber om boomkikkers te zien

In de meivakantie waren we in Limburg en één van de natuurgebieden die al heel lang op onze "to do-lijst" stond was De Doort, in de buurt bij Echt. In het voorjaar zijn hier onder andere boomkikkers actief. Waarnemingen van deze beschermde soort zijn niet gedetailleerd terug te vinden op waarneming.nl, dus we besloten een wandeling te maken die ons alle biotopen van De Doort zou laten zien, in de hoop dat we de kikkertjes onderweg zouden spotten. Toen we de wandeling begonnen was het zwaarbewolkt. Niet per sé het beste uitgangspunt om de boomkikkers te zien, want je kunt deze beestjes van enkele centimeters groot het makkelijkst waarnemen als ze zitten te zonnen op (braam)bladeren. 

We parkeerden de auto en hoorden onze eerste koekoek van dit seizoen; een goed begin! Langs de randen van het bos en de Middelsgraaf speurden we naar boomkikkers maar we zagen niet meer dan een slome vuurjuffer, die nog wat zonnewarmte nodig had om actief te worden.

Vuurjuffer

Voor wie het zich niet meer herinnert: het voorjaar van 2024 was erg nat en daar ondervonden we al snel de gevolgen van. Onze voeten zakten weg in glibberige klei en na korte tijd waren onze schoenen egaal bruingrijs. We waren niet de enigen: een das had ook moeite met de modder en liet een spoor van zijn bezoek achter.

Dassenspoor in de blubber, ook uitgegleden, net als wij

We kwamen maar langzaam vooruit en verdwaalden ergens waar het pad ophield. We hadden in de routebeschrijving blijkbaar een afslag gemist. Door sprokkelhout en modder baanden we ons een weg terug. Hier kwamen andere wandelaars ons tegemoet - voor hen moest de ergste modder nog komen :(. We vroegen of ze wisten waar de boomkikkers zich ophielden. Ze gaven ons een beschrijving, die op dat moment duidelijk leek, maar toen we de eerste vijf aanwijzingen hadden gevolgd en een verharde weg overstaken raakten we alsnog het spoor bijster. Langs een veld dat overeenkwam met de beschrijving van de wandelaars konden we de boomkikkers niet ontdekken. Dus vervolgden we de route in onze eigen beschrijving. Toen we wederom aan de rand van een enorme modderpoel stonden, hakten we de knoop door: we zouden teruglopen naar de verharde weg en dan de kortste route naar de auto nemen. We kwamen dus opnieuw langs het beschreven veldje in het bos. Er was echter één verschil: de zon was doorgekomen. 

Biotoop van de boomkikkers

We besloten nog één keer langs de bosranden te speuren. Zoek de boomkikker!

Zoek de boomkikker

Boomkikkers kunnen hun kleur veranderen van lichtbruin tot donkergroen, dus ze kunnen volledig opgaan in hun omgeving. De bruinzwarte rand doet denken aan een bladrand of takje. De zon kwam verder door en elke keer als we met onze ogen knipperden kwamen er kikkertjes bij. Op het laatst zagen we er veertien!


Met onze modderschoenen klotsten we tevreden naar de parkeerplaats. In principe hadden we een paar honderd meter over verharde weg en zandpad kunnen lopen om de boomkikkers te zien. Dus het modderbad was in dat opzicht geheel overbodig. Bij de auto spraken we nog een ander wandelduo. Zij waren de braamstruiken gepasseerd toen er nog geen zon was en hadden geen enkel kikkertje gezien. Dus 'timing is everything'. 

Meer informatie over boomkikkers vind je op de site van Ravon
Op de site van Visit Zuid-Limburg vind je een wandelroute door De Doort (die komt niet precies overeen met onze route). 
Eerder schreef ik dit blogje over boomkikkers


donderdag 26 september 2024

Straatchampignons en Toverchampignons zijn gewichtheffers

Tijdens een kort wandelrondje door het Weteringpark kwam ik op diverse plaatsen straatchampignons tegen. Dat het champignons waren zag ik snel, maar dat 'straat' heb ik ontdekt via Obsidentify. In ons land zijn er maar liefst 47 soorten champignons, dus ik ben blij dat ik er nu een specifiek op naam kan brengen :). Het blijkt dat je deze soort makkelijk kunt onderscheiden door de dubbele ring op de steel.

De straatchampignon heeft een dubbele ring op de steel

De plaatjes staan dicht bij elkaar en vrij van de steel. Die op de foto hierboven zijn al wat ouder; aanvankelijk zijn ze lichtroze, zoals op de afbeelding hieronder. Ik heb alles overigens gefotografeerd zoals ik het heb aangetroffen, dus ben niet zelf gaan graven. 

De lamellen zijn in het begin lichtroze en verkleuren later

De straatchampignon is verwant aan onze consumptiechampignon en de weidechampignon. Hij is ook eetbaar, maar dat is gezien de plekken waar-ie groeit meestal geen goed idee. Je kunt er gratis fijnstof of hondenurine bij krijgen :). Ze komen in het algemeen voor op voedselrijke plekken in wegbermen, plantsoenen, tuinen en straten. Nieuw voor mij is het feit dat ze zelfs asfalt opzij kunnen drukken: powerlifting op het fietspad! Ik kwam onderstaand plaatje tegen op Wikimedia.

Foto: Tangopaso - Own work, Wikimedia

Toen ik "straatchampignon en asfalt" googelde, kwam ik nog tot een andere ontdekking. Er bestaat zoiets als de toverchampignon. Ik dacht eerst dat dit een grapje of bijnaam was, maar het blijkt een echte en ook nog zeer bijzondere soort te zijn. Deze paddenstoel ontvouwt zijn hoed volledig voor deze boven de grond komt en is daarmee een gewichtheffer in het kwadraat. Hij kan namelijk stoeptegels optillen. Ik zag onderstaande afbeelding op de site van Paddenstoelen in Friesland. Bekijk daar meer foto's van deze soort.


Hij heeft zijn naam niet te danken aan deze krachtpatserij, maar aan zijn toverbalachtige verkleuringen. Bij beschadiging kleurt de paddenstoel eerst geel en na een minuut bruinrood. Andere champignons verkleuren maar één keer; ofwel geel ofwel rood. De straatchampignon kleurt bijvoorbeeld geel bij beschadiging. 

In 1973 werd de toverchampignon voor het eerst in Nederland gevonden, en wel in het Amsterdamse Bos. Hij is op basis van dit materiaal in 1987 beschreven als nieuwe soort voor de wetenschap! Inmiddels zijn in meerdere provincies exemplaren van deze soort aangetroffen.

Verspreiding Toverchampignon in Nederland

In Europa zijn alleen enkele vondsten bekend uit Vlaanderen (2005), Nordrhein-Westfalen (1995), Engeland (2008) en Polen (2018). Buiten Europa is de toverchampignon nauwelijks aangetroffen. 

Mocht de grond onder je voeten binnenkort wankelen, denk dan niet meteen aan een aardbeving. Er zijn ook andere krachten actief onder de grond :). 
 




zaterdag 21 september 2024

Een vliegend boterbloempje

Op 1 mei van dit jaar maakten we een mooie wandeling door het Duitse deel van het Wormdal, bij Würselen (ten noorden van Aken). We waren even vergeten dat 1 mei een vrije dag is in Duitsland, dus het was tamelijk druk op de route. Het mooie weer had veel Duitse wandelaars en fietsers naar buiten gelokt. Toch deden we mooie natuurwaarnemingen. Terwijl we over een steile helling naar boven liepen, keken we uit over een paar weilandjes waar een groepje reeën zich tegoed deed aan het gras en malse blaadjes van de heggen. Een buizerd met een prooi wiekte weg tussen de bomen en op het pad vonden we een dode spitsmuis. 

Ik was goed bij mijn verstand maar toch zag ik een boterbloempje vliegen. Zoals je begrijpt gaat het hier niet om de gele bloemetjes. Er is een dagactieve nachtvlinder naar deze plant genoemd, waarschijnlijk vanwege de gele vleugels. 

Ik zag een boterbloempje vliegen

De Latijnse naam luidt Pseudopanthera macularia, daar komt de oude Nederlandse naam Panterspanner vandaan. Ik vind het patroon inderdaad meer panterachtig en de vergelijking met een heldergele boterbloem zie ik toch minder. Het vlindertje behoort tot de familie van de spanners. Spannerrupsen hebben op het achterlijf slechts twee paar schijnpoten (andere rupsen hebben er meer): een paar naschuivers aan het uiteinde en een paar buikpoten op korte afstand daarvoor. Het middendeel van het lichaam heeft geen poten en wordt bij het voortbewegen steeds in een boog omhoog gespannen, waarbij het achtereind van het lichaam tot bij de voorste pootparen wordt getrokken. De Nederlandse naam voor de familie van de spanners is afgeleid van deze manier van voortbewegen.

Op onderstaand plaatje zie je de groene rups van het boterbloempje afgebeeld (nr 6). 

By William Butler - https://www.biodiversitylibrary.org
/item/127820#page/7/mode/1up,
Public Domain, Wikimedia

De rupsen kun je nog tot in september zien, het diertje brengt als pop de winter door; in de grond of de strooisellaag. Van eind april tot begin juli kun je de vlinders zien fladderen. Daarvoor moet je wel een beetje geluk hebben, want ze zijn vrij zeldzaam en komen maar op enkele plaatsen in ons land voor. Op het kaartje kun je zien waar je kans hebt om dit vliegende bloempje te zien.

Verspreiding Boterbloempje in 2024
Bron: Waarneming.nl


zaterdag 14 september 2024

Zwartblauwe rapunzel in meerdere kleuren

Na een drukbezette lente en een verdrietige zomer waarin onze laatste tante ziek werd en overleed, pak ik eindelijk de blogdraad weer eens op. Na een mooie meivakantie in Limburg heb ik deze zomer weinig meegekregen van de natuur. We raceten op en neer naar Limburg en zagen vooral het ziekenhuis en de hospice van binnen. Voor de komende blogjes moet ik dus putten uit de lentefoto's en belevenissen. Niet zo actueel nu de herfst op het punt staat te beginnen, maar hopelijk wel lezenswaardig. 

Heerlijk wandelen in het Savelsbos

Eind april maakten we een wandeling in het Savelsbos dat, zeker in het voorjaar, sprookjesachtig mooi is. Voor we op pad gaan kijk ik altijd op waarneming.nl of er bijzonderheden zijn gemeld zodat we die, waar mogelijk, in de route kunnen opnemen. Die dag viel mijn oog op de zwartblauwe rapunzel. Deze plant is in Nederland zeldzaam tot zeer zeldzaam en bedreigd. In de afgelopen 70 jaar zijn de aantallen van de rapunzel met 50-75% afgenomen door verruiging, verzuring en vernatting. Een lot dat menige 'kieskeurige' plant ten deel is gevallen. Bij zeldzame planten wordt de precieze locatie verborgen op waarneming.nl om te voorkomen dat 'liefhebbers' de planten opgraven of op andere manieren verstoren. Het was dan ook nog maar de vraag of we de mooie rapunzel zouden tegenkomen. Ik had 'm nooit in het echt gezien, dus ik hoopte er wel op. Ik had geluk, onze wandelroute leidde ons het bos in en al snel zagen we meerdere planten langs het pad. Ze vielen meteen op door de aparte vorm.

Zwartblauwe rapunzel

Aanvankelijk zijn de kroonbladen vergroeid als een smalle kromme buis, na enige tijd splijten de vijf kroonbladen in het onderste deel van de bloem en vormen een soort open lantaarntje (zie de foto hieronder). Het bovenste deel van de kroon blijft vergroeid. De stijl met twee stempels piept door het gespleten deel naar buiten. 
Voor de zekerheid checkte ik mijn waarneming met Obsidentify, en ik kreeg een zekerheidsscore van 100%. Hommels zijn erg blij met deze plant; en ondanks het nog wat koele weer zag ik toch een weidehommel aan de onderste open bloemetjes bungelen. De hommel had al heel wat stuifmeel verzameld; de pollenkorfjes op de poten bevatten een flink geel bolletje van dit voedsel.


Erg blij met deze waarneming liepen we verder over het pad. Plotseling viel mijn oog op een witte bloem, die er net zo uitzag als de zwartblauwe rapunzel. Maar die zou toch niet voor niets 'zwartblauw' heten? Obsidentify meende met 100% zekerheid dat dit de witte rapunzel betrof, een nog zeldzamere plant. Ook de validator (geen computer maar een mens :)) van waarneming keurde mijn via Obsidentify ingevoerde waarneming goed. Wow. 

Zwartblauwe rapunzel, witte variant

Maar helaas; er zat een addertje onder het gras. Bij zeldzame gevallen controleert een andere controleur de controleur (validator). En die mailde ons dat dit de witte variant van de zwartblauwe rapunzel is. De echte witte rapunzel heeft breed eironde tot eirond-lancetvormige wortelbladeren, die in tegenstelling tot bij de zwartblauwe rapunzel dubbel gezaagd of dubbel gekarteld zijn, maar soms zijn ze ook ongelijk gezaagd of gekarteld (wie volgt het nog? :)). Midden op het blad zitten soms zwarte vlekken. Op de plek van mijn waarneming was nog nooit een echte witte rapunzel gezien. Check, check, dubbelcheck is in dit geval maar goed ook.

In ieder geval had ik zelf weer wat bijgeleerd!