Afgelopen zaterdag was een windstille ochtend; een prima mogelijkheid om vogelzang vast te leggen zonder nare ruis in de microfoon. Over vogelzang schreef ik al enkele blogs. En in het filmpje van deze week kun je zien èn horen welke vogels ik in het park tegenkwam. Niet alleen de vogels lieten zich van hun beste kant zien, de sleedoorn showde haar ragfijne witte bloemetjes tussen het prille lentegroen.
![]() |
Sleedoorn |
Een vlinder die verbonden is aan deze struik is de prachtige sleedoornpage. De vlinder legt de eitjes in de oksels van takken op de grens van oud en jong hout, waar de eitjes overwinteren. De eitjes zijn wit en plat en hebben een geribbeld patroon. In het voorjaar komen de eitjes uit en vreten de rupsjes de knoppen van binnenuit, later peuzelen ze van het blad. De rupsen verpoppen eind juni of begin juli op de grond onder afgevallen bladeren. Mieren begraven de poppen in oppervlakkige holletjes. Door de verborgen leefwijze van de sleedoornpage zie je de vlinders helaas niet vaak. Meestal gaan enthousiaste tellers er in februari op uit om op de kale takken naar eitjes te speuren en zo in kaart te brengen waar de vlinder voorkomt.
![]() |
Sleedoornpage (v) is klaar om een ei te leggen Foto: Charles J. Sharp - Own work, from Sharp Photography, CC BY-SA 4.0, Wikimedia |
In navolging van de sleedoornpage zou je verwachten dat de meidoornuil (een nachtvlinder) haar eitjes op de meidoorn legt. Maar dat is lang niet altijd het geval. De meidoornuil is vaak te vinden op sleedoorn (en berk) om haar nageslacht veilig te stellen. De eitjes van deze soort worden dan ook vaak door sleedoornpagetellers gevonden. De eitjes verschillen van de sleedoornpage: ze zijn hoger en lopen bovenaan wat taps toe. Ook het patroon is anders, met langgerekte groeven.
De eitjes van de meidoornuil overwinteren en komen rond deze tijd (eind maart/begin april) uit. De jonge rupsjes eten van het jonge blad en zijn ook overdag actief. Oudere rupsen rusten overdag stijf tegen takken aangedrukt en zijn dan opvallend goed gecamoufleerd, zij scharrelen 's nachts hun maaltje bij elkaar. Na vier tot zes weken zijn de rupsen volgroeid en maken ze een cocon in de strooisellaag. Dan gebeurt er iets bijzonders; of eigenlijk eerst een tijdje niks: de verpopping vindt pas na zes tot acht weken plaats. Tot die tijd blijven ze als rups in de cocon zitten. Dit zie je bij meer vlindersoorten, vooral soorten die in het voorjaar rups zijn en een vliegtijd hebben in het najaar. Vermoedelijk is dit een strategie om in geval van ongunstige omstandigheden nog enigszins mobiel te zijn. Een pop kan zich immers niet verplaatsen en een rups wel. Om deze theorie te testen zijn er experimenten gedaan. Poppen werden in zaagsel gelegd en dit werd vervolgens flink nat gemaakt en omgewoeld. Op zo'n moment kwamen de rupsen uit de cocon en maakten op een andere plek een nieuwe cocon.
![]() |
Meidoornuil Foto Ben Sale from Stevenage, UK - [2245] CC BY 2.0, Wikimedia |
Om de vlinders te zien moet je dus wachten tot het najaar, de top van de vliegtijd ligt in de eerste helft van oktober. Maar komende tijd kun je wel speuren naar de rupsen van deze soort. Dat is geen makkie, want zo te zien springen ze niet in het oog.
![]() |
Rups van de meidoornuil Foto: Harald Süpfle, CC BY-SA 3.0, Wikimedia |
Je kunt natuurlijk ook gewoon genieten van de mooie sleedoornbloemen en hopen op een vlinder in het najaar!
![]() |
Sleedoornbloemen |
Vergeet niet het filmpje te bekijken met de link bovenaan deze blog ;).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten