woensdag 19 maart 2025

Een parade van stinsenplantjes geeft kleur aan de lente

Voorzichtig beginnen bomen en struiken uit te lopen. Sleedoorns zijn in een witte waas van bloemetjes gehuld en dotjes gele bloemetjes sieren de kornoelje en katjes van wilgen. Struiken als vlier en meidoorn beginnen hun bladeren te ontplooien; het ijle groen schemert door de takken.

Bladeren van de meidoorn ontluiken in de lentezon

Voor de echte kleur in de natuur moeten we op dit moment nog genoegen nemen met een trucje dat mensen uithalen om in het vroege voorjaar te genieten van prachtig bloeiend spul. Al in de negentiende eeuw werden er sierplanten (veelal bolgewassen) uit zuidelijke streken ingevoerd om landgoederen, boerderijhoven en pastorietuinen te verfraaien. Het woord stinsenplant komt van het Friese woord stins, dat (versterkt) stenen huis betekent. Vaak lag bij zo'n adellijke woning ook een landgoed waar de geïmporteerde bolletjes werden geplant. In Friesland is het specifiek bij stinsen voorkomen van plantensoorten voor het eerst beschreven. Het woord stinsenplant is waarschijnlijk voor het eerst gebruikt door de heemkundige Jacob Botke in 1932. 

Veel van die tuinplanten zijn verwilderd en komen elk jaar in grote(re) getalen op. Ook worden ze nog steeds regelmatig in tuinen of parken aangeplant.

De meeste sneeuwklokjes zijn nu uitgebloeid

Afgelopen week ben ik in het Alphense Bospark en de heemtuin in Leiderdorp op zoek gegaan naar deze mooie bloeiers. Ik vond meer soorten dan ik in deze blog kan laten zien, dus het wordt een selectie. Op Wikipedia vind je een lijstje van alle soorten die tot de stinsenplanten gerekend worden

Ik begin met twee krokussen: de bonte krokus en de boerenkrokus. 

Bonte krokus

De bonte krokus is een bolgewas uit de lissenfamilie. De wilde plant komt oorspronkelijk uit de gebergten van Midden- en Zuid-Europa en groeit daar op subalpiene hooiweiden. Het blad heeft een lengtestreep in een wittige kleur. Veel tuinkrokussen zijn voortgekomen uit de bonte krokus door veredeling en kruising. 

Boerenkrokus

Ook de boerenkrokus groeit van nature niet op polderpeil. Deze plant is te vinden op kalkrijke grond tussen 1000 en 1500 meter hoogte in Zuid-Hongarije, Kroatië, Bosnië, Servië en Bulgarije. Ik vond slechts twee exemplaren van deze ijle beauty maar op Wikimedia kwam ik onderstaande bloemenzee tegen. Voor de lezers uit het noorden van het land: de Epemastate in IJsbrechtum schijnt befaamd te zijn om de grote hoeveelheden boerenkrokussen in deze tijd van het jaar. 

Boerenkrokussen in grote aantallen
Foto: Loz (L. B. Tettenborn) - Eigen werk, CC BY-SA 3.0, Wikimedia

Ook de bosanemoon is hier in het westen dungezaaid, grote kans dat dit te maken heeft met het gebrek aan bos :(. Hier heb ik een tip voor lezers in het zuiden: het Savelsbos heeft prachtige (gele en witte) bosanemonen. Ik heb al weer heimwee als ik er aan denk. Feitelijk is de bosanemoon in Limburg geen stinsenplant omdat-ie er van nature voorkomt. In zowel het Bospark als de heemtuin vond ik slechts hier en daar een polletje van de plant, in de laagveengebieden komen ze alleen voor als de mens ze heeft aangeplant. Daar is het dus wel een stinsenplant. Bosanemonen behoren tot de ranonkelfamilie.

Bosanemoon

Stinsenplantjes komen uit verschillende plantenfamilies. Waar de krokussen dus bij de lissenfamilie horen en de bosanemonen familie zijn van de ranonkels komt de vingerhelmbloem uit de papaverfamilie.

Vingerhelmbloem (roze) met Oosterse sterhyacint (blauw)

De plant komt voor van Frankrijk en Italië tot in Noord-Rusland. Nederland is de enige plek in Noordwest-Europa waar de plant de kust bereikt. Je vindt ze vooral in de Zeeuwse en Hollandse duinen en lokaal op sommige plaatsen in Limburg, Gelderland, Utrecht en Overijssel. Rivieren zoals de Utrechtse Vecht, Maas en IJssel lijken een rol te spelen bij de verspreiding ervan. Op veel andere plaatsen, zeker in Groningen en Friesland, is het een echte stinsenplant. De naam van de plant komt van de handvormig ingesneden schutblaadjes van de bloemen.

Handvormig ingesneden schutblaadjes
Foto: Bernd Haynold - Eigen werk, CC BY 2.5, Wikimedia

De vingerhelmbloem lijkt op en is verwant aan de holwortel, die dus ook lid is van de papaverfamilie. De bladeren van die plant zien er anders uit en de holwortel mist de handvormige schutblaadjes. De naam is ontleend aan de holle wortelknol.

Holwortel

Holwortel groeit graag in vochtige, voedselrijke loofbossen met leem- of kleiachtige grond en aan beschaduwde slootkanten. In Nederland is holwortel een schoolvoorbeeld van een stinsenplant. De grond van de parkbossen waar holwortel voorkomt, is in het verleden verrijkt met van elders aangevoerd materiaal zoals bosgrond, mest en schelpengruis. Dit leverde een kunstmatig bodemsubstraat op dat de natuurlijke standplaats van holwortel benadert. Holwortel komt oorspronkelijk voor in Midden-, Oost- en Zuid-Europa. In Oost-Nederland is de plant misschien oorspronkelijk inheems.

In de Leiderdorpse heemtuin waren de wilde narcisjes niet te missen: er stonden honderden van de lichtgele bloemen met een diepgele 'trompet'. De wilde narcis komt voor in West-Europa, van Groot-Brittannië en Nederland tot in Midden-Spanje, oostelijk tot in Beieren en Italië. 

De plant komt in zeer beperkte mate in het wild voor in het Limburgse heuvelland. Zie je 'm op een andere plek in Nederland dan is het een stinsenplant.

Wilde narcisjes

Van stinsenplanten kan ik niet gauw genoeg krijgen. 'Overdaad schaadt hier niet': de grote groepen dragen bij aan het vrolijke lentegevoel dat deze plantjes oproepen. Het wordt mooi weer de komende dagen. Wil je ook op pad om stinsenplanten te zien? Voer dan op waarneming.nl in het zoekvenster een van bovenstaande soorten in en selecteer je provincie. Dan zie je waar jij terecht kunt voor deze lentebodes.

Woon je in Alphen aan den Rijn of omgeving, dan kun je 30 maart gratis met IVN mee op stinsenplantenexcursie. Klik hier voor de gegevens om je aan te melden. 

Geen opmerkingen: